Recht & Onrecht

De Brexit creëert de nieuwe Europeaan

Voor veel burgers zorgt de aangekondigde Brexit voor vervelende onzekerheid. Maar buiten het VK ontstaat ook een nieuw bewustzijn over Europa, schrijven Hanneke van Eijken en Linda Senden in de Europacolumn.

Britain's Prime Minister Theresa May leaves Downing Street in London, Britain June 29, 2017. REUTERS/Toby Melville

Het Brexit-besluit van een kleine meerderheid van het Britse volk toont zich een ware doos van Pandora. Het eerste spook dat daaruit al tijdens de referendumcampagne ontsnapte, was dat van maatschappelijke polarisatie. Niet alleen ‘Brexiteers’ en ‘remainers’ zijn tegenover elkaar komen te staan maar ook werd bericht over oplaaiend racisme tussen Britten en andere EU en niet EU-burgers. De Britse regering heeft weinig gedaan om die polarisatie te keren, integendeel. Regering en parlement zijn ook tegenover elkaar komen te staan, naarstig zoekend naar hun eigen rol in de uitvoering van de Brexit. De Britse rechters die daar meer zicht op moesten geven, zijn gedemoniseerd in de media. De retoriek en lijn van Theresa May voor een harde Brexit waarbij het VK uit de interne markt stapt, heeft voor meer interne verdeeldheid gezorgd zoals ook de laatste verkiezingsuitslag laat zien. Die uitslag impliceert ook dat May met een zwakker kiezersmandaat de Brexit onderhandelingen ingaat.

73.000 Nederlanders wonen in het Verenigd Koninkrijk

In die onderhandelingen gaat Pandora’s doos nu langzaam verder open, waarbij de gevolgen tastbaar worden voor burgers die part noch deel hebben gehad aan het Brexit-besluit. Dat geldt allereerst de EU-burgers die gebruik hebben gemaakt van het vrij verkeer van personen in de EU maar geen stemrecht hadden; de meer dan drie miljoen EU-burgers die in het Verenigd Koninkrijk verblijven en de ruim 1 miljoen Britten die elders in de EU wonen, maar alleen mochten stemmen als ze korter dan 15 jaar daar verbleven. Elke burger met de nationaliteit van een lidstaat heeft ook het EU-burgerschap, dat niet alleen verblijfsrechten geeft in een andere lidstaat, maar ook recht op gelijke behandeling. Met de Brexit staan deze rechten voor deze groep burgers op het spel, waaronder 73.000 Nederlanders in het Verenigd Koninkrijk. Na een Brexit verliezen de Britse onderdanen, in principe, hun EU-burgerschap en de rechten die daarbij horen. Voor EU-burgers wordt het lastiger om hun rechten als EU-burger te (blijven) gebruiken in het Verenigd Koninkrijk.

Lauw onthaal voor vijfjaars-voorwaarde

Na ruim een jaar van onzekerheid heeft May deze week voorgesteld dat EU-burgers die minstens vijf jaar rechtmatig onafgebroken in het Verenigd Koninkrijk hebben verbleven hun verblijfsrecht behouden en gelijk worden behandeld als de Britten ten aanzien van onderwijs, sociale voorzieningen, pensioenen en gezondheidszorg. Terecht is dit voorstel lauw onthaald door de andere Europese regeringsleiders, want de vijfjaars-voorwaarde sluit velen uit en ook is onduidelijk wat de precieze vervaldag is waarop EU-burgers niet meer aan deze voorwaarde kunnen voldoen. Over de rechten van gezinsleden repte het voorstel evenmin. Helaas is deze grote groep gemigreerde burgers nu dus toch speelbal geworden in het onderhandelingsproces, wat vraagt om krachtig optreden van EU zijde om de impact van de Brexit op hun levens zoveel mogelijk te beperken. May’s voorstel om de interpretatie van de rechten van deze burgers aan de Britse rechter of een specifiek arbitragehof over te laten, moet om die reden van de hand worden gewezen. Het Hof van Justitie van de EU vervult die taak sinds jaar en dag en dat zal zo blijven voor de rechten van andere EU-burgers. Het is niet wenselijk dat die rechten een verschillende uitleg en reikwijdte gaan krijgen voor deze specifieke groep gemigreerde burgers.

VK is tweede handelspartner voor Nederland

Maar de naderende Brexit brengt ook nogal wat sociaal-economische consequenties voor de niet-migrerende Unieburgers met zich mee. Na Duitsland is het VK de tweede handelspartner van Nederland, goed voor zo’n 20 miljard euro verdiensten aan export. En naar schatting zorgt de economische relatie van Nederland met het VK voor zo’n 200.000 banen in Nederland. Afhankelijk van welke handelsregeling met het VK overeen zal worden gekomen, en of die er wel (op tijd) komt, zal de Brexit Nederlandse ondernemers en werknemers dus meer gaan raken dan nu al het geval is. Maar dat geldt bijvoorbeeld ook voor de Nederlandse vissers die veel minder toegang tot de Britse wateren dreigen te krijgen, onderzoekers die niet meer in Europese projecten kunnen samenwerken met Britse collega’s, consumenten die hun mobiele telefoontarieven kunnen zien stijgen in het VK en de Europese zorgpas daar niet zomaar meer kunnen gebruiken en studenten die maar moeten afwachten of ze nog naar het VK kunnen voor uitwisseling. En wat gebeurt er met de in EU-verband gerealiseerde grensoverschrijdende aanpak van criminaliteit en terrorisme en uitwisseling van informatie van verdachten, milieu- en consumentenbescherming, etc.?

Toch schijnt er ook een licht uit Pandora’s doos. Door de Brexit stonden nationale verkiezingen nooit eerder zo in het teken van voor of tegen de EU zijn. De verkiezingsuitslagen in Nederland en Frankrijk kunnen worden gezien als een stem tegen de onzekerheid en polarisatie die de Brexit beslissing heeft gebracht en als een ‘ja’ voor Europa. Uit onderzoek blijkt ook dat Nederlanders zich in het afgelopen jaar positiever zijn gaan voelen over de Europese Unie. Het is wellicht ironisch dat door de Brexit de EU onderdeel is geworden van een breed maatschappelijk debat en ook een verbindende kant blijkt te hebben, getuige de ‘March for Europe’ bijeenkomsten in enkele grote steden. Daarmee begint de politieke dimensie van het EU-burgerschap echt vlees op de botten te krijgen en ontstaat er meer ruimte voor een constructieve discussie over hoe Europese samenwerking zo vorm kan krijgen dat elke EU-burger daarvan profijt heeft.

Prof. Linda Senden is hoogleraar Europees recht aan de Universiteit Utrecht en lid van de AIV, Commissie Europese Integratie.
Dr. Hanneke van Eijken is universitair docent Europees recht aan de Universiteit Utrecht. Ze promoveerde in 2014 op een proefschrift over Europees burgerschap en was de afgelopen jaren betrokken bij een multidisciplinair onderzoek naar Europees burgerschap in de lidstaten.