Veroordeelde zwemleraren in beroep

Volgens de verdediging waren de drie zwemleraren niet verantwoordelijk op het moment van verdrinking.

De vijf verdachten in de Rhenense verdrinkingszaak voor de rechtbank in Utrecht. Illustratie Aloys Oostyerwijk / ANP

Drie zwemleraren die taakstraffen kregen voor dood door schuld gaan in hoger beroep. Ze kregen ieder een taakstraf van zestig uur wegens hun rol bij de verdrinkingsdood van een Syrisch meisje.

Volgens de rechtbank verdronk de negenjarige Salam tijdens het onderdeel vrij zwemmen. De rechter oordeelde daarom dat het drietal “onvoorzichtig”, “onoplettend” en “nalatig” is geweest.

Na het douchen

De advocaten zijn het niet met deze conclusie eens. Volgens de verdediging is Salam verdronken nadat ze al onder de douche was geweest. En vanaf dat moment ligt de verantwoordelijkheid voor de kinderen bij de school, aldus de advocaten:

“Dit moment van overdracht van de leerlingen is belangrijk nu het hier een schoolzwemles betrof, het moment dat de kinderen gaan douchen is het moment van overdracht van verantwoordelijkheden aan de school.”

Twee basisschoolleerkrachten van de negenjarige Salam die ook in het zwembad aanwezig waren, kregen vrijspraak. Ook zij hadden vorige maand 120 uur tegen zich horen eisen. Volgens de rechters hadden de docenten echter een minder grote verantwoordelijkheid dan de zwemleraren.

Salam kreeg op 21 september 2015 haar vierde zwemles. Toen een leerkracht na afloop in de hal van zwembad ’t Gasthuis in Rhenen de leerlingen telde, bleek dat er één ontbrak. Het was Salam, die een kwartier na de zwemles op de bodem van het diepe gedeelte van het bad werd gevonden door een vrouw die baantjes aan het zwemmen was. Een badjuf dook Salam op. Ondanks reanimatie overleed het meisje, dat pas vier maanden in Nederland was.