Srebrenica

‘Onuitvoerbaarheid’ onstond later

Foto Koen Suyk/ANP

Wat mij, als oud-militair, pijn doet is dat ik in de media steeds weer moet horen en lezen dat Nederlandse militairen gefaald hebben in de bescherming van de bevolking van Srebrenica. Deze kwalificatie lijkt inmiddels zo gewoon dat niemand daar nog vraagtekens bij zet. Toch is zij onjuist en daarom ook onterecht.

Feit is dat het Nederlandse bataljon in 1994 door de VN naar Srebrenica is gestuurd. De belangrijkste taak die het bataljon kreeg, was het aan de VN rapporteren van inbreuken op het bestand tussen de strijdende partijen in de regio. Het bataljon richtte daarom aan de grenzen van de enclave waarnemingsposten in. Als tweede taak verleende het bataljon steun aan de UNHCR in de enclave. Voor die taken had het bataljon in principe voldoende middelen.

De taak was dus níét het verdedigen van de bevolking van de enclave tegen aanvallers van buiten. Daarvoor waren de VN niet in Srebrenica en bovendien zou daartoe een veelvoud van troepen benodigd zijn.

Het is voor mij dan ook onbegrijpelijk dat uitgerekend de minister van Defensie onlangs de missie van het Nederlandse bataljon ‘op voorhand onuitvoerbaar’ noemde. De ‘onuitvoerbaarheid’ van de missie en de problemen ontstonden pas na de bezetting van de enclave door Mladic.


officier Unprofor bij de NAVO-luchtmacht in Italië ’93-’94