In Mosul vecht IS niet meer terug

Mosul

Onze correspondent Gert Van Langendonck is op dit moment in Mosul. Het IS-bolwerk in Irak is bijna gevallen, maar de strijd is nog niet voorbij.

Foto Reuters/Alaa Al-Marjani

Bij het verzamelpunt van het Iraakse leger nabij de oude stad van Mosul komen de gewonden in hoog tempo binnen. De ergste gevallen worden aangevoerd op de motorkap van de zwart geschilderde humvee’s van de Iraakse commandotroepen. Anderen arriveren strompelend, uitgeput door de hitte van bijna vijftig graden Celsius. Uitgehongerd ook.

Een man in een rolstoel laat zien hoe hij vier gaatjes heeft moeten bijmaken in zijn broeksriem. „Wij gingen dood in de oude stad. Door de gevechten en door de honger. Maar vooral door de honger. Aan het eind moesten we ons redden met bloem aangelengd met water.” Maar de mannen van IS aten wel goed. Terwijl wij verhongerden, vult een ander aan.

Hoewel de Iraakse premier al-Abadi vorige week donderdag het einde van IS uitriep is de strijd hier nog niet voorbij. Tijdens een bezoek op zaterdag is voortdurend het geknal van uitgaand mortiervuur te horen. Van de kant van IS komt niks meer.

„Het gevecht gaat door en er vallen nog steeds slachtoffers, vooral burgers”, zegt een Iraakse officier. „Ons grootste probleem nu”, zegt een Iraakse officier, „zijn sluipschutters, bermbommen, kamikazes. Maar verder vecht IS niet echt meer terug.”

Het gevecht gaat door en er vallen nog steeds slachtoffers, vooral burgers

Nu het gevecht zich afspeelt in de steegjes van de oude stad gaat het niet meer over het veroveren van wijken. De Iraakse troepen spelen in de steegjes van de oude stad een kat-en-muisspel met de laatste honderden IS-strijders die zich daar verbergen. Voor de resterende burgers is het chaos.

„Gisteren is mijn huis gebombardeerd”, zegt een man. „We zijn naar het huis van mijn zus gegaan. Maar toen kwam IS. Ze hebben ons allemaal op straat gezet en hebben hun eigen families in het huis geïnstalleerd.”

Video: Hoe Islamitische Staat opstond en weer ondergaat

IS verhindert mensen die willen vluchten

Een man vertelt hoe IS-strijders, sommigen van hen gewond, die ochtend zijn deur hebben ingestampt. „Ze zijn drie uur gebleven tot ze zich moesten terugtrekken voor de gevechten. Wij zijn naar het Iraakse leger toegelopen.”

Foto AFP/Ahmad Al-Rubaye

Er zijn verhalen over hoe IS zelfs op het laatste moment burgers verhindert te vluchten. IS gooit mensen die willen vluchten soms in putten die zijn geslagen door Amerikaanse bommen, zegt iemand. Een familie van 19 personen is geëxecuteerd, weet iemand anders. Hun lijken hebben ze op straat gedumpt.

De Iraakse soldaten bij het verzamelpunt zijn nerveus, telkens als er burgers op hen afkomen. Ze zijn bevreesd voor zelfmoordacties. In de moskee op de hoek zit de inlichtingendienst van het leger met computers. „We scheiden de mannen van de vrouwen, en we controleren hun identiteitspapieren aan de hand van een lijst die we hebben van bekende IS-strijders”, zegt een inlichtingenofficier. „Ze proberen te ontsnappen met de burgers.”

De officier zegt dat ze op die manier al tientallen IS-strijders hebben onderschept. „Mannen vermommen zich als vrouwen, ze vervalsen hun identiteitspapieren. We hebben ook een vrouw tegengehouden met een baby die een bomgordel omhad.”

Dat IS ook vrouwelijke kamikazes inzet is een hardnekkig gerucht. Maar harde bewijzen daarvoor ontbreken. In Mosul is om veiligheidsredenen een niqabverbod ingesteld, maar op zaterdag waren in het straatbeeld nog tal van vrouwen met de gezichtsbedekkende zwarte sluier te zien.

Verder van de frontlijn, in wat overblijft van het algemeen ziekenhuis van West-Mosul, werkt sinds een maand de 41-jarige Nederlandse fysiotherapeut Guido Versloot voor het Internationale Rode Kruis. „Dit was een IS-ziekenhuis. Dat kan je nog zien aan de posters waar de ogen zijn weggekrast, zelfs die van Mickey Mouse”, zegt Versloot. Wie het ziekenhuis in brand heeft gestoken is onduidelijk.

Op zaterdag is het er betrekkelijk rustig. Dat was ooit anders. „We zien nu vooral lichtgewonden en mensen uit de buurt met gewone klachten. Patiënten met afgerukte ledematen zien we niet meer. Maar het kan ook zijn dat die ons niet meer weten te vinden.”

„We zijn een paar keer geëvacueerd omdat de mortiergranaten te dicht bij het ziekenhuis vielen. Op sommige dagen hingen de Iraakse gevechtshelikopters boven het ziekenhuis en schoten ze van hieruit op de IS-posities. Op een dag is een meisje geraakt door een huls van zo’n helikopter.”

We zijn een paar keer geëvacueerd omdat de mortiergranaten te dicht bij het ziekenhuis vielen

Buiten op een bankje zit de 17-jarige Hamza met zijn moeder en zijn vriend Omar, 14. Hun wijk is al drie maanden geleden bevrijd door het Iraakse leger. Ze zijn hier omwille van een morbide taak. „Elf dagen geleden is een tante geraakt door een bermbom terwijl ze probeerde te vluchten. Haar lijk heeft al die tijd op straat gelegen. Pas vandaag hebben we haar met hulp van soldaten naar hier kunnen brengen.”

Hij hoopt dat de toekomst banen brengt

Hamza’s familie is zwaar getekend door de strijd met IS. Twee broers zijn gedood door de terreurbeweging: eentje omdat hij probeerde te vluchten, een ander omdat hij ervan verdacht werd een spion te zijn voor het Iraakse leger.

De familie gaat Mosul niet verlaten. „Ons huis is beschadigd maar niet al te erg,” zegt Hamza. Hij hoopt dat de toekomst banen zal brengen voor jongens als hij. Misschien bij een ngo.

Hamza hoopt dat Mosul niet terugkeert naar de situatie voor de komst van IS, toen er wederzijdse haat was tussen het voornamelijk shi’itische Iraakse leger en de sunnitische bevolking van de stad. „Ik hoop dat zij een ander beeld van ons hebben na alles wat ons is aangedaan door IS”, zegt Hamza. „Ik hoop dat we hem straks niet opnieuw moeten haten.”

Foto Reuters/Alaa Al-Marjani

In een huis in een kapotgeschoten buurt nabij de oude stad zitten soldaten van de 16de divisie van het Iraakse leger te rusten. Ook zij hopen op vrede na veertien jaar bijna onafgebroken oorlog in Irak. „De mensen hier hebben een ander beeld van het Iraakse leger nu,” zegt sergeant Jassim Mohammed Abbas, een 32-jarige sunniet uit Bagdad. „Ze kussen onze humvee’s wanneer ze ons zien komen.”

De brigade van Abbas heeft tegen IS gevochten in Fallujah, Ramadi en elders. De mannen schatten dat ze in die tijd her en der zo’n duizend collega’s verloren op een roterend totaal van 4.000. Straks verlegt de strijd zich naar Hawija en Tel Afar, de laatste IS-bolwerken in Irak. Abbas haalt zijn schouders op wanneer hij naar zijn toekomst wordt gevraagd. „Het is allemaal politiek.” Hij vraagt naar de situatie van de Iraakse vluchtelingen in Nederland. „Veel collega’s hebben er de brui aan gegeven en zijn nu vluchteling in Nederland.”

De 30-jarige Bakhtyar, de enige Koerd in de eenheid, is pessimistisch. Hij zegt een nieuwe sektarische strijd te verwachten. „Natuurlijk komt er een nieuwe oorlog nadat IS straks is verslagen”, zegt hij. „En hij zal opnieuw sektarisch zijn.In Irak kan je je maar beter op het ergste voorbereiden.”