Spoedeisende hulp moet vaker patiënten weigeren

Ziekenhuizen

Als spoedafdelingen vol zijn, moeten ambulances verder rijden. Dat probleem wordt erger door de vergrijzing.

Foto Lex van Lieshout/ANP

Wie in Noord-Holland en Flevoland met spoed naar een ziekenhuis moet, wordt dit jaar veel vaker geweigerd omdat de spoedeisende hulp vol is. Dit blijkt uit een rapport van SpoedZorgNet en onderzoeksbureau Fluent, dat gegevens bekeek van negentien ziekenhuizen. De verslechtering is opmerkelijk, omdat minister Edith Schippers (Volksgezondheid, VVD) een jaar geleden al voor het probleem werd gewaarschuwd door artsen en ziekenhuizen.

In het eerste kwartaal van dit jaar sloot in Noord-Holland en Flevoland meer dan 1.330 keer een eerste hulp, traumakamer, eerste harthulp of trombolysefaciliteit vanwege extreme drukte. In het eerste kwartaal van vorig jaar moesten de afdelingen in de regio 970 keer dicht. Vijf jaar geleden gebeurde dit nog minder dan honderd keer.

Nog ernstiger, blijkt uit het rapport, is de duur van de patiëntenstops. Ten opzichte van het laatste kwartaal van vorig jaar sluiten de afdelingen nu 50 procent langer hun deuren. Waar bijvoorbeeld de eerste harthulp in deze ziekenhuizen samen vorig jaar nog 16 uur per dag sloot, is dat nu 22 uur.

Een patiëntenstop betekent dat spoedafdelingen van ziekenhuizen vol liggen. Ambulances moeten dan verder rijden met patiënten, zeker als meerdere ziekenhuizen tegelijk een stop hebben. Dat kan gevaarlijk zijn: patiënten die bijvoorbeeld trombolyse nodig hebben, moeten binnen 4,5 uur na een beroerte worden behandeld.

Lees hier een interview met de leider van de spoedeisende hulp van een Amsterdams ziekenhuis: ‘Er is iets grondig mis, als de spoedzorg steeds verstopt zit’

Brandbrief

Nadat SpoedZorgNet, een verzameling van zorginstellingen, vorig jaar een brandbrief had geschreven over de patiëntenstops, ondernam het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) actie. Er werd een ‘VWS-praktijkteam’ opgericht, de minister belegde rondetafeloverleggen, er worden meer spoedeisendehulpverpleegkundigen opgeleid. Het ministerie trok ruim 25 miljoen euro uit voor ambulancezorg, en 55 miljoen voor speciale plekken voor ouderen om hun terugkeer naar huis voor te bereiden.

Michiel Gorzeman, unitleider van de spoedzorg in het OLVG, ziet desondanks nog geen verschil: „Ik weet niet waar dat geld gebleven is. Als dokter zie ik dat de situatie er niet beter op is geworden.” Een van de belangrijkste oorzaken van de sterke verergering van het probleem is dat ouderen – mede doordat het kabinet verzorgingshuizen afbouwt – steeds langer thuis wonen. Vorig jaar kwamen 20 procent meer ouderen in het ziekenhuis dan een jaar eerder.

Schippers stelt dat met alle regio’s afspraken zijn gemaakt om in ieder geval patiënten in acute nood altijd op te nemen. Het is volgens haar woordvoerder „niet realistisch” om te verwachten dat de problemen binnen een jaar „structureel en in de breedte” zijn opgelost. De minister verwacht dat het probleem door „de demografische ontwikkeling de komende jaren alleen maar zal toenemen”.