Interview

Lodewijk Asscher: ‘Ik heb niet veel meer te verliezen’

Lodewijk Asscher

Als vicepremier dreigt hij om het demissionaire kabinet te laten vallen. En als PvdA-fractievoorzitter is hij tevreden over het effect. ‘Ik vind iets. Maar dat schijnt niet te mogen.’

PvdA-leider Lodewijk Asscher: „Ik zal nooit nonchalant omgaan met het landsbelang.” Foto Guus Schoonewille/ Hollandse Hoogte

Je zou kunnen denken: PvdA-leider Lodewijk Asscher is de verliezer van de week. Het vaderschapsverlof wordt niet uitgebreid. De strenge bonusregels voor bankiers zijn niet heilig meer. En de VVD wil niet toezeggen dat de lerarensalarissen volgend jaar omhoog gaan.

Allemaal dringende wensen van Asscher. De vier partijen die nu onderhandelen over een nieuw kabinet, VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, hielden het tegen in de Tweede Kamer. Ze willen er zelf over beslissen aan de formatietafel.

Je zou ook kunnen zeggen: Lodewijk Asscher is de winnaar van de week. Hij dwong ChristenUnie, CDA en D66 om bij de bonussen tegen hun eigen verkiezingsprogramma te stemmen. En hij trok op het Binnenhof alle aandacht naar zich toe door de VVD te dreigen met een kabinetscrisis: als de leraren er volgend jaar geen geld bij krijgen, zet de PvdA geen handtekening onder de begroting voor Prinsjesdag. De uiterste consequentie zou zijn dat de PvdA-bewindslieden uit het kabinet stappen – demissionair of niet.

Bij de VVD zeggen ze: we hebben de PvdA vier jaar niet gehoord over de lerarensalarissen en nu komt Asscher met deze stoerdoenerij.

Strak gezicht: „Dat laat ik voor hun rekening.”

Heeft uw partij zich dan wél ingespannen voor de leraren?

„Ja, natuurlijk. In 2015 hebben we de leraren van de nullijn gehaald: hun salaris steeg daarna weer mee met de inflatie en er kwam 5 procent bij. Dit is een manier voor de VVD om mijn integriteit ter discussie stellen. Dat zullen ze vaker gaan doen. Ik vind dat niet chic. Andersom zou ik dat nooit doen.”

Hadden de leraren niet al veel eerder meer geld moeten krijgen?

„Wat we voor elkaar hebben gekregen, ging niet vanzelf. Maar ik geef de leraren gelijk dat het niet genoeg was.”

U bent demissionair. Waarom laat u dit soort besluiten niet gewoon aan het volgende kabinet?

„Als de vier partijen er voor Prinsjesdag uit zijn, nemen zij een beslissing. Maar als het zittende kabinet nog een begroting moet maken, dan víndt de PvdA daar iets van. Alles is een keuze. Als je niets doet, heeft dat ook verstrekkende gevolgen voor de koopkrachtverdeling.”

De VVD wil niets beloven over extra geld. Verlaten de PvdA-ministers dan in augustus het kabinet?

„Dat zal dan wel blijken.”

U dreigt. Hoort u niet aan uw kiezers uit te leggen wat u precies voor ogen heeft?

„Ik vind dat ik er helder genoeg over ben geweest. De eerste reacties die ik van mensen krijg, zijn: veel succes, ik hoop dat het lukt.”

U bent PvdA-fractievoorzitter én vice-premier. Zit u vanuit het kabinet nu PvdA-beleid te promoten, ook al bent u eigenlijk weg?

„Dat is absoluut waar. Maar bij de bonusregels verdedig ik ook het regeringsbeleid, dus het is maar hoe je ernaar kijkt. En je kunt je afvragen: is het verhogen van de lerarensalarissen zo’n wild idee? Ik denk het niet.”

Het ergert de andere partijen dat u die twee rollen zo vermengt.

„Totdat er een nieuw kabinet is, help ik om het land te besturen. Maar ze kunnen me niet verwijten dat ik ook in de Tweede Kamer zit en mijn werk doe. Dat doen anderen ook. Ik hoor nu dat het in strijd is met het staatsrecht. Waar staat dat?”

Dus als het u goed uitkomt, gebruikt u gewoon uw positie als vicepremier?

„Absoluut. Ik zit daar niet voor de koekjes. Daarvoor ga ik naar Albert Heijn.”

U maakt een losse, bijna bevrijde indruk sinds het enorme verlies bij de verkiezingen: van 38 naar negen zetels. Hoe zit dat?

„Ik vond het verlies een verschrikking. Maar nu probeer ik nieuwe energie en enthousiasme aan te boren. Ik ben een nieuw ambacht aan het leren, dat van Kamerlid. Ik heb niet veel meer te verliezen en dit is wat ik te bieden heb. Dat is fijn.”

Hoe gaat de PvdA zich in de oppositie onderscheiden van de SP en GroenLinks?

„Ik ga me niet afzetten tegen de SP en GroenLinks. Ik ben nog op zoek naar mijn rol. Maar ik merk nu al dat ik mensen emotioneel raak. Ik was deze week op een verjaardagsfeestje met veel PvdA’ers. Daar hoorde ik: we zien weer strijdlust bij de PvdA, rood op de wangen.”

Was er te weinig strijdlust bij de PvdA?

„Ik denk het wel, ja. Ik heb het zelf ook te weinig laten zien voor de verkiezingen. Voor mijn gevoel heb ik als minister de hele tijd gestreden, maar mensen hebben dat onvoldoende gevoeld. Er zijn heel veel oorzaken voor de nederlaag en die was zo groot dat je wel moet zeggen: ze kloppen allemaal.”

Het verlies is intern onderzocht en de conclusie was: de PvdA moet een ‘beweging’ worden. Hoe doe je dat?

„Het is niet geloofwaardig als je jezelf gaat omkatten, we zijn nu eenmaal een politieke partij. Ik lees die conclusie anders. Als partij moet je op zoek gaan: er zit veel idealisme bij maatschappelijke bewegingen, vaak op één onderwerp. Als je daarbij helpt, ben je als politieke partij relevanter dan wanneer je je blijft beklagen omdat mensen niet naar jouw avondjes komen.”

De vier partijen die nu onderhandelen, hebben al laten weten dat ze met de oppositie willen samenwerken op thema’s. Voelt u daarvoor?

„Als ze met goede voorstellen komen, zal ik die steunen. Wij zijn nooit een partij die alleen maar nee zegt.”

Het idee is: deelakkoorden sluiten met de oppositie. Doet u daaraan mee, bijvoorbeeld voor klimaatplannen?

„Dan zou ik zeggen: mag ik de rest van het regeerakkoord ook even zien? Ik zie mezelf niet zo snel van tevoren steun uitspreken. Ik zal nooit nonchalant omgaan met het landsbelang. Maar ik vínd ook wat. Al schijnt dat niet te mogen.”

U zei tegen de vorige informateur, Herman Tjeenk Willink, dat u alleen zou gaan meeregeren in een situatie van ‘staatsnoodrecht’. Wat is dat? Wanneer doet zoiets zich voor?

„Dat weet ik ook niet precies. Maar als er iets heel ergs gebeurt en je moet door…”

Als deze formatieronde met de ChristenUnie ook mislukt en er nieuwe verkiezingen moeten komen, met de kans dat de PVV de grootste partij wordt? Zou dat ‘iets heel ergs’ zijn?

„De VVD en het CDA hebben er zelf voor gekozen om niet met Geert Wilders samen te werken. Dan zou het ongeloofwaardig zijn om te zeggen: pas op voor Wilders. Laat ze nu maar gewoon hun best doen en er wat moois van maken.”