Israël is schaamte voorbij – en zegt geen sorry meer

3 jaar correspondentschap

Op veel terreinen gaat de regering haar gang, weet uit ervaring. Hij is gedwongen zijn correspondentschap te staken.

‘50 jaar is genoeg’, staat op de borden die zo’n 15.000 voorstanders van een tweestatenoplossing vorige maand meedroegen bij een demonstratie op het Rabinplein in Tel Aviv tegen de Israëlische bezetting van de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem. Foto Jack Guez/AFP

Aan welk land denkt u bij de krantenkop ‘Regeringsleider wil buitenlandse financiering voor ngo’s verbieden’? Wellicht aan Zimbabwe, waar president Mugabe ngo’s kapittelde voor hun „buitenlandse bemoeienis in onze nationale zaken”?

Of misschien denkt u aan Eritrea. In dat land is buitenlandse financiering van non-gouvernementele organisaties inderdaad verboden. Maar de leider die in de voetsporen van de Eritrese president Afewerki wil treden, is niemand minder dan de Israëlische premier Benjamin Netanyahu.

Dat had ik niet zien aankomen toen ik in september 2014 arriveerde als correspondent voor Israël en Palestina. Natuurlijk wist ik van bezettingen en blokkades, tunnels en traangas, messen en muren. Israël is Zweden niet. Maar drie jaar geleden dacht ik wel dat het land binnen de grenzen van de Groene Lijn een democratie was, een rechtsstaat. Dat is het ook nog wel, in naam. Maar in toenemende mate worden tegenstanders van de machthebbers niet langer als gewone opponenten gezien, maar als dissidenten of landverraders die monddood moeten worden gemaakt. Vooral organisaties die tegen de bezetting strijden, zoals B’Tselem en Breaking the Silence, ondervinden dat.

Wie zit er op het puntje van zijn stoel voor een situatie waar geen schot in zit?

Oorlogen heb ik tijdens mijn correspondentschap niet meegemaakt. Wel veel Palestijnse aanvallen, ietwat voorbarig gebrandmerkt als een ‘Derde Intifada’. En Israëlische verkiezingen, die in 2015 resulteerden in het meest rechtse kabinet uit de geschiedenis van het land. Het vredesproces heb ik niet zien vastlopen – dat was voor mijn tijd al gebeurd. Van een herstart was in de verste verte niets te merken.

Nog uitzichtlozer

Alles wat al uitzichtloos was, is nog wat uitzichtlozer geworden. De Palestijnen in de Gazastrook hebben per dag nog minder stroom dan drie jaar geleden; de laatste berichten spreken van drieënhalf uur. Palestijnse politici zijn onderling nog hopelozer verdeeld dan in 2014. En de illegale Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever maken een tweestatenoplossing ook weer wat onmogelijker.

Intussen is de internationale belangstelling voor het Israëlisch-Palestijnse conflict fors gedaald. Begrijpelijk, gezien de andere brandhaarden die onze belangstelling opeisen. En ook: wie zit er op het puntje van zijn stoel voor een situatie waar geen schot in zit? Collega’s beweren met grote stelligheid dat ze nóóit correspondent in Israël zouden willen worden. „Ik schrijf liever over landen waar verandering mogelijk is.”

Fair enough. Maar wie bereid is wat dieper onder de oppervlakte te kijken, ziet heus veranderingen. De belangrijkste, in mijn beleving, is dat Israël in de afgelopen drie jaar steeds zelfverzekerder is geworden. Met een versnelling na de verkiezingen van 2015.

Waarom sprak Netanyahu in 2010 nog niet van het verbieden van buitenlandse financiering van ngo’s? Toen was hij toch ook al premier? Ja, maar hij zou hebben gevreesd voor buitenlandse kritiek. Wij westerse landen dragen Israël best een warm hart toe, maar we zijn niet zo tuk op illegale, niet-liberale of ondemocratische handelingen. Vandaar ook Netanyahu’s terughoudendheid, vooral ten tijde van president Obama als zijn Amerikaanse tegenspeler, met het uitbreiden van nederzettingen. Eén aankondiging en z’n kop lag eraf.

Palestijnse ‘lasterfabriek’

Dat is niet meer zo. Op allerlei terreinen gaat de regering-Netanyahu haar goddelijke gang. Goddelijk, inderdaad. Luister maar naar onderminister Hotovely (Buitenlandse Zaken, Likud), die de term ‘bezetting’ een „leugen” noemde, „afkomstig uit de Palestijnse lasterfabriek”. Ze heeft alle Israëlische diplomaten wereldwijd de opdracht gegeven om niet langer terughoudend te zijn: de boodschap mag, nee, móét worden uitgedragen dat „het hele land van Israël het Joodse volk toebehoort”.

Het hele (bijbelse) land van Israël: dat is inclusief de bezette Westelijke Jordaanoever. In vroeger jaren hebben Israëlische hoogwaardigheidsbekleders het misschien wel gedacht, maar keken ze wel link uit voordat ze zo’n beladen claim hardop uitspraken. Maar Israël schaamt zich niet meer. Dit kwam uitmuntend tot uiting in het verkiezingsvideootje van Naftali Bennett, leider van de ultrarechtse partij Het Joodse Huis. ‘Zeg geen sorry meer’, luidde zijn slogan. Hij werd minister van Onderwijs.

Voor een belangrijk deel kan het Israëlische kabinet claimen dat het tij meezit. President Obama tekende op de valreep van zijn termijn nog een militaire megadeal die voor de voorzienbare toekomst Israëls superioriteit over al zijn buurlanden garandeert. Daarna werd het Witte Huis weliswaar wat onberekenbaarder, maar al met al zit er een president die Israël zeer gunstig gezind is, met een ambassadeur die ongelimiteerd de illegale nederzettingen steunt.

Ook economisch gaat het Israël goed. Dat de huizencrisis voor de middenklasse onopgelost is gebleven, is maar een klein minpuntje. En de banden met vijandige buurlanden als Saoedi-Arabië lijken voorzichtig iets te worden aangehaald.

Maar op de wat langere termijn, waarschuwen critici, kan het beleid heel wat rampzaliger uitpakken. Hoelang pikken de inwoners van Gaza de blokkade? Zou die Derde Intifada niet alsnog ontstaan als de Palestijnen het laatste beetje hoop op een eigen staat uit handen wordt geslagen – dixit Netanyahu? Aan de noordgrens wacht Hezbollah met duizenden raketten. Israël is voorlopig slechts schijnveilig.

Bezetting

De militaire bezetting van de Westelijke Jordaanoever duurde begin deze maand een halve eeuw. Dat Netanyahu deze ultieme status-quo niet probeert te doorbreken, heeft volgens Israël-kenner Nathan Thrall met niets anders te maken dan met de prijs van de bezetting. In een briljant essay dat in mei in The Guardian verscheen, maakte Thrall een simpel rekensommetje. Wat kost Israël meer: de bezetting opgeven of eraan vasthouden? Het antwoord luidt dat het voortzetten van de bezetting veel minder kostbaar is.

Israël kan zo vaak het internationaal recht schenden als het wil, doordat er nooit serieuze maatregelen zijn.

En dat ligt vooral aan het uitblijven van internationale druk. Israël kan zo vaak het internationaal recht schenden als het wil, doordat er nooit serieuze maatregelen zijn. Geen boycot, geen visumplicht, geen uitsluiting van internationale organisaties. Vrijwel elk land ter wereld, ook Nederland, beschouwt de nederzettingen als illegaal – maar verder dan het etiketteren van goederen uit bezet gebied komt de EU niet. Intussen blijft iedereen op cultureel en economisch gebied met Israël samenwerken. Want je moet met de Israëliërs praten, luidt de heersende opinie, om ze van gedachten te laten veranderen.

Lukt dat ook? Israël scherpt inderdaad zijn gedachten, alleen niet in de door het liberale Westen gewenste richting. Zelf heb ik de dubieuze eer genoten als correspondent het land te worden uitgewerkt wegens onwelgevallige berichtgeving. Dat de staat in mijn geval doorbeet, is een voorbeeld van de nieuwe zelfverzekerde koers. Israël zegt geen sorry meer.