IS kan weg zijn, IS-terreur blijft

Mosul

Het bestaan van IS als een staat met grondgebied, een bestuurlijk apparaat en een belastingstelsel loopt op zijn eind. Maar het geweld houdt niet op.

Strijdgebieden

De herovering van de al-Nouri-moskee, donderdag in Mosul, betekent volgens premier al-Abadi van Irak „het eind van Daesh”, Arabisch acroniem voor Islamitische Staat. Maar een aangekondigde overwinningsrede door Abadi in West-Mosul zelf bleef uit: veeg teken dat we van IS nog niet het laatste hebben gehoord.

Acht maanden na het begin van het offensief tegen IS in Mosul is de terreurbeweging daar militair gesproken zo goed als uitgeschakeld. De meningen verschillen nog of het Iraakse leger echt alle wijken controleert in de oude stad, waar naar schatting 300 IS-strijders zich hadden verschanst te midden van tienduizenden Iraakse burgers. Het doet er niet toe: de oorlog tegen IS zal niet eindigen met een capitulatie. Dat feit werd deze week nog onderstreept door een rapport van het Combatting Terrorism Center aan de Amerikaanse militaire school van West Point.

130 aanslagen per maand

Het rapport keek naar 16 steden in Irak en Syrië die recentelijk zijn bevrijd van IS. Vanaf het moment van hun bevrijding tot april 2017 heeft IS daar niet minder dan 1.468 aanslagen geclaimd. Oost-Mosul, in januari bevrijd, spant de kroon met 417 aanslagen, een gemiddelde van 130 per maand.

De auteurs van het rapport zeggen dat ze het succes van het Iraakse leger geenszins willen minimaliseren. „Maar dit rapport suggereert wel dat het louter verdrijven van IS als de formele heersende partij in een gebied niet volstaat om komaf te maken met de capaciteit van de groep om geweld uit te oefenen.”

Wendy Taeuber van het International Rescue Committee, een ngo, uitte deze week een gelijkaardige waarschuwing. „Zelfs als alle grondgebied is vrijgemaakt van IS-strijders en van onontplofte mijnen, dan nog zal IS de mensen in Irak blijven terroriseren, zoals recente aanslagen in Mosul, Bagdad en elders duidelijk laten zien.”

Ook in de hoofdstad omsingeld

Wat wel op zijn eind loopt is het nu precies drie jaar oude bestaan van IS als een ‘staat’ met grondgebied, een bestuurlijk apparaat en de mogelijkheid om inkomsten te generen uit de miljoenen mensen die er wonen. Behalve in Mosul wordt IS ook belegerd in het Syrische Raqqa, de ‘hoofdstad’ van het kalifaat, waar enkele duizenden IS-strijders nu geheel omsingeld zijn door de Syrian Democratic Forces, voornamelijk Syrisch-Koerdische strijders die de steun van de VS genieten.

Volgens een rapport van IHS Markit, een Britse militaire consultancy-firma, heeft IS sinds januari 2015 meer dan 60 percent van zijn grondgebied verloren, en 80 percent van zijn inkomsten. De propaganda van IS zelf reflecteert die neergang.

Volgens een analyse van het ICSR, een denktank van het Britse King’s College, bestond de IS-propaganda halverwege 2015 voor meer dan de helft uit utopische bespiegelingen over het leven in het kalifaat. In februari dit jaar ging tachtig percent van de propaganda over oorlogvoering.

Bekijk hieronder de video: hoe Islamitische Staat opstond en weer ondergaat

Herhaling van de geschiedenis

De kans is groot dat IS nu terugkeert naar zijn wortels. IS ontstond als Al Qaeda in Irak, een terreurbeweging die kon uitgroeien tot een guerrillabeweging door in te spelen op de grieven van de sunnitische bevolking tijdens de Amerikaanse bezetting van Irak, en later onder het discriminerend beleid van de shi’itische premier Maliki. Of de geschiedenis zich nogmaals herhaalt zal afhangen van hoe de Iraakse autoriteiten zich opstellen in het post-IS-tijdperk.

Het voorbeeld van Fallujah en Ramadi, twee steden die in 2016 heroverd werden op IS, is niet hoopgevend. Vooral Ramadi werd bijna geheel verwoest, en van heropbouw is nauwelijks sprake. Volgens de Iraakse regering is liefst 100 miljard dollar nodig om de schade te herstellen in gebied heroverd op IS.

IS anticipeert alvast op nieuwe spanningen door de sunnieten in IS-gebied angst in te pompen voor hun shi’itische en Koerdische bevrijders. Recente onthullingen over wreedheden tegen burgers door sommige Iraakse eenheden voeden die angst.