Ook mislukte avances laten de beurskoers stijgen

Beurs

Deze maandagse rubriek belicht fondsen in het nieuws. Vandaag: wat zijn de lessen van het eerste half jaar?

Foto Evert Elzinga/ANP

Zet de opmars van de aandelenkoersen door? Het was dé vraag die veel beleggers eind vorig jaar bezighield. De Amerikaanse beurzen braken de laatste maanden van 2016 record na record en ook de AEX leek hard op weg naar de hoogste stand sinds het uitbreken van de crisis. Hoelang ging dit nog goed? Was het plafond niet zo’n beetje in zicht?

Voorlopig niet, is de conclusie halverwege het ‘nieuwe’ jaar. De AEX-index sloot vrijdag bijna 5 procent hoger dan eind december en bij de Amsterdamse indices voor middelgrote en kleine bedrijven was de winst nog groter. Maar welke bedrijven liepen voorop? En wie presteerden juist niet zo goed? Vier bevindingen na een half jaar handelen:

1 Wie zijn geld stak in chipmachinefabrikanten werd rijk

Van smartphones tot elektrische auto’s en van speelgoed tot huishoudelijke apparatuur – producten worden volgestopt met microchips. En die moeten steeds kleiner, sneller en beter. Niet alleen de bedrijven die de chips zelf maken merken daar de gevolgen van, dat geldt ook voor de fabrikanten van halfgeleiders, die als basis voor dat proces dienen.

Bovendien worden er per apparaat steeds meer chips gebruikt, weet Jan-Jaap Bongers, fondsmanager bij beleggingsmaatschappij Teslin. „Steeds meer smartphones hebben bijvoorbeeld niet één, maar twee camera’s.” Met name het Gelderse Besi profiteert daar volgens hem van: het aandeel won sinds begin dit jaar bijna 50 procent. Maar ook andere bedrijven in de sector, ASM International en ASML, stegen de laatste maanden flink in waarde.

2 De grote verliezers zitten bijna allemaal in de olie

Bij het ingaan van het nieuwe jaar leken oliebedrijven de zwaarste tijd achter de rug te hebben. De prijs voor een vat Noordzeeolie was kort daarvoor opgelopen tot ongeveer 54 dollar en analisten hielden zelfs rekening met 60 dollar, nog voor het einde van dit jaar. Dat optimisme verdween eind mei, toen de olieprijs ineen zakte tot amper 45 dollar per vat.

Aandeelhouders van Shell hebben dat vanzelfsprekend gevoeld: het bedrijf verloor de afgelopen zes maanden ruim 7 procent aan waarde. Daarnaast zijn er verliezen voor bedrijven die veel voor de oliesector werken, zoals baggeraar Boskalis en bodemonderzoeker Fugro. Maar nergens waren de cijfers zo rood en de verliezen zo groot als bij uitzendbureau Brunel, dat 20 procent aan waarde verloor. „Zij richten zich met name op de olie- en gassector”, legt Bongers uit. „En als het daar slecht gaat, worden de uitzendkrachten als eerste op straat gezet.”

3 Geen bedrijf presteerde beter dan Air France-KLM

Met winsten van meer dan 50 procent kenden maaltijdbezorger Takeaway.com en metaalspecialist AMG een bijzonder goed eerste half jaar. Maar hun koerswinsten verbleken bij die van Air France-KLM, dat in zes maanden tijd meer dan 140 procent aan waarde won. Marktkenners blijven niettemin voorzichtig, zo was een aantal weken geleden al eens op deze plek te lezen. Luchtvaartbedrijven zijn blootgesteld aan tal van risico’s, hebben te maken met hoge kosten en grote concurrentie. Geen goede investering voor de lange termijn dus, vindt ook vermogensbeheerder Wilfried Steentjes. „Er is altijd wel een moment dat ze het heel goed doen. Maar die periodes worden afgewisseld met flinke dalingen.”

In het oosten klem tussen concurrenten uit de Golfstaten, in Europa tussen budgetmaatschappijen. Bedrijven zoals Air France-KLM blijven volgens analisten een lastige belegging

4 Veel voormalige prooien staan nog steeds op ruime winst

Verschillende Nederlandse bedrijven ontvingen de afgelopen maanden een overnamebod. Zo moest AkzoNobel wekenlang branchegenoot PPG van zich afhouden, opende Kraft Heinz de aanval op Unilever en voerde fietsenmaker Accell gesprekken met het geïnteresseerde Pon. Hoewel al die avances uiteindelijk op niets uitliepen heeft het de koersen van die bedrijven goed gedaan: allemaal staan ze nog ruim een kwart in de plus. Volgens Steentjes laat het zien dat de Amsterdamse beurs ondergewaardeerd is in vergelijking met andere landen. „Door zo’n bod komt er weer wat muziek in een aandeel. De waarde komt er dan beter uit.”