Opinie

Die euthanasiewet is niet uitgehold, die was al leeg

Voor het verlenen van euthanasie werden in het verleden criteria gehanteerd, die niet in de wet staan, schrijft Theo Boer.

Foto Roos Koole / ANP XTRA

Deze maand verscheen de derde evaluatie van de Euthanasiewet en die verraste niet. Zoals steeds bevat de evaluatie volop boeiende cijfers en citaten en de verzekering aan het eind: all is well. Weliswaar constateert men een forse stijging van het aantal keren dat euthanasie is verleend, maar de situatie als geheel is transparant en stabiel en maar weinig euthanasie wordt onzorgvuldig gepleegd.

Het contrast tussen dit optimisme en datgene wat hij in werkelijkheid waarneemt, was voor psychiater Boudewijn Chabot, euthanasiepionier en inmiddels spijtoptant, aanleiding alarm te slaan. Het aantal keren dat euthanasie werd verleend aan dementerenden en psychiatrische patiënten ging van twaalf in 2009 naar tweehonderd in 2016 en Chabot voorziet verdere stijging.

Lees hier het stuk van Chabot: de euthanasiegeest is uit de fles.

Volgens hem hebben de toetsingscommissies en artsen de euthanasiewet uitgehold door het criterium van het ondraaglijke en uitzichtloze lijden nauwelijks meer te toetsen. Voorzitter Kohnstamm van de toetsingscommissies noemt in een reactie Chabots verwijten onterecht: de wet is niet uitgehold, maar de commissies hebben haar jarenlang juist te angstig uitgelegd. Na tien jaar in een toetsingscommissie te hebben gezeten, denk ik dat Chabot en Kohnstamm beiden een beetje gelijk hebben.

Lees hier het interview met Kohnstamm: Alles bij diep demente mensen is stiekem.

Wettelijke criteria

Beginnen we bij de wettelijke criteria waaraan euthanasie moet worden getoetst. De drie belangrijkste zijn: (1) een weloverwogen verzoek (waar bij wilsonbekwaamheid ook een wilsverklaring onder kan vallen), (2) ondraaglijk en uitzichtloos lijden en (3) de afwezigheid van aanvaardbare alternatieven. Hoewel wij deze criteria jarenlang als ‘strikt’ afficheerden, bleek in de loop der jaren dat er feitelijk maar één criterium echt overeind blijft: het verzoek.

De euthanasiewet wordt niet uitgehold. Zij was namelijk al leeg.

Of lijden ondraaglijk is en de alternatieven aanvaardbaar, blijkt in toenemende mate ter beoordeling aan de patiënt. Welke arts zou, als een patiënt echt blijft aandringen, diens ondraaglijke lijden in twijfel trekken? Wie zou een alternatieve behandeling opdringen als de patiënt deze blijft weigeren? Daar komt bij dat in de wet wilsbekwaamheid bij de uitvoering geen vereiste is en psychiatrie en dementie niet worden uitgesloten. Zelfs over ziek zijn rept de wet niet: als de Hoge Raad in het arrest-Brongersma dit niet als een hard criterium had toegevoegd, zou ook voltooid leven keurig onder de wet hebben kunnen vallen.

Het klopt dat de toetsingscommissies de wet jarenlang terughoudend hebben uitgelegd. In de praktijk fungeerden in de eerste jaren na 2002 verschillende ‘schaduwcriteria’ die niet in de wet staan. Ik noem er een paar:

  1. Duurzame arts-patiëntrelatie.
  2. Op het moment van de levensbeëindiging is de patiënt wilsbekwaam en bij zijn volle bewustzijn.
  3. Een natuurlijke dood wordt verwacht binnen een redelijke termijn.
  4. Het verzoek van de patiënt is behalve weloverwogen ook duurzaam.

Wanneer euthanasie niet ook aan deze ‘voorwaarden’ voldeed, kon een arts een uitnodiging tot nadere toelichting van een commissie verwachten. Dat leidde maar zelden tot een oordeel ‘onzorgvuldig’ maar een arts wist intussen wel dat hij zich aan de randen van de wet had begeven. Inmiddels zijn al deze ‘schaduwcriteria’ ontmaskerd als niet behorend tot de euthanasiewet. De NVVE is daar blij mee. Veel artsen minder. Kortom: de euthanasiewet wordt niet uitgehold. Zij was namelijk al leeg.