Opinie

Hier mag je met servies gooien en tv’s slopen

Na Dallas en Londen heeft nu ook Tilburg een speciale ruimte voor vernielzuchtigen. Vrouwen komen er om met servies te gooien, mannen om tv’s te slopen.

De sloopkelder van Break Stuff aan het Koningsplein in Tilburg.

Sommige mensen denken dat je met een tennisracket een televisie kapot kunt slaan, vertelt mijn begeleider Daniël van Amelsvoort, maar daar heb je toch echt een knuppel voor nodig. Ik bekijk de attributen die hij uitgestald heeft: een hockeystick, een golfclub, een honkbalknuppel, een koevoet en een voorhamer, zo’n moker met een lange steel.

Met die laatste haal ik uit naar een flatscreen. Ik had gehoopt op rinkelend glas, maar het ding vliegt door de lucht en belandt tamelijk ongeschonden weer op de grond. Met de voet van het breekijzer hak ik er nu op in. Dit moet en zal kapot, en jawel: het scherm breekt, printplaten springen eruit.

Na Dallas en Londen heeft Tilburg nu ook een anger room. Break Stuff, heet deze. In een donkere kelder met graffiti kun je tegen betaling (28,95 euro voor 12 minuten) je vernielzucht botvieren op servies, printers en andere door de kringloop afgekeurde spullen.

„Pak nu de knuppel maar”, zegt Daniël, „en zwaai ‘m vanuit je nek”. Hij werpt me het ene na het andere kopje toe. Ze spatten voor mijn ogen uit elkaar, scherven vliegen in het rond. Gelukkig draag ik een masker en overall. Erik van Ginkel, samen met Daniël oprichter van deze zaak aan het Koningsplein, deed dit eens voor in korte broek. En dat heeft hij geweten, getuige het wondje op zijn scheenbeen.

Ik wil vragen of ik een paar kringloopkopjes mee naar huis mag nemen, want ik moet nodig wat servies vervangen. Toch geef ik de voorkeur aan totale destructie van de hele voorraad. Maar plots herinner ik me wat Erik zei: „Vrouwen willen vooral met servies gooien. Vinden ze mooi. Mannen willen zware wapens en veel slopen.”

Ik laat me niet kennen en leef me uit op een printer-scanner-combinatie. „Maak ‘m kleiner, kleiner”, moedigt Daniël mij aan. Het nummer Break Stuff van de rockgroep Limp Bizkit schalt door de boxen. Give me something to break / Just give me something to break. Het refrein: It’s just one of those days / It’s all about the he-says, she-says bullshit.

Zo klinkt een sessie

Ik sla en sla en sla. Ik kan niet meer ophouden. Na drie keer hetzelfde nummer, trek ik me terug in de kleedkamer. Boven aan de bar drink ik een cola en vraag me af of ik nu mijn agressie kwijt ben of juist heb aangewakkerd. Materiaal dat mooi en heel is, bekijk ik opeens met heel andere ogen.

Psychologen hebben zich hier al over gebogen, weet Erik. „Het ene kamp zegt: agressie wekt agressie op, hier zou je dan nóg agressiever van worden. Het andere kamp zegt: als je agressie in je hebt, moet je dat eruit gooien. Maar wij zijn geen therapeuten, wij zijn hier niet om mensen op te vangen. Focus niet te veel op het idee dat dit een uitlaatklep is. Het is gewoon leuk.”

Wel ziet hij wat zo’n slooppartij met klanten doet. Laatst bracht een vrouw haar man mee en vertelde dat hij een rotweek had. Erik: „Wij zijn er niet voor om het op te lossen, maar zorgen er wel voor dat hij met een glimlach uit die kelder komt. Zijn ogen glunderden, hij praatte weer.”