Een doodgewone dag in Amerika: 10 kinderen doodgeschoten

Gary Younge De Britse Amerika-correspondent Gary Younge reconstrueerde de levens van tien kinderen en jongeren die op één willekeurige dag bij schietpartijen in de VS om het leven kwamen. ‘Zwarte tieners hebben niet de luxe om fouten te maken.’

Gary Younge: ‘De jeugd moet gered worden. Gered van de gevangenis, het bendeleven, drugs en uiteindelijk de dood’

Groot nieuws was de Amerikaanse schietpartij, onlangs, bij een honkbaltraining van de Republikeinen, waarbij Congreslid Steve Scalise en drie anderen zwaargewond raakten. Maar mondiale publiciteit na een schietpartij in de VS is een uitzondering. Over de 32 doden en ruim 200 gewonden die er dagelijks vallen door schietpartijen wordt allang niet meer altijd bericht, soms zelfs niet eens in de lokale media.

Zeven van die dagelijkse doden zijn kinderen of tieners. Jaarlijks worden er ruim 17.000 kinderen geraakt door een kogel en bijna 2.600 van hen overleven dat niet. Ophef wekken deze dode kinderen niet. Ze veroorzaken, schrijft de Britse journalist Gary Younge (1969) in zijn aangrijpende boek Another Day in the Death of America, dat onlangs in vertaling verscheen, hoogstens een nationaal schouderophalen. ‘Elk individueel sterfgeval wordt ervaren als een familiedrama dat door een leefwereld golft, maar over de optelsom haalt de natie amper een schouder op’, schrijft hij.

„Nergens in een land in vrede is er zo veel dood als in Amerika”, zegt Younge in Den Haag, waar hij te gast is bij Crossing Border. „Maar er ligt een nationale machteloosheid over het onderwerp. Niemand denkt serieus dat er iets aan te doen is. Dat komt deels doordat er niet over gesproken wordt. Met mijn boek heb ik een aantal van die anonieme doden een gezicht willen geven.”

Lees ook: de recensie van Another Day in the Death of America : Het kind, de kogel en de marketing.

Van de twaalf jaar dat hij voor zijn krant The Guardian correspondent was in de VS (hij keerde in 2015 terug naar het Verenigd Koninkrijk), wijdde Younge anderhalf jaar aan het traceren en beschrijven van de levens van kinderen en jongeren die op een willekeurige dag in Amerika werden doodgeschoten.

Younge koos voor 23 november 2013. Die dag stierven er tien kinderen, van Michigan tot Texas, van New Jersey tot Californië. De jongste was negen, één was elf, de anderen waren tussen de zestien en de negentien – in de tienerleeftijd neemt de kans geraakt te worden snel toe. Younge sprak met hun ouders, onderwijzers, sportcoaches, met vrienden en broers en zussen en keek rond in hun buurten.

Het Engelse woord casualties krijgt door de tien portretten in zijn boek een verse lading. Toevallige, gewone levens, die nog niet eens echt begonnen zijn als ze even toevallig en achteloos beëindigd worden – door bluf, in spel, door vergissingen, of door wraak, zoals de negenjarige Jaiden, die wordt doodgeschoten door een ex van zijn moeder. Sommige tieners vallen in bende-schermutselingen, maar dan nog is de prijs die zij betalen schrikbarend hoog. ‘Ik wilde huilen naar de maan toen ik dit boek schreef’, aldus Younge in zijn slotwoord. ‘Een lange, droevige, doordringende kreet slaken voor een rijk land dat meer zou kunnen en moeten doen voor zijn kinderen en jongeren’.

In Den Haag zucht Younge, een reus van een man met een verrassend zachte stem, als hij terugdenkt aan zijn gesprekken met de rouwende ouders: „Het moeilijkste was om te kijken naar de overlijdensaktes en de telefoontjes naar 911 terug te luisteren. Je hoort mensen in totale paniek, op het moment dat hun leven voorgoed uiteenvalt. Maar als ik een familie eenmaal had getraceerd, was ik ook blij. Ik wist dat ik nu hun verhaal kon vertellen, ook al zou het nog zo moeilijk zijn om al die pijnlijke vragen te stellen.”

De alomtegenwoordigheid van vuurwapens is de voornaamste oorzaak van het hoge aantal doden. Maar hoe kan het dat het land daar zijn schouders over blijft ophalen? Afstand, zegt Younge. Segregatie, naar ras en naar rijkdom, leidt tot het ‘nationale schouderophalen’ over de doden. „Gechargeerd: rijke, witte Amerikanen leven in een totaal andere wereld. De meeste doden vallen op plekken die zij niet kennen, in wijken waar zwarte jongeren andere zwarte jongeren doodschieten.

Geen van de ouders van al die doodgeschoten kinderen geloofde in een oplossing

„In arme, zwarte en Latino-wijken vullen wapens een gigantisch maatschappelijk vacuüm. Het zijn oorden van wetteloosheid waarin de VS aanvoelt als een failed state. Jongeren groeien er op in armoede, met erbarmelijke scholen, zonder uitzicht op werk, met een politie die ze in bedwang houdt in plaats van beschermt. Geen perspectief, behalve de drugshandel en de cel.”

In zo’n omgeving kan elke fout een onbezonnen tiener fataal worden, zegt Younge. Hoezeer zijn vader hem ook waarschuwt, de hoofdpersoon uit het laatste hoofdstuk, de achttienjarige Gustin uit Greensboro, North Carolina, flirt telkens weer met foute vrienden. Hij neemt een bendeleider mee in zijn auto. De voor de drugsdealer bedoelde kogel raakt Gustin in zijn achterhoofd.

„Voor zover ik heb kunnen nagaan, was Gustin zelf geen bendelid. In andere samenlevingen zouden zijn dubieuze vrienden helemaal niet zo’n probleem geweest zijn. Veel ouders weten niet wat hun tiener uitspookt, en de meeste tieners komen goed door zo’n periode heen. Tieners moeten fouten maken, daar leren ze van. Alleen: in de VS krijgen vooral zwarte tieners die luxe niet; elke fout kan hun dood zijn”.

Voor zwarte ouders in de VS levert dat een dilemma op, zegt Younge. „Zij willen van hun kind een trots individu maken, dat zich niet uit het veld laat staan door discriminatie of vernedering. Tegelijk kunnen ze hun kinderen maar beter leren zich gedeisd te houden. Dat niet doen, is in de VS onverantwoord. Elke zwarte ouder houdt rekening met het scenario dat zijn kind wordt doodgeschoten. Daar komt bij dat in de VS witten kunnen rekenen op bescherming van de staat. Afro-Amerikanen niet. Het merendeel van de bendemoorden wordt niet opgelost. Agenten die Afro-Amerikanen doodschieten, gaan doorgaans vrijuit.”

Vuurwapendoden in Chicago

Younge is zelf zwart; zijn ouders kwamen uit Barbados naar het Verenigd Koninkrijk. Zijn laatste jaren als correspondent woonde hij in Chicago, een van de Amerikaanse steden met het hoogste aantal vuurwapendoden. Door zijn twee kleine kinderen kwam het wapenprobleem erg dichtbij, zegt hij. „Het was een van de redenen dat we uit de VS vertrokken. Het ging opeens om mijn huid, en die van mijn kinderen. Letterlijk.

„Mijn vrouw ging eens wandelen met onze babydochter. Toen ze naar huis wilde, was er een schietpartij en moest ze schuilen in een winkel. Er slingerden wapens in de struiken en op speelplaatsen vlakbij ons huis.”

In Mississippi vroeg Younge eens de weg aan een ouder, wit echtpaar. „Ze dreigden me neer te schieten. Ik moest erom lachen, maar mijn vrouw niet. Mijn schoonfamilie vroeg zich af of ik soms gek was; als zwarte aan te bellen bij witte zuiderlingen. Later wist ik dat ik dat beter niet kon doen, zomaar ergens aanbellen bij vreemden, ook al had ik met ze afgesproken. Ik reed erheen, bleef in mijn auto en belde dat ik gearriveerd was. Toen een collega eens over een schutting wilde klimmen om iets te bekijken, weigerde ik. No way. Ik heb er geen zin in beschoten te worden.”

Niets goeds heeft de Amerikaanse zwarte onderklasse te verwachten van Trump, zegt Younge. Maar ook het tijdperk van Obama, die Afro-Amerikanen met zo veel enthousiasme op het schild hesen, heeft hun weinig opgeleverd, zegt hij. „Onder Obama is de ongelijkheid toegenomen, en dat heeft nog meer mensen cynisch gemaakt en doen afhaken. De grootste poging tot herverdeling van welvaart was Obamacare, dat Trump nu probeert te ontmantelen.”

Maar Obama heeft het onderwerp vuurwapengeweld toch geagendeerd?

„Ja, dat klopt. Na de schietpartij op de basisschool Sandy Hook in Connecticut in 2012 heeft hij uit alle macht geprobeerd wapenbezit terug te dringen. Het heeft helaas een averechts effect gehad. Hij had het Congres tegen en de verkoop van wapens nam alleen maar toe, doordat de wapenlobby inspeelde op de angst bij witten dat een zwarte man het recht op wapenbezit zou inperken.”

Richt de antiwapenlobby iets uit?

„Antiwapen-activisme vindt nauwelijks aansluiting bij de Afro-Amerikaanse gemeenschap, waar verhoudingsgewijs de meeste slachtoffers vallen. Die benadert de wapencultuur helaas als een geïsoleerd probleem, terwijl wapens in arme gemeenschappen onderdeel zijn van een heel cluster aan problemen. Breder en politiek minder polariserend zou een aanpak zijn die de jeugd centraal stelt. De jeugd moet gered worden. Gered van de gevangenis, het bendeleven, drugs en uiteindelijk de dood.”

Zullen Amerikanen hun wapencultuur ooit aanpakken?

„Niet als ze ongelijkheid, armoede en segregatie niet aanpakken. Dat verlaagt het angstniveau, dat ertoe leidt dat de wapenlobby bij conservatieve Amerikanen zo’n succes heeft. En als arme, zwarte jongeren perspectief hebben, krijgen bendes minder greep op hen.”

Voorlopig gaat dat niet gebeuren.

„We vergeten vaak dat de Amerikaanse democratie pas vijftig jaar oud is. Het land ontstond doordat het gewapenderhand werd veroverd op Indianen. Toen deed het tweehonderd jaar lang aan slavenhandel, en daarna was apartheid er honderd jaar de norm. Pas toen kwam er iets dat op een democratie lijkt. Gedeeltelijk verklaart die geschiedenis de huidige wapencultuur. Maar het betekent ook dat er nog veel mogelijk is. Amerikanen hebben met de New Deal en de burgerrechtenbeweging bewezen dat ze tot grote verbeteringen in staat zijn.

„Maar dan is er wel visie nodig. Een samenhangend verhaal bij Democraten, over hoe een veiliger samenleving eruitziet. Amerikanen kunnen zich dat niet meer voorstellen. Alle ouders van doodgeschoten kinderen die ik sprak, vonden dat er te veel wapens waren. En ja, in theorie vonden ze ook dat daar iets aan moest gebeuren. Maar ze gelóófden er niet in; ze vonden eerder dat ze hun kinderen nog beter moesten beschermen. Het ontbreekt aan een alternatief wereldbeeld, aan een tegenwicht tegen de cowboy- en law-and-order-mythes die de wapenlobby zo onaantastbaar hebben gemaakt.”

Als u één ding meteen kon doen, wat zou dat dan zijn?

„Psychische zorg laten vergoeden door de overheid. Als je dat zou doen, zou dat zo veel uitmaken. Nu is de gevangenis de grootste verlener van geestelijke gezondheidszorg.”