Cultuur

Interview

Interview

Age Bakker: „Vroeger werden begrotingen goedgekeurd en werd er – tikje gechargeerd – nooit meer naar gekeken. Nu zijn er kwartaalrapportages, en kritische pers, zo krijg je checks and balances.”

Foto David van Dam

‘Ik ben niet slechts de boekhouder die zegt wat er niet deugt’

Age Bakker

De toezichthouder op de financiën van de Antillen zwaait dit weekend af. Hij heeft daar meer gedaan dan alleen schulden saneren.

Als Age Bakker voor een onwetend publiek vertelt over zijn werk als financieel toezichthouder op de voormalige Nederlandse Antillen, begint hij altijd met een quiz, „een inburgeringsexamen”. Vraag 1: Uit hoeveel landen bestaat ons koninkrijk? De meeste mensen hebben geen idee dat naast Nederland ook Aruba, Curaçao en Sint Maarten autonome landen zijn, terwijl Bonaire, Saba en Sint Eustatius gemeenten van Nederland zijn. Vier is dus het juiste antwoord. „Ik denk dat maximaal 10 procent dat goed heeft.”

In de zaaltjes waar hij lezingen geeft, beginnen dan mensen zenuwachtig op hun stoel te schuiven als hij vervolgt. Vraag 2: Hoeveel officiële talen zijn er in ons koninkrijk? Velen komen op Nederlands en Fries, sommigen zijn na vraag 1 slim genoeg ook Papiaments te noemen. „Maar op Sint Maarten spreken ze Engels, dus je kunt bijvoorbeeld in het Engels naar de rechter”, vertelt hij dan. „Door historisch toeval zitten we samen in een koninkrijk, maar we weten er bijna niets van.”

Veel mensen zullen dan ook niet weten dat Bakker tot deze zaterdag voorzitter was van de colleges voor financieel toezicht (Cft) op de Caribische landen, die in 2010 werden opgericht. In die rol heeft hij de afgelopen jaren niet alleen de begrotingen van de Caribische eilanden tegen het licht gehouden, maar ook geprobeerd om iets van kennis over en begrip voor het koninkrijk over te brengen, aan beide kanten van de oceaan. „De politieke realiteit is dat er in Nederland weinig belangstelling voor is en een negatief beeld bestaat. Als ik zeg: dat financieel toezicht is eigenlijk best een succes, zeker als je kijkt hoe moeilijk het in Europa loopt, is de reactie vaak: dat kan wel zo zijn, maar er is ook heel veel mis.”

Vanuit de Antillen bereiken ons vooral berichten over criminaliteit, corruptie en politici die in hongerstaking gaan of zelfs vermoord worden. Het beeld wordt bepaald door een aantal Kamerleden die met „megafoonpolitiek” de publieke opinie beïnvloeden. Bakkers organisatie heeft hier alleen het nieuws gehaald wanneer de financiële problemen op de eilanden escaleerden. In 2012 kreeg Curaçao dankzij zijn Cft een zogeheten ‘aanwijzing’ om het te dwingen de begroting op orde te brengen. In 2015 gebeurde datzelfde met Sint Maarten. Tussendoor werd in 2014 afgedwongen dat ook Aruba, dat een uitzonderingspositie had, zich vanwege oplopende tekorten onder het financiële regime van het koninkrijk liet plaatsen. Maar Bakker kan bij zijn afscheid ook een succesverhaal vertellen: de eilanden hebben vaker kloppende begrotingen, politici doen minder onrealistische beloftes, er zijn impopulaire maatregelen genomen als het verhogen van de pensioenleeftijd, de transparantie is toegenomen en er is op de eilanden steun voor het financiële toezicht dat in Nederland bedacht is. „Vroeger werden begrotingen goedgekeurd en werd er – tikje gechargeerd – nooit meer naar gekeken. Nu zijn er kwartaalrapportages, en kritische pers, zo krijg je checks and balances.”

Bij het IMF had ik meegemaakt hoe desastreus het kan zijn als de overheidsfinanciën niet op orde zijn, ook politiek gezien.

Vader was minister overzees gebied

Age Bakker (67) kwam zelf voor het eerst op de eilanden toen die allemaal onder de Nederlandse regering vielen en zelfs Suriname nog een kolonie was. Zijn vader, Joop Bakker, was namens de ARP vicepremier in het centrum-rechtse kabinet De Jong. Hij was daarin naast minister van Verkeer en Waterstaat ook verantwoordelijk voor de overzeese gebiedsdelen. Dus toen Age Bakker, zelf ook lid van het CDA, na een carrière bij De Nederlandsche Bank en het IMF werd gevraagd om het financiële toezicht op de eilanden op te zetten en te leiden „was dat wel een bijzonder appèl, waarin mijn eerdere toezichtservaring en de persoonlijke band samenkwamen”.

Het Cft ontstond in 2010, toen op 10 oktober het land de Nederlandse Antillen werd opgeheven en de eilanden na een aantal referenda allemaal hun nieuwe status kregen. Dat nieuwe staatsverband ging gepaard met een schuldsanering voor Curaçao en Sint Maarten door Nederland, wat bijna 2 miljard euro kostte. Zo hoog mochten die schulden nooit meer oplopen. En daar moest Bakker op toezien. „Bij het IMF had ik meegemaakt hoe desastreus het kan zijn als de overheidsfinanciën niet op orde zijn, ook politiek gezien. Een regering krijgt dan niets meer voor elkaar. Dat soort begrotingsexcessen moesten op de eilanden worden voorkomen.”

Zou je niet ook in Europa naar mechanismen kunnen zoeken die goed gedrag belonen?

Bij De Nederlandsche Bank, waar Bakker bijna dertig jaar werkte, was hij bovendien betrokken geweest bij de invoering van de euro en het toezicht wat daarmee gepaard gaat. Dat is anders – en volgens Bakker minder goed – ingericht dan het toezicht op de eilanden. „Het grote verschil is dat wij niet alleen sticks hanteren, maar ook carrots hebben. Ik ben daar niet slechts de strenge boekhouder die zegt wat er niet deugt. Wij zijn er niet alleen om de harde waarheid te zeggen, maar ook om ze van betrouwbaar advies te voorzien. Als de landen hun begroting op orde hebben mogen ze voor concrete kapitaalinvesteringen als wegenbouw, scholen of een ziekenhuis wél geld lenen.” Dat soort voorzieningen betalen zichzelf uiteindelijk terug en houden werkgelegenheid op peil.

„In Europa gelden harde regels die erg op sancties zijn gericht. Waarvan we weten dat als ze de grote landen treffen, ze misschien niet worden toegepast. Zou je niet ook in Europa naar mechanismen kunnen zoeken die goed gedrag belonen? Nu zijn er alleen sticks, die ook nog eens niet consequent worden toegepast.” 

De Griekse schuldencrisis die in 2010 begon is niet een-op-een te vergelijken met die op Aruba, Curaçao en Sint Maarten, maar er zijn wel parallellen. Een belangrijk verschil in de externe bemoeienis is dat Griekenland in het oplossen van de schuldproblemen een primair overschot moet bereiken voor de hele begroting. „Voor de eilanden hebben we afgesproken dat de gulden financieringsregel geldt, zoals economen dat noemen: de gewone dienst moet sluitend zijn, maar er mag nog geïnvesteerd worden. In Europa is daar niet voor gekozen omdat men bang was dat daar van alles onder gebracht zou worden. Een zwembad, is dat een investering of een gewone kostenpost? En wie gaat dat controleren?”

Wat dat betreft kan het toezicht vanuit Brussel leren van dat op de Nederlands-Caribische eilanden, vindt Bakker. „Je moet politici natuurlijk niet op hun blauwe ogen vertrouwen, maar onder bepaalde condities zou er in Griekenland weer geïnvesteerd moeten kunnen worden. Daar wordt nu ook wel over nagedacht, door de Europese Commissie. En ik verwacht dat Duitsland en Frankrijk na de Duitse verkiezingen aan de slag gaan met de vraag hoe het verder moet met Europa en welke weeffouten we kunnen herstellen.” De mogelijkheid van carrots moet daar volgens hem zeker deel van uitmaken. „Griekenland zit in enorme schulden, die voor een deel zijn gebruikt om Duitse of Nederlandse banken uit de problemen te helpen. Je ziet dat een hele generatie gewoon verloren gaat. Ik vind dat daar meer tegenover had kunnen staan. Bijvoorbeeld door Europese landen gezamenlijk te laten lenen, in de vorm van eurobonds.”

Bakker heeft het stevig aan de stok gehad met Antilliaanse politici, vooral op Curaçao.

Meer permanent toezicht

Dat is een ander voordeel dat Curaçao en Sint Maarten hebben: als ze zich aan de voorwaarden van het Cft houden, mogen ze lenen tegen de gunstige rente die Nederland krijgt op de kapitaalmarkt. „Als zij naar de internationale markt zouden gaan, moeten ze misschien 5 tot 6 procent betalen. Via Nederland lenen ze tegen 1 procent. Zonder dat wij ervoor garant staan. Dat is ook de reden dat Aruba, dat al langer een status aparte binnen het koninkrijk had, ook op die manier leningen wil herfinancieren. Maar dat kan alleen als er ook onafhankelijk toezicht op de begroting is.”

Bakker heeft het stevig aan de stok gehad met Antilliaanse politici, vooral op Curaçao, waar zijn Cft met de aanwijzing in 2012 de regering van Gerrit Schotte ten val bracht. Tegen hem loopt inmiddels een hoger beroep wegens omkoping. Diens minister van Financiën George Jamaloodin zit vast in Venezuela.

„Na de aanwijzing kwam er een zakenkabinet dat zelf voor de bevolking is gaan staan en heeft gezegd: dit is ons probleem, wij moeten dit oplossen. Het toezicht helpt hen en is niet iets van de makamba’s uit Nederland.” Maar het grootste voordeel voor de landen is dat ze door het toezicht veel meer vertrouwd worden door internationale investeerders en bedrijven die zich in de Cariben willen vestigen.

De bedoeling was dat het toezicht op Curaçao en Sint Maarten tijdelijk zou zijn, maar volgens Bakker zal dit onder zijn opvolger een „meer permanent karakter” moeten krijgen. Vanwege de voordelen die er zijn, de internationale trend van toezicht en omdat het nu eenmaal zo is dat „vreemde ogen dwingen”.

Ook in Nederland is kritiek op het Cft, dat hier eerder als te soft dan te streng wordt gezien. Veel politici zien de eilanden vooral als een kostenpost. Premier Mark Rutte heeft gezegd dat de eilanden van hem onafhankelijk mochten worden. „Als u eruit wil, en een meerderheid van uw bevolking steunt dat, dan is dat mogelijk. Dan belt u even en dan regelen we dat”, zei hij tijdens een bezoek in 2013.

Voor mensen die zo denken, heeft Bakker in zijn quiz dan Vraag 3: Hoeveel Nederlands geld gaat jaarlijks naar de eilanden? Hoewel Nederland zorgt voor de defensie van de Caribische landen, en Bakkers toezicht betaalt, gaat het volgens hem om „drie keer niks”.