Mode-industrie verzet zich tegen gedwongen verhuizing uit Manhattan

Mode-industrie

Het stadsbestuur van New York wil het Garment District, waar de mode-industrie huist, verplaatsen. Dat leidt tot hevig verzet.

De plannen om het Garment District te verhuizen stuiten op hevig verzet van de kleermakers in dat gebied. Foto’s Jeenah Moon/Bloomberg

De skyline van Manhattan en het Vrijheidsbeeld zijn nauwelijks te zien tussen de grauwe gebouwen van Industry City. Het afgelegen industrieterrein aan de westkust van Brooklyn voldoet aan het clichébeeld van vervallen Amerikaanse industrie: roestige gaashekken, pokdalig asfalt en ingegooide ruiten. De benauwende geur van verbrand plastic uit de open deur van E.G Plastics Corp vermengt zich met die van heet metaal van lassers in de loods ernaast.

Volgens het stadsbestuur van New York is dit de perfecte plek om de bedrijven van het historische Garment District in Manhattan naartoe te verhuizen. Vanaf het einde van de 19de eeuw vestigden kleermakers zich op deze drie vierkante kilometer tussen West 34 Street en West 42 Street, en 6th en 9th Avenue. Nu zijn hier nog zo’n vijfhonderd naaiateliers, kleermakers, textiel-, knopen- en lintenleveranciers actief. Het is de perfecte locatie om de kostuumontwerpers in het theaterdistrict rond Times Square en de modeontwerpers en catwalks in Chelsea en Lower Manhattan te bedienen.

Verzet van kleermakers

Foto Bloomberg

De verhuisplannen lekten begin maart uit, daags voordat het stadbestuur er stilletjes over zou stemmen. De huurbescherming, die huurbazen sinds 1987 dwingt de helft van hun ruimtes beschikbaar te stellen aan de kledingindustrie, zou worden opgeheven. Daarnaast zou het stadsbestuur 51 miljoen dollar investeren in het renoveren van de vervallen gebouwen, het verhuizen van de kledingindustrie en het subsidiëren van huurprijzen in Industry City.

De gelekte plannen stuiten volgens The New York Times op hevig verzet van kleermakers in het Garment District. „Als de sleep van Bette Midlers jurk scheurt – omdat er een koorknaapje op staat – kan de kostuumontwerper snel naar het Garment District lopen”, riep kostuumontwerper Steven Epstein eind april tijdens een verhit debat tussen voor- en tegenstanders. „Nog voor de show begint kan hij stof kopen, naar het theater teruggaan en de sleep herstellen.”

Als de stofleverancier in Industry City zit, is dat vrijwel onmogelijk, omdat de reis dan twee uur langer duurt. De afstand is een afknapper voor designers die zakendoen met het Garment District, zegt de Nederlandse ontwerper Georgine Ratelband van luxueuze vrouwenlabel Georgine in haar studio bij Wall Street.

„Veel werk is last minute. Het is niet efficiënt als je werknemers de helft van hun dag kwijt zijn om heen en weer te reizen voor een paar knopen.”

Het gros van haar materiaal haalt Ratelband, wier kleding wordt gedragen door beroemdheden van Leontien Borsato tot Beyoncé, al uit Italië. Een verhuizing van het Garment District bemoeilijkt het werken in New York. Ratelband: „Het maakt productie hier minder aantrekkelijk. Dan reizen we liever naar Italië, produceren we daar onze collectie en verschepen we die.”

Werken tot diep in de nacht

De verhuisplannen zijn een klap voor het aanzien van de New Yorkse modescene. Maar ze duperen vooral de middenklasse, zeggen voorzitter Samanta Cortes en woordvoerder Charles Beckwith van actiegroep Save the Garment Center. Deze bevolkingsgroep staat toch al onder druk, aangezien de huren in de stad maar blijven stijgen. Beckwith: „De meeste arbeiders in het Garment District wonen niet in Manhattan, maar komen uit Queens, de Bronx en New Jersey.”

Het Garment District op Manhattan (rood), en de beoogde nieuwe locatie in Brooklyn:

Veel arbeiders werken lange dagen, zegt Cortes, die zelf ontwerper was. „Het komt vaak voor dat mensen van acht uur ’s ochtends tot tien uur ’s avonds doorwerken. Tijdens Fashion Week soms tot diep in de nacht. Voor hen is het nu al een ramp om thuis te komen. De extra reistijd naar Industry City maakt het alleen maar erger.”

Hoewel het aantal arbeiders in het Garment District de laatste decennia daalde van 335.000 naar 16.000 – kleding maken in lagelonenlanden is goedkoper – levert het industriële gebied de stad nog steeds jaarlijks 2 miljard dollar aan belastinginkomsten op. In de jaren 50 produceerde het bijna 90 procent van de door Amerikaanse bedrijven gemaakte kleding. Nu is dat minder dan 1 procent.

Volgens stadsontwikkelingsbureau Economic Development Corporation zorgt de bruisende New Yorkse mode-industrie, die verweven is met het Garment District, voor bijna 200.000 banen in gerelateerde werkgebieden zoals detailhandel en marketing.

Toch begrijpen de bewoners dat er iets moet veranderen. „Het is tijd om realistisch te zijn”, zegt Beckwith van Save The Garment Center. „Het district moet kleiner en geconcentreerd worden. En we moeten dat kleine gebied beter beschermen. Alleen zo stimuleer je de innovatie die nodig is.”

Bloomberg deed in 2015 verslag vanuit het Garment District:

Onbetaalbaar

Na alle commotie heeft het stadsbestuur half mei een officiële commissie opgesteld om de komende maanden een compromis te sluiten met de mode-en kledingsector.

Ontwerper Mari Gustafson noemt de hele discussie onzinnig. Op de tweede verdieping van een smalle loods op 41st Street in Industry City werkt ze tussen de naaimachines en rollen stof aan haar nieuwe collectie. Gustafson verhuisde haar modehuis UZI NYC al in 2012 naar dit afgelegen stukje Brooklyn. „Hier is de huur nog te doen”, zegt ze. „In Manhattan hebben al die Airbnb’ende toeristen de stad onbetaalbaar gemaakt.” Het Garment District is zijn glans kwijt, stelt Gustafson. „Kleding verkoop ik nauwelijks meer in Manhattan. Brooklyn – daar gebeurt het.”