Zo’n kopman als Kittel willen ze allemaal wel

De eerste massasprint

In de eerste sprint, na een rit grotendeels voor eigen publiek, maakte Marcel Kittel zijn favorietenrenrol meteen waar.

Met overmacht sprint Marcel Kittel naar de overwinning in de eerste massasprint in de Tour de France, zondagmiddag in Luik. Foto ANP

Op 24 januari 2011 rijdt Marcel Kittel in de Ronde van Langkawi in Maleisië mee met de sprinttrein van Kenny van Hummel, een Nederlandse sprinter bij Skil-Shimano, voorloper van Team Sunweb. Kittel, een breedgeschouderde, kaalgeschoren twintiger uit Arnstadt geldt dan als een beloftevolle tijdrijder – in 2010 werd hij derde bij het WK voor beloften. In die hoedanigheid is hij een soort motor in de sprinttrein en mag hij de sprint aantrekken voor zijn collega. Een rol in de schaduw, maar Kittel is pas net prof, die vindt alles best.

Maar als het peloton op de finishlijn in Butterworth afstormt en Kittel eens stevig aan zijn stuur sjort, kan Van Hummel zijn wiel niet houden. Kittel wordt vijfde, Van Hummel achtste. De Nederlander voelde het al aankomen tijdens een trainingskamp in Malaga, zegt hij over de telefoon: „Van de tien sprintjes die we deden, versloeg hij me acht keer. En die andere twee keer speelde ik vals. Ik had gelijk in de gaten dat hij meer kon dan tijdrijden alleen.”

Meteen wordt de pikorde bij Skil-Shimano gewijzigd, zonder Kittels medeweten. „Dertig kilometer voor de finish riepen we hem bij ons”, zegt Van Hummel. ‘We gaan voor jou rijden vandaag’, riepen we. Hij schoot totaal in de stress. ‘Maakt niet uit waar je eindigt. Tiende zou al hartstikke mooi zijn!’”

Foto Shimano Benelux

Met nog 350 meter te gaan in de etappe naar Sitiawan komt Kittel op kop. Hij pakt razendsnel twee fietslengtes voorsprong op de rest en wint met overmacht. Het is de geboorte van een sprintfenomeen. Hij wint dat jaar zeventien wedstrijden, het hoogste aantal ooit voor een eerstejaars prof. Van Hummel: „We zijn heel snel een verschillend programma gaan rijden. Anders zou ik zijn ontwikkeling alleen maar in de weg staan.”

Een verlegen jongetje

Onder Merijn Zeeman, nu ploegleider bij LottoNL-Jumbo maar destijds bij Skil-Shimano, ontwikkelt Kittel zich in rap tempo van een verlegen jongetje tot een krachtmens met de uitstraling van een begenadigd kampioen. „We ontdekten dat hij ontzettend goed reageert op krachttraining. Het piekvermogen dat deze jongen kan trappen is zeer hoog. Als hij vrij kan accelereren, kan niemand hem bijhouden. Dan is hij de beste sprinter ter wereld”, aldus de man die met Dylan Groenewegen een sprinter in huis heeft die Kittel moet zien te kloppen.

In 2015 had Kittel een moeilijk jaar. Alleen in de Ronde van Polen kon hij een keer juichen. Het werd een verloren seizoen, en niemand weet waarom. Er werd gesproken over een burn-out, maar dat ontkende hij stellig. Aan het eind van dat jaar nam hij afscheid van Giant-Alpecin en verkaste hij naar zijn huidige ploeg, Quick-Step. Daar won hij weer, fysiek hersteld en bevrijd van twijfel.

Op deze zondagmorgen staat er een indrukwekkend sportmens in Düsseldorf, met helblauwe ogen die gretigheid maar ook kalmte uitstralen. Het is een dag waarop van hem wordt verwacht dat hij de Duitse fans op een ritzege trakteert. Hij voelt ook best wat spanning, zegt hij, met dijen als boomstammen, een vlijmscherpe kaaklijn, een torso van een jongeman die in de kracht van zijn leven geregeld de sportschool onveilig maakt. Hij is trots dat de Tour in zijn land start. Toen dat in 1987 voor het laatst gebeurde, moest Kittel nog geboren worden. „Die aankomst in Luik, dat is wel wat voor mij”, glundert hij.

Welbespraakt doet Kittel zijn verhaal, ook in het Nederlands – hij is al even samen met de Nederlandse volleybalster Tess von Piekartz. Een vriendelijke jongen, die zich in elke groep snel aanpast, zegt Van Hummel.

Koen de Kort, renner bij Trek-Segafredo en oud-collega van Kittel, is al jaren een goede vriend van de Duitser. „Hij is supersociaal, en hij weet precies hoe hij de steun van zijn ploegmaten moet verdienen. Na de Tour van 2013 [Kittel won dat jaar vier etappes, red.] gaf hij het hele team een fixie cadeau, een special edition. Die fiets hangt nog steeds in mijn woonkamer aan de muur.”

‘Een jongen naar mijn hart’

Merijn Zeeman heeft nog regelmatig contact met Kittel, ook al werken ze niet meer samen: „Marcel is een jongen naar mijn hart, ik heb altijd een goed gevoel bij hem gehad. Hij is zelfkritisch, goed coachbaar, en heeft interesse in de wereld. Van al dat succes kan je gaan zweven, maar bij Marcel gebeurt dat niet. Ik gebruik hem regelmatig als voorbeeld als ik Dylan uitleg hoe het moet.”

Bij de bookmakers stond er maar één man bovenaan het lijstje voor winst in Luik: Kittel. Er ging van alles mis in zijn sprinttrein, op 350 meter van de finish stond hij er alleen voor. Maar net zoals in de Ronde van Langkawi, zes jaar geleden, was hij toch de beste. Het was alweer zijn tiende ritzege in de Tour. Nog drie en hij is de beste Duitser ooit.

Na de finish barstte Kittel in tranen uit. „Dit is een herinnering die ik nooit zal vergeten. Er stonden meer mensen langs de kant dan ik verwacht had. Ik denk dat mijn land de wielersport na jaren van doping weer in de armen heeft gesloten.”