De inzet van criminele getuigen blijft een dilemma

Liquidatieproces

Dankzij twee kroongetuigen kon justitie zeven liquidaties bewijzen. Toch blijft terughoudend de regel, vindt de officier van justitie.

Foto Bas Czerwinski/ANP

Voetangels, klemmen en duivelse dilemma’s: zakendoen met een crimineel die kroongetuige wil worden is extreem complex. Niet voor niets stelt het hof deze week in het arrest over het liquidatieproces Passage dat de twee kroongetuigen in die zaak „opportunistisch hun eigen belang” hebben nagejaagd. Tegelijkertijd concludeert datzelfde hof dat kroongetuigen Peter la S. en Fred Ros een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de „opsporing, berechting en vervolging” van een groep verdachten die zich schuldig heeft gemaakt aan zeven liquidaties.

Daarmee is het dilemma rond de inzet van kroongetuigen treffend neergezet. Hoe ga je daarmee om? „Je kunt niet anders dan heel terughoudend zijn met dit soort getuigen”, zegt officier van justitie Betty Wind die vanaf dag één bij de Passagezaak betrokken is. Ze kijkt terug op de zaak samen met haar collega’s Cynthia de Jong en Frits Posthumus, die de zaak in hoger beroep hebben gedaan.

Grootste dilemma in 2006

Het grootste dilemma deed zich voor in 2006, helemaal aan het begin van de Passagezaak, toen kroongetuige Peter la S. een opmerkelijke eis stelde. Hij had van alles verteld over moord en doodslag in de onderwereld. En over een dodenlijst waar een aantal bekende criminelen opstonden die nog doodgeschoten moesten worden. Peter la S. was een getuige waarvan justitie alleen maar had kunnen dromen. En toen stelde hij dat alles wat hij over die ene opdrachtgever Willem Holleeder had verteld, niet bekend mocht worden, omdat hij zo bang voor hem was. Een eis die, zo kan nu worden vastgesteld, in strijd was met de regels voor de omgang met kroongetuigen.

Wat moest justitie doen? De eis van de kroongetuige weigeren en zijn verklaringen weggooien? Alleen de schutters vervolgen maar de opdrachtgevers niet? Of meegaan met de eis van de kroongetuige? Dat laatste gebeurde, zo begreep ook Betty Wind later. De leiding van het Openbaar Ministerie stemde ermee in.

Het is een groot dilemma, zegt Cynthia de Jong. „We zouden het nu niet meer doen, maar ik begrijp de keuze van toen wel. Het is maatschappelijk heel moeilijk uit te leggen dat je de mogelijkheid hebt om een aantal moorden te voorkomen maar het niet doet omdat een kroongetuige een uitzonderlijke eis stelt.”

Ironie

De ironie wil dat de kroongetuige die het dilemma veroorzaakt, Peter la S., zijn geheim zelf prijsgaf toen hij er tijdens een verhoor bij de rechtbank in 2011 over begon te praten. Het kwam als een schok voor de rechtbank die besloot de verklaringen van Peter la S. uit te sluiten als bewijs in de zaak tegen de verdachte opdrachtgever Dino S. Hij werd vrijgesproken. Het hof kwalificeerde ‘de Holleederweglatingen’ „een onherstelbaar verzuim” maar veroordeelde Dino S. desondanks tot een levenslange celstraf.

Om deze voor een leek onnavolgbare hink-stap-sprong te verklaren, stelt het hof dat de zaaksofficieren en de verantwoordelijke rechercheurs ook niet op de hoogte waren van de weglatingen. Zie hier hoe twee colleges van wijze rechters het dilemma dat kroongetuige Peter la S. creëerde op een totaal verschillende manier hebben beoordeeld.

Bekijk hier het overzicht van de geëiste straffen met daarnaast de uitspraak van het hof: Wie is wie in het Passage-proces?

Het roept de vraag op of de regelgeving rond kroongetuigen niet duidelijker en beter moet. Zeker nu het OM met het nieuwe arrest van het hof in de hand overweegt om vaker kroongetuigen in te zetten.

Justitie wil bovendien de bevoegdheid om lagere straffen te geven als mensen zichzelf belasten voor strafbare feiten die anders niet aan het licht komen. Nu is de maximale strafkorting 50 procent en volgens het OM moet het mogelijk zijn om in sommige gevallen 100 procent strafkorting te geven.

Is dat geen oproep aan criminele opportunisten? Nee, zegt Betty Wind. „Uitgangspunt blijft dat kroongetuigen alleen mogen worden ingezet als laatste middel om ernstige strafbare feiten op te lossen. Nu hebben we het middel gebruikt voor liquidaties en ik denk dat het middel ook nuttig kan zijn voor bestrijding van ernstige vormen van corruptie en witwassen.”

Ook strengere regels om opportunisten als Peter la S. te begrenzen, vinden de magistraten niet echt nodig, zegt Frits Posthumus. „We willen de ruimte om maatwerk te leveren.”