Eerste etappe: valpartijen en te voorzichtig

Zeven renners vielen zaterdag tijdens de openingstijdrit de Tour de France. Hoe kwam dat?

Dylan Groenewegen begint aan zijn Tour in de tijdrit over 14 kilometer in Dusseldorf. Foto Bas Czerwinski/ANP

Zeven renners gleden zaterdag onderuit in de openingstijdrit van de 104de Tour de France. En drie daarvan waren van Team LottoNL-Jumbo: George Bennett, Primoz Roglic en Dylan Groenewegen. Geen ploeg in het peloton die dat overtrof. Hadden ze te veel risico genomen, was er iets met het materiaal mis, of was het gewoon botte pech?

Voor Tony Arts, de mecanicien bij de Nederlanders, is het simpel: “Als je wilt winnen, moet je veel risico nemen. En dan kan je dus onderuitgaan.” Hij is chagrijnig, net als het hele team, dat de zinnen had gezet op ritwinst en dus op de eerste gele trui van dit jaar. In die missie had het team twee troeven: Van Emden, winnaar van de laatste tijdrit in de Giro in mei, en Roglic, voormalig schansspringer maar inmiddels winnaar van een Giro-tijdrit en van een rit in de Ronde van Romandië. Maar het liep anders.

Op de vraag of het aan het materiaal ligt, reageert Arts kortaf: “Natuurlijk niet, kom je soms net kijken in de wielerwereld? Ze reden allemaal gewoon op tijdritbanden, zoals altijd.” De drie centimeter dunne bandjes zijn gemaakt voor pure snelheid, hebben in bochten amper grip, zeker op natte tramrails en kletsnat ingereden asfalt, zoals de straten van Düsseldorf er op deze grauwe zaterdag bijlagen. Je moet een ware wielerkunstenaar zijn om dan én snel te zijn, én ongeschonden uit de strijd te komen.

Bij Sky lukte dat, wat heet: Geraint Thomas pakte het geel. Zijn kopman Chris Froome zette zijn belangrijkste concurrenten voor het geel meteen maar op een halve minuut, door als zesde te eindigen. Froome nam alle risico van de wereld, maar bleef op zijn zadel zitten. Hij kan ook aardig sturen, zagen we vorig jaar in de afdaling van de Col de Peyresourde. Hij nam risico. In de theorie van Arts is het simpel: alleen dan kan je winnen.

Over risico gesproken. Van ploegleider Merijn Zeeman had vooral Jos van Emden wel wat harder door de bochten mogen rijden. “Ik zat achter hem in de auto. Hij nam te weinig risico. Kijk, dit is natuurlijk wel de Tour waar je rijdt. In de bochten is ook tijd te winnen en daar verloor hij gewoon te veel. Op de rechte stukken ging het wel goed.”

Van Emden eindigde uiteindelijk als zevende, op vijftien seconden van winnaar Thomas. Hij weet dat tegenvallende optreden zelf ook aan zijn bochtenwerk. “De regen was jammer, ik rijd liever droog, zodat ik niet hoef na te denken. Mijn bochten waren niet super. Ik ging bijna onderuit. Het was in ieder geval wel zo eerlijk dat we allemaal in dezelfde omstandigheden hebben moeten rijden.”

Zeeman bemerkte zaterdagochtend al voorzichtigheid bij zijn renners, bij de verkenning van het parcours in de regen. “Je kunt niet lekker aanzetten, bij het aansnijden van een bocht glijd je weg. Die renners voelen dat. Iedereen wist wat er vandaag zou gaan gebeuren. Je ziet het aan Valverde [die afgevoerd werd met een gebroken knieschijf en moest opgeven, hetzelfde gold voor zijn landgenoot Ion Izaguirre] en Tony Gallopin. En dan gaat bij ons Dylan in het begin al onderuit. Dat helpt niet. Maar goed, dat is sport.” Over zijn Grand Départ kon hij kort zijn. Met een cynisch lachje: “Mwah, ik vond het wel tegenvallen ja. Ik had er meer van verwacht.”