Recensie

Chaos en verstilling bij energiek begin Robeco SummerNights

De Robeco SummerNights zijn begonnen. De pianobroers Jussen schitterden in Poulenc. Het Radio Filharmonisch bracht fijne chaos.

Raffinement in ‘Le Sacre’ bij Robeco SummerNights van RFO met chefdirigent Markus Stenz Foto Frans van der Woerden

Zomer in het Concertgebouw herken je aan de fleurige toets: bloemen, bonte lichten, poortprinsesjes met roze ballonnen. Na het reguliere seizoen staan juli en augustus in het teken van de Robeco SummerNights. De nadruk ligt op toegankelijk klassiek, maar er is ook ruimte voor moderne meesterwerken, pop, jazz – en zelfs yoga.

De aftrap was zeer geslaagd, met Arthur en Lucas Jussen die soleerden in Poulencs Concert voor twee piano’s. Hun opname ervan (met het Concertgebouworkest en Stéphane Denève) gooide afgelopen lente hoge ogen. De notensalvo’s die de Jussens in het openingsdeel op elkaar afvuurden waren percussief en perfect getimed. De broers spelen met zodanige eenheid van adem en intentie dat je amper hoort waar de een ophoudt en de ander begint. Behalve voor ritmische vitaliteit zorgden ze ook voor pure klankschoonheid en verstilling, zoals in de droomcoda van het eerste deel en het klokachtige slot van de finale. Dat de klik met het Radio Filharmonisch zo goed was lag ongetwijfeld ook aan de hartelijke persoonlijke band – hun vader Paul is paukenist in het orkest.

De Jussens spelen Poulenc, in 2009. Tekst gaat door na de video

Het RFO speelde ook in de overige stukken uitstekend onder de energieke Rus Stanislav Kochanovsky. In dansstukken van Ravel en de balletmuziek Romeo en Julia van Prokofjev toonde Kochanovsky een stevige greep op de grote lijn, gestut met vette fortissimo’s, maar ook met een scherp oor voor detail.

Chaosfantasieën

Zondagavond bracht hetzelfde orkest onder chef Markus Stenz een fijn thematisch programma met twee chaosfantasieën (o.a. uit Haydns Schöpfung), gevolgd door baanbrekende stukken van Beethoven en Stravinsky. Le Cahos van Jean-Féry Rebel begint met een heus clusterakkoord – alle tonen van de d-klein-toonladder tegelijk. Rebel was zijn tijd twee eeuwen vooruit, en al bleef het schokeffect in deze gestileerde uitvoering beperkt, het stuk vormde een sterke opmaat naar de manische ordeningsdrift in Beethovens Vijfde symfonie.

Stenz speelde het beroemde klop-op-de-deurmotief ‘in tempo’, dus niet breed uitgemeten. Terechte keuze, alleen klonk het vlot gespeelde eerste thema vervolgens wat rommelig, zodat de opening kortademig aandeed. Het ontbrekende raffinement werd wél aan de dag gelegd in Stravinsky’s schandaalsucces Le sacre du printemps: knetterende chaos, bezeten pompende ritmes, vervaarlijk zwoele onderbuikdansen. De rode draad raakte alleen wat uit zicht aan het slot, dat daardoor inboette aan urgentie.