De tragedies in de Goelag

Een van de beroemdste beginzinnen uit de wereldliteratuur: „Iemand moest Josef K. belasterd hebben, want zonder dat hij iets kwaads gedaan had, werd hij op een ochtend gearresteerd.” Toen Franz Kafka deze zin in 1914 voor zijn roman Het proces schreef, duurde het nog ruim tien jaar voordat Jozef Stalin er in de Sovjet-Unie praktische uitvoering aan kon geven. Hij begon met zijn politieke tegenstanders en hij eindigde met onschuldige boeren en burgers.

Ongeveer drie miljoen van hen kwamen om in de Goelag, een netwerk van straf- en werkkampen in allerlei onherbergzame gebieden. Het Verzetsmuseum in Amsterdam heeft aan deze, vaak in Siberië gelegen, Goelagkampen een kleine, maar leerzame tentoonstelling gewijd – leerzaam vooral voor jongere generaties. Al meteen na binnenkomst kwam ik er een beschrijving tegen die mij sterk aan Het proces deed denken.

De geheime politie, de NKVD, had voor elk dorp of stad quota vastgesteld voor het aantal gevangenen dat ze moesten leveren. Daarom werden mensen om de vreemdste redenen gearresteerd. Bijvoorbeeld een vrouw die geweigerd had met een partijleider te slapen, spelers van een voetbalteam die gewonnen hadden van het favoriete team van een hoge leider, mensen die naar een mop over Stalin hadden geluisterd.

De arrestaties werden vaak ’s nachts verricht. De verdachte werd opgehaald met een bestelwagen die het misleidende opschrift Chleb (brood) droeg. Het arrestatieteam doorzocht het huis van de verdachte en ondervroeg de mensen in zijn omgeving. Hij werd niet langer bij zijn naam genoemd, voortaan heette hij zek (gevangene), gevolgd door een nummer.

Daarna volgden grote showprocessen waarbij duizenden gevangenen tegelijkertijd werden veroordeeld. Ten slotte wachtte het gevangenschap in de Goelag onder de barste omstandigheden. De praktische leiding in de kampen was, net als later in de nazikampen, in handen van zware criminelen.

Een dag uit het leven van de gewone gevangene: opstaan om vijf uur ’s morgens, ontbijt met waterige pap en brood, om zeven uur appèl, daarna de afmars naar het loodzware werk op het land of in de fabriek, lunch met koolsoep, werken, avondeten weer met pap en soms met stukjes zoute vis. Op hun enige vrije dag moesten de gevangenen het kamp schoonmaken. De wc bestond uit een emmer die elke morgen geleegd werd, iedereen had luizen die tyfus konden veroorzaken. De gevangenen sliepen weken in hetzelfde ondergoed, er was vaak geen water om zich te wassen, in de winter kon dat met sneeuw.

Ook enkele duizenden Nederlanders moeten in de Goelag gevangen hebben gezeten. Daar waren SS-soldaten bij, maar ook onschuldige mensen. Neem Wim de Wit, over wie Hans Olink het boek Een Siberische tragedie schreef.

De Wit was een ingenieur die in de jaren twintig met zijn vrouw voor werk naar Moskou trok. Ze leefden er gelukkig tot ze het in het openbaar voor een Duitse vrouw opnamen, die in 1934 naar de Sovjet-Unie was gevlucht en daar gevangen werd gezet. Een week na haar vrijlating in 1936 werd Wim gearresteerd en naar Kolyma, een van de ergste kampen in Siberië, gestuurd. Daar werd hij in 1938 geëxecuteerd.

In de Sovjet-Unie van die jaren was het normaal dat je vermoord werd zonder dat je iets kwaads had gedaan.