Nederlands tennis kraakt: geen talent, gebrek aan topsportcultuur en ledendaling

Nieuwe beloften staan niet klaar, voormalige talenten zakken weg op de wereldranglijst of zijn gestopt, spelers worstelen met hun motivatie en hebben mentale problemen, op het nationaal trainingscentrum is het topsportklimaat niet optimaal en het ledenaantal is hard gedaald: tennis heeft het moeilijk in Nederland.

NRC sprak in aanloop naar Wimbledon, dat maandag begint, met ruim twintig betrokkenen over de oorzaken van het verval van de tweede sport van Nederland.

In 2010 had de tennisbond KNLTB nog 690.00 leden, in de afgelopen zes jaar is dat gedaald naar 583.000. Jeugd binden blijkt lastig. Het loopt parallel met de ontwikkeling van het verdwijnen van de verenigingscultuur. Commerciële tennisscholen nemen de rol over van de traditionele clubtrainer. Het ‘uurtje-factuurtje’ heeft zijn intrede gedaan.

De sport vergrijst en het wordt stiller op de club. „Jeugd ziet: er wordt niet veel georganiseerd op mijn club, ik ga naar een hockeyclub want daar ben je met een elftal en zijn er bierfeestjes”, zegt voormalig Davis Cup-captain Tjerk Bogtstra.

De bond heeft momenteel geen spelers in Jong Oranje. Bij de grand slams voor junioren was er de laatste jaren nauwelijks Nederlandse inbreng. Op het nationaal trainingscentrum in Almere, waar de toptalenten trainen , is de „topsportcultuur niet op het gewenste niveau”, zegt bondsdirecteur Erik Poel. Mede om die reden werd het contract van directeur sportief Jan Siemerink eerder dit jaar niet verlengd.

Een duidelijke lijn in de begeleiding van spelers ontbrak. Belofte Justin Eleveld kreeg in één jaar tijd acht verschillende bondstrainers mee op reis. „Er was totaal geen structuur. Het was een rommeltje”, zegt hij.

Val van het tennis pagina E24-27