In Mosul vecht IS niet meer terug

Irak

Het IS-bolwerk is bijna gevallen. Iraakse troepen spelen een kat-en-muisspel met de laatste honderden strijders.

foto Reuters

Bij het verzamelpunt van het Iraakse leger nabij de oude stad van Mosul komen de gewonden in hoog tempo binnen. De ergste gevallen worden aangevoerd op de motorkap van de zwart geschilderde humvee’s van de Iraakse commandotroepen. Anderen arriveren strompelend, uitgeput door de hitte van bijna vijftig graden Celsius.

Een man in een rolstoel laat zien hoe hij vier gaatjes heeft moeten bijmaken in zijn broekriem. „Wij gingen dood in de oude stad. Door de gevechten en door de honger. Maar vooral door de honger. Aan het eind moesten we ons redden met bloem, aangelengd met water.” Maar de mannen van IS aten wel goed, vult een ander aan.

Hoewel de Iraakse premier Al-Abadi vorige week het einde van IS uitriep, is de strijd hier nog niet voorbij. Tijdens een bezoek op zaterdag is voortdurend het geknal van uitgaand mortiervuur te horen. Van de kant van IS komt niets meer.

„Ons grootste probleem nu”, zegt een Iraakse officier, „zijn sluipschutters, bermbommen, zelfmoordterroristen. Maar verder vecht IS niet echt meer terug.”

De Iraakse troepen spelen in de steegjes van de oude stad een kat-en-muisspel met de laatste IS-strijders die zich daar verbergen, enkele honderden. Voor de resterende burgers is het chaos.

Een man vertelt hoe IS-strijders, sommigen van hen gewond, die ochtend zijn deur hebben ingetrapt. „Ze zijn drie uur gebleven tot ze zich moesten terugtrekken voor de gevechten. Wij zijn naar het Iraakse leger toe gelopen.”

IS gooit mensen die willen vluchten soms in putten die zijn geslagen door Amerikaanse bommen, zegt iemand. Een familie van 19 personen is geëxecuteerd, weet iemand anders. Hun lijken hebben ze op straat gedumpt.

De Iraakse soldaten bij het verzamelpunt zijn nerveus, elke keer als er burgers op hen afkomen. Ze zijn bevreesd voor zelfmoordacties. In de moskee op de hoek zit de inlichtingendienst van het leger met computers. „We scheiden de mannen van de vrouwen, en we controleren hun identiteitspapieren aan de hand van een lijst die we hebben van bekende IS-strijders”, zegt een inlichtingenofficier. „Ze proberen te ontsnappen met de burgers.”

De officier zegt dat ze op die manier al tientallen IS-strijders hebben onderschept. „Mannen vermommen zich als vrouwen, ze vervalsen hun identiteitspapieren. We hebben ook een vrouw tegengehouden met een baby die een bomgordel omhad.”

Dat IS ook vrouwelijke zelfmoordterroristen inzet is een hardnekkig gerucht. Maar bewijzen ontbreken.

Verder van de frontlijn, in wat overgebleven is van het algemeen ziekenhuis van West-Mosul, werkt sinds een maand de 41-jarige Nederlandse fysiotherapeut Guido Versloot voor het Internationale Rode Kruis. „Dit was een IS-ziekenhuis. Dat kun je nog zien aan de posters waar de ogen zijn weggekrast, zelfs die van Mickey Mouse”, zegt Versloot. Wie het ziekenhuis in brand heeft gestoken, is onduidelijk.

Buiten op een bankje zit de 17-jarige Hamza met zijn moeder en zijn vriend Omar, 14. Hun wijk is al drie maanden geleden bevrijd door het Iraakse leger. Ze zijn hier voor een morbide taak. „Elf dagen geleden is een tante gedood door een bermbom terwijl ze probeerde te vluchten. Haar lijk heeft al die tijd op straat gelegen. Pas vandaag hebben we haar met hulp van soldaten hierheen kunnen brengen.”

Hamza hoopt dat Mosul niet terugkeert naar de situatie van voor de komst van IS, toen er wederzijdse haat was tussen het voornamelijk shi’itische Iraakse leger en de sunnitische bevolking van de stad.

In een huis in een kapotgeschoten buurt nabij de oude stad zitten soldaten van de 16de divisie van het Iraakse leger te rusten. Ook zij hopen op vrede na veertien jaar bijna onafgebroken oorlog in Irak. „De mensen hier hebben een ander beeld van het Iraakse leger nu”, zegt sergeant Jassim Mohammed Abbas, een 32-jarige sunniet uit Bagdad. „Ze kussen onze humvee’s wanneer ze ons zien komen.”

De brigade van Abbas heeft tegen IS her en der zo’n duizend collega’s verloren op een roterend totaal van 4.000. Abbas vraagt naar de situatie van de Iraakse vluchtelingen in Nederland. „Veel collega’s hebben er de brui aan gegeven en zijn nu vluchteling in Nederland.”

De 30-jarige Bakhtyar, de enige Koerd in de eenheid, is pessimistisch. Hij zegt een nieuwe sektarische strijd te verwachten. In Irak kun je je maar beter op het ergste voorbereiden.”