Recensie

Met Toon Tellegen in Sint-Petersburg

Op zoek naar sporen van de grootvader van Toon Tellegen, belandden we in een voormalige Hollandse protestantse kerk aan de Nevski Prospekt.

Het Huis van het Boek aan de Nevski Prospekt in Sint-Petersburg is het walhalla voor de Russische boekenliefhebber. Behalve alles wat in dit enorme land in de eigen taal is geschreven, vind je in deze drie verdiepingen tellende boekwinkel, in het voormalige Russische hoofdkantoor van de Singer naaimachine-fabrieken, ook vertalingen van buitenlandse auteurs die het in Nederland goed doen. Het verbaast dus niet dat bij de ingang Elena Ferrante ligt, die in de vroegere tsarenhoofdstad een bestseller is.

Ik bezocht het Huis van het Boek afgelopen dagen met de schrijver Toon Tellegen, wiens grootvader, Egbert Engberts, in 1845 in Sint-Petersburg werd geboren in een familie van Rusluie, Nederlanders die generaties lang in Sint-Petersburg woonden en er meestal profijtelijke zaken deden. Na de revolutie van 1917 raakten ze alles kwijt en keerden ze berooid terug naar hun land van herkomst. Dat overkwam ook de grootvader van Toon, die zich meer Rus dan Nederlander voelde en tot aan zijn dood in Leiden zou wegkwijnen van heimwee.

Over dat Russische leven van zijn ongelukkige grootvader heeft Toon een prachtig boek geschreven, gebaseerd op diens aantekeningen: De trein naar Pavlovsk en Oostvoorne. Egbert Engberts komt daaruit naar voren als een Nederlandse Tsjechov, zo scherp is zijn waarnemingsvermogen, zo goed zijn gevoel voor het Russische absurdisme, dat je alleen maar kunt begrijpen als je langere tijd in Rusland hebt gewoond of er veel over hebt gelezen, van Poesjkin tot Poetin.

Op zoek naar sporen van die grootvader, die onder meer een groothandel in rubberen overschoenen en rottingen had, belandden we in de voormalige Hollandse protestantse kerk, iets verderop aan de Nevski Prospekt. Die kerk bevatte indertijd ook een wijnkelder, een bloemenwinkel, een sigarenzaak, een paar appartementen en wat textielwinkels. Gebed en zaken gingen behalve voor Batavus Droogstoppel ook voor Nederlanders in Sint-Petersburg blijkbaar goed samen.

Die vermenging van geloof en zakelijkheid bleek ook uit een anekdote die Toon tijdens ons kerkbezoek vertelde. Toen zijn grootouders in die Hollandse kerk trouwden, werd hun huwelijk ingezegend door een dominee die op de achterkant van het vel papier waarop zijn preek stond een boodschappenlijstje had staan. Al psalmen zingend kon het bruidspaar ontdekken wat er in het domineesgezin op tafel kwam.

Op weg naar de uitgang van de kerk kwamen we door een grote zaal, waarin tegenwoordig een naar de dichter Majakovski vernoemde bibliotheek is gevestigd, maar waar begin negentiende eeuw de Nederlandse gezant aan het keizerlijke hof, baron Van Heeckeren, woonde. Die baron speelt een belangrijke bijrol in de geschiedenis van de wereldliteratuur, omdat zijn pleegzoon annex schandknaap Georges d’Anthès in 1837 in een duel de dichter Aleksandr Poesjkin dodelijk verwondde. Voeg daaraan toe dat Hans Boland zijn vertaling van Poesjkins verzameld werk onlangs afsloot met een tiende en laatste deel, met vermakelijke brieven, waardoor ook hij in de buurt van Van Heeckeren en die Hollandse kerk komt, en de literaire banden tussen Rusland en Nederland zijn weer voor jaren aangehaald. Het werd nog eens extra aangetoond in het Huis van het Boek, waar het in het Russisch vertaalde werk van Toon Tellegen, de Nederlandse tegenhanger van fabelschrijver Krylov, nog altijd grif over de toonbank gaat.