Door Auschwitz was ze Europeaan

Simone Veil (1927-2017)

Door haar oorlogsverleden was de Franse politicus Simone Veil groot voorstander van de EU. Als minister wist ze, tot woede van de katholieken, het recht op abortus in de wet te verankeren.

Minister Simone Veil en president Jacques Chirac in 2005 bij de herdenking van 60 jaar Auschwitz. De Joodse Veil en haar drie zussen overleefden de oorlog; hun vader, moeder en broer stierven. Foto PATRICK KOVARIK/AFP

De vrijdag overleden Simone Veil (89) was jaren de geliefdste vrouw van Frankrijk. Voor velen stond de Auschwitz-overlevende die in 1974 als minister tegenover een Assemblée vol boze mannen de legalisering van abortus verdedigde boven de partijen. Kranten van links en rechts kwamen de laatste dagen met speciale bijlagen – het land is in rouw.

Oproepen Veil bij te laten zetten in het Panthéon, eregalerij van de republiek, lieten niet lang op zich wachten. Daar rusten nu vier vrouwen en 75 mannen. Alleen Victor Hugo werd direct na zijn dood in 1885 overgebracht. Politici en burgers riepen president Macron dit weekend op werk te maken van een snelle ‘panthéonisation’. Eerst moet gepeild worden „wat de familie wil”, zei de regeringswoordvoerder. Woensdag is een nationale herdenking op de Invalides.

Veil werd in 1927 geboren als Simone Jacob in Nice. Ze groeide op als jongste van vier in een gezin dat in culturele zin joods was maar weinig aan het geloof deed, schrijft ze in haar mémoires Une vie (2007). De oorlog gooide het gelukkige gezinsleven aan de Côte d’Azur overhoop. Haar vader, architect, mocht vanaf 1940 niet meer werken. Simone werd vier jaar later, een dag na haar eindexamen, met een vervalst identiteitsbewijs gearresteerd en met haar moeder en zus op transport gezet.

Ze is dan zestien, maar krijgt bij aankomst in het kamp van een andere gevangene het advies te zeggen dat ze al achttien is. Dat houdt haar in leven. In haar boek beschrijft ze hoe een vrouwelijke kampcommandant, een ex-prostituee, haar in bescherming neemt. ‘Je bent echt te mooi om hier te sterven’, zou die gezegd hebben. „Iedereen aan wie ik dit later vertelde was verbijsterd. Toch is het zo gelopen.”

Het is een van de redenen dat ze niet gelooft in de door Hannah Arendt getheoretiseerde „collectieve verantwoordelijkheid” en „banaliteit van het kwaad”, staat in een felle passage van haar autobiografie. Dat is „intellectueel masochisme” en een „goocheltrucje”, schrijft ze. „Zeggen dat iedereen schuldig is komt er op neer dat je zegt dat niemand het is.”

Kampnummer 78651,

Haar vader, moeder en broer overleven de oorlog niet. Zij en haar drie zussen wel. Het op haar linkerarm getatoeëerde kampnummer, 78651, laat ze nooit verwijderen. In 2005 keert ze terug naar Auschwitz. In de sneeuw spreekt ze bij de herdenking van zestig jaar bevrijding.

Na de oorlog studeert Veil aan de politieke opleiding SciencesPo in Parijs, waar ze haar latere man Antoine Veil ontmoet. Hoewel die eigenlijk niet wil dat ze als vrouw gaat werken, drukt ze haar zin door: ze wordt magistraat en werkt, onder andere, als beleidsambtenaar op het ministerie van Justitie. Haar verrassing is groot als op een avond in 1974, kort na de verkiezing van Valéry Giscard d’Estaing, de nieuwe premier Jacques Chirac haar vraagt minister van Volksgezondheid te worden.

Daar krijgt ze de taak meteen een belangrijke verkiezingsbelofte te realiseren: het recht op abortus. Duizenden katholieken gaan de straat op om te protesteren, ze ontvangt dreigbrieven en ook in de Assemblée lopen de debatten hoog op. Afgevaardigde René Feït, die het kloppende hart van een foetus laat horen, vergelijkt de wet met „het ergste nazi-racisme”, een centrumrechtse partijgenoot van Veil heeft het over embryo’s die „in de verbrandingsoven gegooid” worden. De wet haalt het. Maar alleen dankzij de massale steun van de linkse oppositie.

Verzoend met de 20ste eeuw

Bij de eerste directe verkiezingen voor het Europees Parlement in 1979 wordt Veil, op voorspraak van Giscard, lijsttrekker van zijn partij UDF om daarna voorzitter van het parlement te worden. De symboliek van een holocaustoverlevende op een sleutelpositie in de Europese integratie is niet mis te verstaan. „Dat we Europa hebben gecreëerd”, zei ze later eens in een interview, „heeft me verzoend met de twintigste eeuw.”

Sinds ze in 2007 Une vie publiceerde trad Veil nog maar zelden op in het openbaar. Maar in 2010 werd ze toegelaten tot de Académie française en daarmee in de traditie van dat instituut immortelle, onsterfelijk. De laatste keer dat ze zich publiek roerde was in 2013. Als anonieme burger werd Veil opgemerkt bij een demonstratie tegen de voorgestelde openstelling van het huwelijk voor homokoppels. De ironie was venijnig: sinds haar eigen abortuswet in 1974 had de katholieke kerk zelden nog zoveel mensen op de been gekregen.