Hoogwaardig samenspel op kamermuziek festival Utrecht

Met onder meer een zinderend Tweede pianokwintet van Dvořák bewees Harriet Krijgh dat het IKFU onder haar artistieke leiding niets aan kwaliteit heeft ingeboet.

Leidster van Internationaal Kamermuziek festival Utrecht celliste Harriet Krijgh foto Flip Franssen

Je komt nog eens ergens tijdens het Internationaal Kamermuziek Festival Utrecht, dit jaar voor het eerst onder de artistieke leiding van celliste Harriet Krijgh. Zo voerde de Kerkenmarathon donderdag kriskras door de Utrechtse binnenstad.

Eerste stop: de Lutherse Kerk, waar Krijgh zich met de vertrouwde festivalnamen Amihai Grosz (altviool) en Maximilian Hornung (cello) aan het Tweede strijkkwartet van Anton Arenski zette. Een verrassing was de in Nederland onbekende violist Nikita Boriso-Glebsky, die zijn melodielijnen teder, maar dwingend waar nodig, leven inblies met elastische fraseringen en subtiele dynamische wendingen op de vierkante millimeter.

In de oorspronkelijke bezetting voor viool, altviool en twee cello’s neigt Arenski’s Tweede gemakkelijk naar donkere timbres. Krijgh en de haren hielden het klankpalet transparant (maar warm), met mooi uitgelichte estafettes van thema’s en motieven.

In het aardse Eerste strijkkwartet van Erwin Schulhoff, hoorbaar geënt op rauwe volksmuziek, sloegen Boriso-Glebsky en Hornung de handen ineen met Nikki Chooi (viool) en Lise Berthaud (altviool). Een ad hoc-formatie met niettemin een imposante samenklank: van expressief ruwgebolsterd tot ragfijne dempnuances in het tweede deel.

In het Leeuwenbergh Gasthuis speelde een virtuoos Signum Saxophone Quartet. Sterk: Bachs Italiaanse concert, waarin het zwart-wit van de oorspronkelijke pianostemmen werd ingekleurd met een baaierd aan messingtinten. Jammer: in de Dom kwam Pärts Fratres niet van de grond door een belabberd intonerende Boris Brovtsyn (viool).

Subsidie

De eerste Krijgh-editie van het IKFU werd op voorhand overschaduwd door het besluit van de gemeente Utrecht om een structurele subsidie om te zetten in een jaarlijkse bijdrage. Dit omdat de kwaliteit van het festival onlosmakelijk verbonden zou zijn met de naam van Krijghs voorgangster Janine Jansen.

In de Hertzzaal van TivoliVredenburg bleek die aanname vrijdag ongegrond. Met Baiba Skride en Nikki Chooi (viool), Amihai Grosz (altviool) en pianiste Magda Amara leverde Krijgh een zinderend Tweede pianokwintet van Dvořák af. Vanaf de inleidende cellomelodie, door Krijgh ingetogen en met vederlicht vibrato uit de snaren gestreken, was het raak: afwisselend vlammend dan wel sprankelend samenspel en intense strijkersdialogen, met een soeverein spelende Amara (wow) als kwieke gespreksleidster.

Klarinetvedette Daniel Ottensamer moest ‘wegens privé-omstandigheden’ verstek laten gaan in Mozarts Klarinetkwintet. De Vlaamse Annelien van Wauwe tekende met haar onopgesmukte cantabile-spel voor een prima invalbeurt. Brovtsyn speelde als herboren.