‘Scholen te lichtvaardig over verzuim’

Marc Dullaert Oud-Kinderombudsman

Zorg en onderwijs sluiten niet altijd goed op elkaar aan. Er blijken veel meer kinderen thuis te zitten dan gedacht.

Het aantal kinderen dat niet naar school gaat, neemt nog altijd toe. Foto iStock

Het aantal kinderen dat niet naar school gaat maar thuiszit, neemt dit jaar „met honderdtallen” toe. Dat zegt oud-Kinderombudsman Marc Dullaert, die het Rijk en gemeenten helpt bij het terugdringen van het aantal thuiszitters. Vorig jaar gingen bijna 4.300 kinderen langer dan drie maanden niet naar school. Daarnaast hadden ruim 5.500 kinderen een vrijstelling van de leerplicht.

Meer thuiszittende kinderen – dat was nou juist niet de bedoeling van de invoering van het passend onderwijs, drie jaar geleden. Maar volgens Dullaert komt de stijging doordat gemeenten „de stofkam” door hun bestanden halen. „Dat is goed, want zo komt ieder kind met leerrecht op de radar.”

Sinds de invoering van het passend onderwijs in 2014 zijn scholen verplicht een plek te vinden voor iedere leerling – ook voor leerlingen die extra zorg nodig hebben, bijvoorbeeld vanwege een gedragsprobleem. Het terugdringen van het aantal thuiszitters is een van de hoofddoelen van het passend onderwijs. In het zogeheten thuiszitterspact, waarvan Dullaert ‘aanjager’ is, is bovendien afgesproken dat in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden thuiszit zonder een passende onderwijsplek.

Oud-kinderombudsman Marc Dullaert. Foto Alexander Schippers/ANP

„Een moeilijke opdracht”, zegt Dullaert, „want voor elk kind in passend onderwijs is zorg nodig. En in veel gemeenten sluiten zorg en onderwijs niet goed op elkaar aan. Omdat ze op een andere manier worden gefinancierd. Dan wordt er bijvoorbeeld eindeloos gesteggeld over wie opdraait voor de kosten van het vervoer van een leerling naar een andere gemeente.” Het afgelopen jaar sprak hij met honderden schoolbestuurders, ouders, leerlingen en (leerplicht)ambtenaren.

Kinderen met een beperking

Ook scholen zelf werken niet altijd mee. Zo zijn er nog altijd scholen die ten onrechte op hun website schrijven dat ze vol zitten, om zo onder de verplichting uit te komen om voor elk kind een passende plek te zoeken binnen hun regionale samenwerkingsverband. Ook willen sommige scholen geen kinderen met een beperking aannemen, ziet Dullaert, bijvoorbeeld vanwege druk van ouders van kinderen zónder zorgbehoefte, die vinden dat hun kind te weinig aandacht krijgt op school.

Toch gaat het in zo’n 60 procent van de gemeenten goed, schat Dullaert. Daar is iemand aangenomen die knopen doorhakt. Hij noemt als voorbeeld West-Friesland, waar zorg-, onderwijs- en leerplichtmedewerkers „als gelijken” bespreken wie verantwoordelijkheid neemt voor een kind. „Zoals een vader tegen me zei: mijn kind is niet in beleidsterreinen op te delen.” 

Schooluitval voorkomen

Met Amsterdam, Rotterdam, Utrecht en Den Haag (waar de meeste thuiszitters zijn) heeft Dullaert afgesproken dat zij het aantal thuiszittende leerlingen de komende jaren stapsgewijs terugbrengen. Met 32 middelgrote gemeenten is hij hierover in gesprek.

Daarnaast zouden scholen en gemeenten veel meer moeten doen om schooluitval te voorkomen. „Verzuim is vaak een teken dat er iets aan de hand is met een leerling, maar scholen gaan daar nu veel te lichtvaardig mee om.” Als er eerder wordt ingegrepen, denkt Dullaert, vallen minder leerlingen uit en kan duurdere specialistische zorg voorkomen worden. De laatste zes maanden van zijn functie als aanjager van het thuiszitterspact wil hij zich hier voor inzetten.