Column

Duits bloed in de Tour

Terwijl het peloton door Duitsland naar Luik reed, stond oud-Tourwinnaar Jan Ullrich in het plaatsje Korschenbroich met een vlaggetje in zijn hand langs het parcours. Jan lachte verlegen.

In een flits moet de sprinter Marcel Kittel langs de stilstaande Ullrich gereden zijn. Ullrich en Kittel, twee grote namen uit de Duitse wielercultuur.

Een ‘vieze’ en een schone renner.

Een gevallen held en een aanbeden rolmodel.

Ergens, diep in wielerland, liggen tientallen zakken met zielloos bloed opgeslagen. Er staan geen namen op, alleen vage codes die verwijzen naar renners die zich ooit inlieten met de praktijken van de dopingarts Fuentes.

Je hoort renners van nu soms verklaren dat ze niet weten hoe ze gehandeld hadden in de wereld van het ouderwetse peloton. Of ze de druk van de stille wetten hadden weerstaan.

Twee weken geleden bepaalde het Spaanse gerechtshof dat de namen niet openbaar hoeven worden gemaakt. In 2013 bekende Ullrich dat hij klant was geweest bij Fuentes. Sinds die biecht is hij in zijn land aangeschoten wild. Bij de Tour de France werd de afgelopen dagen geen ereplaatsje vrijgehouden.

Meet de Tourdirectie niet met twee maten? Er zijn genoeg gasten en medewerkers waar ook een smet aan kleeft.

De afgelopen jaren zijn veel dopinggebruikers gestraft. Ze zijn tijdelijk, soms voorgoed, verbannen uit de wielersport. Wielrenners van nu durven te beweren dat het profpeloton – op een paar procent na – vrij van doping is, al viel er vlak voor de Tourstart weer een zondaar te bewonderen.

Ullrich fietste in een schimmige tijd. Landgenoot Kittel moet iedere dag van het jaar opgeven waar hij verblijft zodat hij door een vliegende brigade gecontroleerd kan worden. Fans nemen het minder nauw. Nog altijd schilderen ze de naam van betrapte renners op een spandoek.

Wielerliefde maakt blind.

Je hoort renners van nu soms verklaren dat ze niet weten hoe ze gehandeld hadden in de wereld van het ouderwetse peloton. Of ze de druk van de stille wetten hadden weerstaan.

Jan Ullrich hoeft niet zielig gevonden te worden. Hij wist welk risico hij nam, heeft in zijn carrière goed verdiend en ging een tijd als held door het leven.

Ik keek naar de sprint van Kittel in Luik. Vlak voor de finish had hij geen helpers meer, in zijn eentje moest hij van achterwiel naar achterwiel. Zijn topsnelheid bedroeg 69 kilometer per uur.

Longen, benen, borstkas, luchtpijp; de winnaar stond in brand.

Terwijl Jan Ullrich ontspannen naar de televisie keek, stapte Kittel doodop van zijn fiets, ging op de grond zitten en jankte van spanning en geluk.

Ik had het niet erg gevonden als Ullrich en Kittel elkaar op het podium ontmoet hadden, in het weekend dat oud-bondskanselier en Duitslandarchitect Helmut Kohl werd begraven. De vieze en de schone renner, gebroederlijk in de Tour. Niet vergeten, wel vergeven. Hun omhelzing had de toch al zo Duitse dagen in de Tour de France nóg meer van stromend, Duits bloed voorzien.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.