Trumps bezoek aan de paus

De woede van Donald Trump over nepnieuws is terecht

Illustratie Cyprian Koscielniak

Ik voel mee met president Trump, als het gaat om zijn woede over nepnieuws. Neem het bezoek van Donald Trump aan paus Franciscus.

De paus maakte dertig minuten vrij voor de president. Omdat de kerkelijk leider om negen uur al weer op het Sint Pietersplein moest zijn, voor zijn geliefde, gewone volk, arriveerde de president van Amerika iets voor half negen. Ik keek via de livestream van het Vaticaan, waar het bezoek tot in details te volgen was, mee. Paus en president gingen vriendelijk met elkaar om, ze lachten en keken soms ernstig. Met Melania Trump werd nog een grapje gemaakt over eten.

Om tien over negen was het voorbij: tien minuten later dan gepland.

Wat vernam ik in de media? Dat het bezoek korter duurde dan dat van Obama, dat de paus nors keek en dat Trump aangeslagen oogde. Drie keer onzin. Dat weet ik zeker, want ik zag het op de livestream.

Een paar weken later kwamen koning Willem- Alexander en koningin Maxima bij de paus. Ook zij hadden een afspraak van dertig minuten. Uiteindelijk duurde hun ontmoeting zesendertig minuten. En wat schreven de kranten? Dat de koning wel zes minuten meer had gekregen dan Trump en dat de paus, anders dan bij Trump, lachte. Twee keer flauwekul dus.

Ons wordt wijs gemaakt dat de paus baalde van Trump en gein had met onze koning. Maar op een van de foto’s met Willem-Alexander en Maxima trok de paus zijn gebruikelijke chagrijnige muil. Van de vrolijke momenten met Trump heb ik geen foto gezien. Het gaat nergens over, maar schamen journalisten zich nooit voor hun nepberichtgeving?

Intensieve veehouderij (1)

Dierenartsen in de tang

„Honderdduizenden dieren worden levend vervoerd omdat het in het ene land een paar centen goedkoper is om ze vet te mesten of te slachten dan in het andere.” Dat is de kern van het opinie-artikel van een aantal dierenartsen (Kom in verzet, dierenarts. Dit is geen dierenwelzijn, 26/6).

We hebben gekozen om voor de laagste voedselprijzen de wereldmarkt op te gaan. En ja, dan krijg je dierenleed, te veel vee en stikstof-uitstoot.

We kunnen ook voor een ander model kiezen. Mikken op de Europese markt, ook wat betreft de productie, en Europese welzijns- en milieunormen hanteren. En geen export van gesubsidieerde producten meer: dan kunnen de ontwikkelingslanden opgelucht ademhalen en hun eigen (voedings-)industrie gaan ontwikkelen.

In 2020 is het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid aan herziening toe. Een mooie gelegenheid om de knop eens om te draaien. Er zijn al een paar landen aan het ‘schuiven’.

Maar ja, dit is Nederland, wij moeten toch zo nodig de wereld voeden? Daar moeten blijkbaar niet alleen de dieren, maar ook de dierenartsen onder lijden.

Intensieve veehouderij (2)

Geen respect voor dier

Het thema vlees slachten werd weer eens kritisch belicht (Hoe zieke biggen en vieze kippen op je bord belanden, 24/6). Er is sprake van wantoestanden, overheidsinstanties hebben geen grip, er is kritiek op het ritueel slachten.

In het artikel worden bedrijven en personen met naam en toenaam genoemd – en daar heb ik enige moeite mee. Volgens mij zijn we vooral op zoek naar redenen om ons eigen gedrag te rechtvaardigen. Met uitgangspunten als efficiëntie en dierenwelzijn komen we nooit tot de kern van het probleem. Het gaat om bewustwording. We willen de bewustwording bij het te slachten dier uitschakelen, maar ondertussen schakelen we vooral onze eigen bewustwording uit.

Ook ik ben een liefhebber van een mooi stukje vlees, maar de hoeveelheden vlees die wij naar binnen werken zijn onsmakelijk te noemen.

Het zichtbare gebrek in de maatschappij aan respect voor het leven begint steeds meer aan mijn geweten te knagen. Elk schepsel verdient respect.

Creatieve krijgsraad

Hoe krijgt die vorm?

In zijn artikel over de radicale islam pleit Teun Voeten voor de instelling van een ‘war council’ (Vergeet het klassieke slagveld. Welkom in de hybride oorlog, 24/6). Deze war council, die Voeten ook wel ‘creatieve krijgsraad’ en ‘defensief ecosysteem’ noemt, zou eerst een grondige analyse moeten maken van het conflict met de radicale islam.

Vervolgens zou de raad effectieve strategieën moeten uitstippelen en uitvoeren. De council zou niet alleen uit militairen, politiemensen, hackers, geheim agenten, gederadicaliseerde moslims en arabisten moeten bestaan, maar ook uit kunstenaars, scenarioschrijvers, burgers, antropologen, economen, theologen en filosofen. Het zou fijn als Voeten ook uitlegt hoe deze creatieve krijgsraad zijn analyse moet maken en waarom juist deze personen zitting moeten nemen in zo’n raad. Zo lang hij dat niet doet, blijft zijn voorstel een vrijblijvend en vaag verhaal.

Euthanasie

Een dier heeft het beter

Een gewond dier heeft een beter einde dan een dement mens.

Mijn moeder was lief, ze leek niet ongelukkig en haar verzorgsters waren dol op haar. Ze leed aan Alzheimer – mij herkende ze niet meer. Hoewel ze na die diagnose haar dringende euthanasieverzoek direct goed had laten vastleggen via de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde (NVVE), wilde de arts geen euthanasie toepassen.

En ik kon de gedachte niet verdragen haar stiekem het hoekje om te helpen.

Toen viel ze en brak haar heup. Haar tweede, nadrukkelijk achtergelaten wilsverklaring behelsde een behandelverbod. Deze wens bleek minder moeilijk in te willigen. Hoe logisch was het om dan ook meteen de eerste wilsverklaring, die van de euthanasie, te eerbiedigen, nu ze zo veel pijn had?

Er was geen sprake van. De verpleeghuisarts weigerde het euthanasieverzoek in te willigen. Nog tien dagen duurde het, tien akelige dagen van palliatieve sedatie met morfine, slaapmiddel, uithongering en uitdroging. En dat alles leidde nergens anders toe dan tot de dood – diezelfde dood die zij zich op een veel waardiger manier had gewenst.

Een gewond dier heeft het in Nederland beter dan een mens die zijn weloverwogen doodswens zelfs in zo’n situatie niet gehonoreerd krijgt.