Column

Ode aan intuïtie

Aan de vooravond van de Tour de France, tijdens de ploegvoorstelling in Düsseldorf, was al duidelijk wie de grote vedette van La Grande Boucle zou worden: Peter Sagan, uiteraard. De Slowaak hoeft er alleen maar te zijn, winnen is bijkomstig. Een fenomeen, uniek in zijn soort.

Ik herinner me de laatste twintig jaar niet één renner die zo onthecht kon koersen als Sagan. Zijn kapsel uit de tijd van de oude Grieken, leuk. Zijn grapjes in schattig steenkolenengels, leuk. Een podiummeisje kietelen, nauwelijks bezwaar. Zelfs zijn wheelie als juichmoment is een attractie op zichzelf geworden. Sagan is ten voeten uit rock-’n-roll.

In de tijd van Gerben Karstens, Djamolidin Abdoesjaparov, Jeroen Blijlevens en andere sprinters op de kracht der zotheid was de Tour soms ook meer circus dan koers, maar geen van allen had de palmares van Peter Sagan. De Slowaak is niet alleen eigenzinnig in zijn humor en verbale krachtpatserij, hij is het ook met de benen. Een unieke combinatie. Daarom is zijn charisma van de slappe lach nooit een probleem.

Uiteraard zal hij ook dit jaar in de groene trui over de Champs Elysées flitsen. Hij is veelzijdiger dan de rassprinters en ook sluwer in zijn wedstrijdanalyse. Sagan is een ode aan de intuïtie. Ik denk dat Tom Dumoulin hem daar vrij dicht in benadert. Ook met een air van: wie doet me wat? En natuurlijk met de uitzonderlijke klasse van een multidisciplinaire genade. Beiden zijn levenskunstenaars die de nodige dosis je-m’en-foutisme in zich dragen. Zelden verkrampt in hun verwachtingen en nog minder in het verloop van de wedstrijd.

Vrijheidsjunks als cowboys in een vreemde stad. De winnaar van de Tour 2017 is ook bekend. Even zag het er naar uit dat Richie Porte voluit voor het geel in Parijs zou gaan, maar hij komt geen etappewedstrijd door zonder inzinking. Altijd weer is er die jour sans die hem op achterstand slaat. Daarnaast is Team Sky een geoliede machine, terwijl BMC een ratatouille van individualisten is. Greg Van Avermaet wil ook zijn ritje meepikken en zal zich niet leegrijden voor zijn kopman. En zo zijn er nog een half dozijn.

In het Critérium du Dauphiné liet Chris Froome zien dat zijn vormpeil nog een duw kon gebruiken. Reken maar dat dat intussen in stilte is gebeurd. De dominantie van deze hongerlijder zal nog wel een maandje intact blijven. Als robotmens weet hij wat hem te doen staat om er nog een procentje vet af te knijpen, zodat er alleen nog knoken overblijven op de fiets. Die gaan wat vlotter de bergen over.

Het zal wel aan mij liggen, maar in al die jaren dat Froome de Tour heeft gedomineerd, heeft hij me niet één keer kunnen ontroeren. Ik miste de ups en downs van een normaal mensenleven, ik miste de man die uit zijn bravoure viel en bang opkeek naar avondluchten. In mijn hart ligt hij als een koude, blinde scherf. Jeuk voor Angelsaksische wielrenners kan het niet zijn, want ik heb jaren gedweept met Tom Simpson en Sean Kelly is mij ook lief. Het is dat ingevroren computermodel Froome dat steekt.

De mens Robert Gesink is veel rijker. Hij zal zich moeten troosten met een etappezege, maar hij heeft het loden juk van de maniak van zich afgeschud. Weer compleet mens geworden.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver