Moeflons? Dan liever een eland

Natuur

Nu overal natuur wordt ‘vernat’ lijkt het logisch om de eland die er vroeger leefde ook terug te brengen, schrijft Michiel Hegener.

Nederland moet met elanden aan de slag”, zegt ecoloog Hans van der Lans. „Dat is zo duidelijk als wat.” Foto Bewerking NRC

Op dit moment leven er allerlei geïmporteerde diersoorten in onze natuur, het begint een zootje te worden. Moeflons horen niet op de Veluwe, maar op Corsica en Sardinië. Ook damherten komen uit het Middellandse Zeegebied. Wat is het bezwaar, vragen hun fans. Weinig, niet meer dan tegen kangoeroes en zebra’s, die zouden ook leuk staan in Drenthe en op de Heuvelrug. De Spaanse Sayaguesa- en de Tudanca-runderen op Veluwe geven de natuur „een exotisch tintje”, schrijft Natuurmonumenten. Maar waarom dan geen struisvogels? Die zijn nog exotischer.

Is het niet logischer de uitbreiding van onze fauna te beperken tot herintroductie van soorten die hier zijn uitgestorven? Dat het een thema is met een gevoelige parallel – Willen jullie meer of minder moeflons? – vergeten we even. Eigen herkauwers eerst. De eland bijvoorbeeld.

Die hoort in onze moerassige rivierdelta, net als de bever en de otter. Die waren ook uitgestorven. Een jachtakte uit 944, herhaald in 1006 en 1025, maakt melding van elanden in de huidige kop van Overijssel. Eland stond volgens archeologen niet vaak op het menu van de Middeleeuwers. Waarschijnlijker is dat ze in de elfde of twaalfde eeuw uitstierven door biotoopverlies. Nu op veel plaatsen wordt gewerkt aan ‘vernatting’ van de natuur, komt ook het idee op om de zachtmoedige, flaporende jumboherten te laten terugkeren.

Het idee is niet nieuw. De grote ecoloog Victor Westhoff bepleitte in 1945 al om de eland terug te halen. Harm van de Veen, die in De Veluwe natuurlijk! (1975) schreef over de terugkeer van wolven en wisenten, wilde elanden uitzetten in de Gelderse Poort en het aangrenzende deel van Duitsland. Leo Linnartz en Bram Houben van ARK Natuurontwikkeling schreven in 2010 het rapport Elanden in de Biesbosch – Boegbeeld voor wildernisnatuur en voerden verkennende gesprekken met een enthousiast Staatsbosbeheer, de terreinbeheerder. Het idee was: een omheind gebied van 500 hectare met vijf of zes elanden die zich dan mochten uitbreiden tot tien à vijftien, waarna de omheining zou worden verwijderd. Het bleef een plan, want het was de tijd van CDA’er Henk Bleker en zijn draconische bezuinigingen op de natuur.

De ‘elandbonus’ is gratis snoeiwerk. Linnartz: „Ze grazen niet graag. Vanwege hun bouw eten ze bij voorkeur vanaf een meter hoogte, onder meer grove den en berk. Dennen worden bonsaidennen. In Polen heb ik gezien dat ze goed in staat zijn een dennenbos open te houden. Doordat het niet dicht groeit, ontstaat een rijkere bodemvegetatie waar andere dieren zich vervolgens mee kunnen voeden.”

Ecoloog Roeland Vermeulen van Free Nature, een organisatie die populaties nieuw uitgezette dieren beheert, pleit voor een eerste experiment in „een overgangszone met natte en droge natuur. Dan kun je leren van zijn voorkeuren. Denk aan beekdalsystemen in Drenthe of Limburg.”

Ecoloog Hans van der Lans, een van de oprichters van Kritisch Bosbeheer en recent nog betrokken bij het uitzetten van wisenten bij Oss: „Nederland moet met elanden aan de slag, dat is zo duidelijk als wat. Vanwege zijn effect op de begroeiing en omdat het een mooi symbooldier zou zijn voor onze natte natuur.”