Column

Greep krijgen op migratie kan wél

De beste manier om te zorgen dat er geen migranten meer naar Europa komen, is economische groei afzweren. Radicaal. We steken tientallen miljarden in grensbewaking, vervangen de vrijhandel waar we zolang riant van hebben geleefd door een protectionistisch regime met tariefmuren en verschansen ons cultureel achter wallen van achterdocht. Als we dit doen, zal de welvaart gestaag dalen. Daarmee nemen we de belangrijkste prikkel voor migranten weg.

De hele migratiediscussie, die deze week weer in alle hevigheid oplaait nu Italië smokkelboten weigert, draait om onze eigen voorspoed. Die voorspoed halen we grotendeels uit de globalisering. Maar globalisering leidt tot openheid en openheid tot migratie, dus globalisering is kennelijk waar we vanaf moeten als we immigratie willen stoppen. Nu is globalisering dezer dagen niet populair, vanwege weerzinwekkende excessen. Maar zelfs salonradicalen als Jean-Luc Mélenchon, Jeremy Corbyn en Alexis Tsipras zijn het erover eens dat een getemde, ‘vriendelijke’ vorm van globalisering nodig is om pensioensystemen, de zorg en goedkope vakanties overeind te houden. Hier gaan alle kiezersbeloftes op links, rechts en het politieke midden over: houden wat we hebben.

We kunnen immigratie niet stoppen, tenzij we de welvaartsstaat vaarwel zeggen.

Wat we wél kunnen doen, is migratie beter organiseren. Immigratie, dat zijn beelden van zwarte Afrikanen die het zo erg hebben thuis dat ze hiernaartoe willen. Je kan zeggen: laat hen komen, behandel hen goed. Maar dat vinden burgers geen fijn standpunt meer. Dus zeggen politici nu: we moeten die arme sloebers in hun eigen regio houden. We verhogen de ontwikkelingshulp naar West-Afrika, zodat ze het daar beter krijgen en niet meer weg hoeven. In ruil zullen Afrikaanse landen alle migranten terugnemen die wij niet willen. Probleem opgelost!

Nou, nee. Want in Europa is werk. Dat weet iedereen. Hoeveel Europeanen in de 24-uurseconomie, met dubbele inkomens, schrobben hun eigen sanitair? Hoeveel steken er asperges, wassen borden, bezorgen kranten? Omdat Europa voor laaggeschoold werk weinig legale migratiemogelijkheden biedt, kunnen migranten niet legaal naar Europa om te werken. Dus gaan ze illegaal. Gelukkig gaat het steeds beter in Afrika. In 1990 leefde 35 procent van de wereldbevolking in extreme armoede, vooral Afrikanen. In 2013 was dat 10,7 procent. Steeds meer Afrikanen kunnen zich de dure, gevaarlijke trip naar Europa permitteren. Dit is dé drijfveer achter het verhaal van de Libische smokkelroute: er is push én er is pull. Migratie is voor een deel hun succesverhaal. Ontwikkelingshulp verandert daar niets aan.

Legale migratiekanalen opzetten is slimmer. Amerika deed het met Cuba in 1995, Spanje met Senegal in 2007: je laat een aantal mensen per jaar legaal komen, in ruil voor de garantie dat alle illegale migranten worden teruggestuurd en teruggenómen. Zo werkt de EU-deal met Turkije ook. „Niemand gaat illegaal als hij legaal kan”, zei de Spaanse staatssecretaris Jorge Toledo deze week op de jaarvergadering van de European Council on Foreign Relations. Toledo was destijds ambassadeur in Dakar. In 2007 arriveerden er 30.000 migranten per boot op de Canarische eilanden, in 2010 200. Spanje sponsorde trainingen, zodat Senegalezen zich konden kwalificeren voor werkvisa. „Elke dag reikte ik wel ergens diploma’s uit of opende ik een onderwijsproject.”

Zo bepaalt Europa wie er komt, niet de smokkelaars. Dat zou veel burgers enorm opluchten: dat onze leiders hier eindelijk greep op krijgen.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.