Een afgebroken kiel ontnam een ervaren zeeman het leven

Frans Maas (1937-2017)

Hij ontwierp en bouwde zeiljachten die wereldwijd races wonnen. Bij een zeilongeluk kwam hij zaterdag om het leven.

Foto: Wilma Valk

Van de vele tientallen zeiljachten die Frans Maas ontwierp en bouwde was Capella hem vermoedelijk het liefst, al meer dan twintig jaar zijn vaste wedstrijdscheepje. Er is er maar één van gebouwd, thuishaven Breskens. Net als Frans Maas.

Er is een foto van het stoere jachtje met zijn blauwe romp en vrolijke bemanning, vlak voor ze vrijdag bij Zeebrugge over de startlijn gingen voor de Light Vessel Race. Vorig jaar werd hij met Capella nog tweede in zijn klasse bij deze traditionele wedstrijd op de Noordzee. Dit jaar liep het anders.

Zaterdagmiddag werd de wedstrijdleiding ongerust toen Maas niet terug was. Om half drie werd het schip gevonden, omgekeerd, zonder kiel en met drie onderkoelde bemanningsleden die al zes uur op de romp zaten. Een van de drie was Maas’ kleinzoon (17). Voor Maas (79) en zijn maat, de Breskense scheepstuiger Freddy Franssens (70), kwam hulp te laat. Een 18-jarige opvarende is nog spoorloos.

Frans Maas werd in 1937 geboren en kwam in de jaren vijftig in het bedrijf van zijn vader: een scheepswerf die viskotters repareerde en zeiljachtjes bouwde. Maas’ eigen doorbraak als ontwerper werd geforceerd door een andere ‘Bressiaander’, de offshore-reder en zeezeiler Piet Vroon, die decennia met hem samen zeilde: Vroon als schipper, Maas als stuurman (en kok als hij niet aan het roer zat).

Vroon vroeg hem eind jaren zestig een snel schip te tekenen en te bouwen. Het werd Tonnerre de Breskens, een stalen jacht van elf meter dat in zijn eerste jaar zestien wedstrijden won, waaronder de hoofdprijs tijdens Cowes Week. Schoonheidsprijzen kreeg het niet. „Maar dat kon mij weinig schelen”, zegt Vroon (86), op de terugweg van een wedstrijd in Zuid-Engeland, en intussen toe aan zijn vierde Tonnère (Maas bouwde alleen de eerste).

Piepjonge techniek

De Standfast, de jachtenserie die Maas in de jaren zeventig wereldfaam zou bezorgen, was het eerste schip dat hij bouwde in polyester, in die tijd een piepjonge techniek. De Standfast was „jaloersmakend sensationeel”, zegt Michiel Scholtes, zeezeilinstructeur en schrijver. Hij herinnert zich een wedstrijd waarin hij voor het eerst een Standfast zag. „Er deden twee Standfasts mee, en die waren voor het middaguur al uit het zicht verdwenen.”

Scholtes noemt Maas „een van de groten” onder de Nederlandse jachtontwerpers. Sommige maken, kras gezegd, één type schip en verkopen dat in alle formaten. Maas besloeg het hele spectrum van toerjachtjes tot extreme oceaanracers. Van zware ‘langkielers’ tot lichtere ‘rondspanten’ met gescheiden roer en kiel.

Hoe de kiel van Capella kon afbreken, is nog een raadsel. „Een tragische zaak, want er was amper iemand die beter voor zijn spullen zorgde dan Frans”, zegt Piet Vroon. Zeker is dat dit ongeluk in de zeilwereld opschudding zal veroorzaken: weer verliest een degelijk schip met een ervaren bemanning onder niet-extreme omstandigheden zijn kiel, met dodelijke afloop.

Onverbiddelijke elementen

Frans bewonderde ‘lichte’ ontwerpen, zoals die van E.G. ‘Ricus’ van de Stadt (1910-1999), maar zelf deed hij daar niet aan. „Zeilschepen moeten nu eenmaal de zee op en daar heersen onverbiddelijk de elementen”, zei Gerard Cok, voor wie Maas in 2002 zijn grootste schip voltooide, de Standfast 64, een schip van bijna twintig meter. „Het zal dus in eerste instantie zwaar genoeg gemaakt zijn, om pas nadien gewicht te sparen waar dit kan.” Op comfort. Dat doordrenkte zijn ontwerpen: zeewaardigheid en zeileigenschappen eerst.

Om zijn degelijkheid lieten ook anderen hun ontwerpen bij Maas bouwen, onder wie de Amerikaan Ted Hood, wiens door Maas gebouwde jacht meedeed aan de Whitbread Round the World Race (de huidige Volvo Ocean Race). De hoge dollarkoers hielp, en in die tijd deed Maas zelf ook goede zaken met zijn boten in Amerika. Toen de dollar kelderde, kreeg het bedrijf problemen en ging in 1980 failliet. Dat zou later, na een doorstart, nog eens gebeuren.

Als je hem niet kende kon hij stug lijken, de lichte argwaan van Zeeuws-Vlamingen tegen ‘de overkant’. Na zijn pensionering bleef Maas vitaal. Als hij niet op het water was, was hij wel met restauratieprojecten bezig. Ook bleef hij voor anderen boten tekenen, onder meer de C-Yachts van de werf Zaadnoordijk. De C stond voor ‘compromis’; de lijnen legden het af tegen de C van comfort.

Het beeldscherm, dat ook in het zeezeilen oprukt, hoefde voor Frans Maas niet speciaal. Hij zeilde allereerst met een kien gevoel voor stroom en wind. „Hij was de rust zelve”, zegt Piet Vroon. „Bouwer en ontwerper is een zeldzame combinatie”, zegt Roy van Aller, oud-voorzitter van de Breskense watersportvereniging. „Maar Maas was ook nog eens een goeie zeeman.”

Correctie: eerder stond in dit artikel E.G. van der Stadt. Dat moet Van de Stadt zijn.