Jongens denken negatiever over moslims dan meisjes

Demissionair minister Asscher zei “zeer verontrust” te zijn over de rol die vooroordelen hierin spelen.

Foto Bart Maat/ANP

Nederlandse jongens denken negatiever over moslims dan meisjes. Dat blijkt uit een onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut naar moslimdiscriminatie onder jongeren in Nederland dat demissionair minister Lodewijk Asscher vrijdag naar de Kamer stuurde. Van de ondervraagde jongeren denkt dertig procent van de jongens en vijftien procent van de meisjes negatief over moslims.

Vooral ontmoetingen tussen moslims en niet-islamitische jongeren spelen een grote rol in de beeldvorming, aldus minister Asscher. Jongeren die regelmatig omgaan met moslims denken minder negatief over hen dan mensen die geen moslims kennen. Asscher schreef aan de Kamer “zeer verontrust” te zijn over de rol die vooroordelen hierin spelen.

“Het knaagt aan het zelfvertrouwen van mensen, als je elke keer weer op negatieve wijze wordt behandeld op basis van vooroordelen die bestaan over de gemeenschap waar je uit voortkomt.”

Rol media

Jongeren die weinig contact hebben met moslims, zeggen zich vooral te baseren op uitspraken in de media terwijl jongeren die wel contact hebben met moslims zeggen dat de berichtgeving juist negatiever is dan hun eigen ervaringen.

Daarnaast speelt volgens de onderzoekers opleidingsniveau een rol. Mbo-leerlingen denken vaker negatief over moslims dan jongeren op een ander opleidingsniveau. Ook denken jongeren in minder stedelijke gebieden iets minder positief over moslims in Nederland dan jongeren in stedelijke gebieden.

Tijdens het onderzoek werden 3.792 jongeren van 12 tot 23 jaar ondervraagd. Het onderzoek richtte zich specifiek op de oorzaken van negatieve beeldvorming van moslims. Asscher gaf de opdracht voor het onderzoek vorig jaar nadat uit eerder onderzoek naar voren was gekomen dat “een aanzienlijk aantal niet-islamitische jongeren niet positief denkt over moslims”.