Volwassen krijgertjes

Op een zonnige zaterdagmiddag zag ik een merkwaardig tafereel in een Amsterdams park. Ik dacht dat ik wel ongeveer wist wat er op sportgebied te koop was, maar dit was nieuw voor mij. Zes volwassenen – vijf mannen, een vrouw – schoten met vervaarlijk grote pijlen en bogen op elkaar. Ze waren verdeeld over twee ploegen van drie die tegenover elkaar stonden en dekking zochten achter grote plastic constructies. Ze bewogen zich haastig en gebukt over het veld of wachtten achter zo’n constructie hun kans af om op het geschikte moment te schieten. De meesten droegen een masker.

Het was een fascinerend, maar geen aangenaam gezicht. Zoiets als stierenvechten, maar dan zonder bloed, althans, niet terwijl ik toekeek. Wat me vooral boeide, was de overgave waarmee deze volwassen mensen op zo’n mooie dag oorlogje speelden. Je zou het een agressieve variant van het krijgertje spelen uit hun jeugd kunnen noemen. Misschien kwam het ook wel voort uit een nostalgisch verlangen naar die zorgeloze jaren.

Het leek me geen gemakkelijke sport. Het vereist een kalme hand, een scherpe blik en veel wendbaarheid. Of deze mensen er goed in waren, kon ik niet beoordelen, maar ik betwijfelde het omdat ze elkaar niet wisten te raken – wat toch echt wel de bedoeling was.

Thuis zocht ik op wat ik precies had gezien. Het bleek archery tag te heten: krijgertje (tag) met boogschieten (archery). De sport is in 2015 uitgevonden en kan worden beschouwd als een combinatie van paintball (elkaar beschieten met verfballetjes – ook gezellig) en boogschieten.

In een handleiding las ik dat de rubberen pijlen zo zijn gemaakt dat je elkaar geen pijn doet en dus veilig op elkaar kunt schieten. Vreemd genoeg werd er meteen aan toegevoegd: „Wel heb je een masker nodig dat vergelijkbaar is met een paintballmasker om te voorkomen dat pijlen het gezicht raken. Daarnaast raden wij aan om een minimale afstand van 10 meter te hanteren tussen de schutters onderling.”

Op die manier wordt zelfs kickboksen een veilige sport, vooral als de vechters elkaar niet aanraken. Een Nederlands bedrijf dat ruimte verhuurt aan beoefenaren van archery tag, stelt een ongevallenverzekering verplicht. Hoezo ‘veilig’? Maar verder moet iedereen vooral doen waar hij zin in heeft – er zijn meer mensen bij wie genot met blauwe plekken en pijn gepaard gaat.

Later kwam ik in het park enkele afgepeigerde joggers tegen, onder wie een overmatig zwetende, veel te dikke vrouw van omstreeks de zestig die haar tocht beter per ambulance had kunnen voortzetten. Eigenlijk zijn zulke joggers een groter mysterie dan die boogschutters. Je gezondheid in gevaar brengen omwille van een betere gezondheid – de menselijke wegen zijn minstens zo ondoorgrondelijk als de goddelijke.

Bij het verlaten van het park zag ik een man op een grasperkje iets doen wat niet helemaal bij zijn middelbare leeftijd paste: hoelahoepen. Een rage bij de jeugd in de jaren vijftig, maar de laatste jaren weer populair in de fitnesstraining. Toen ik naderde, reageerde hij alsof hij op iets onzedelijks betrapt werd. Zijn lichaam aarzelde, waardoor de hoepel futloos naar onderen gleed.

Hij voelde zich belachelijk omdat hij niet kon weten wat ik eerder had gezien.