Cultuur

Interview

Interview

Schrijfster en stripfan Dalilla Hermans: „De Vlaming is conflictvermijdend. Het is niet Vlaams om een eerlijke, franke dialoog te hebben.”

Foto Kioni Papadopoulos

‘Mensen staren me aan als ik met mijn blanke man op straat loop’

Dalilla Hermans

De Vlaamse schrijfster Dalilla Hermans viel publiekelijk over een tekening in Suske en Wiske en hoopt dat ze daarmee een racismedebat ontketend heeft.

Het was niet haar bedoeling om twee weken voor ze uitgerekend is in een mediastorm te belanden. Om bedreigingen te ontvangen of afbeeldingen waarop haar gezicht grotesk gefotoshopt is. Maar ze móést iets zeggen, legt de Vlaamse, hoogzwangere Dalilla Hermans (31) uit in haar woonkamer in Antwerpen Berchem. Niemand anders deed het.

In dezelfde woonkamer nam ze deze week een video op die tot veel reacties leidde. Daarin spreekt ze haar afschuw uit over een tekening in de nieuwe Suske en Wiske Mami Wata waarop een zwarte man als een „halve aap” is afgebeeld. Dat is niet zomaar een foutje, zegt Hermans. Net als de „haatgolf” van deze week geen uitzondering is.

Hermans, geboren in Rwanda en geadopteerd door een Vlaams stel, is vaker met racisme geconfronteerd. In haar onlangs gepubliceerde boek Brief aan Cooper en de wereld, gericht aan haar zoon van inmiddels vier, beschrijft Hermans hoe ze opgroeit in Weelde, net over de grens met Nederland, 4.500 inwoners. Mensen komen met het hele gezin langsfietsen om een glimp van Dalilla en haar zus op te vangen. „Negers moeten kuisen [schoonmaken, red]”, roept een man op latere leeftijd eens naar haar. Op haar veertiende plast een aantal skinheads over haar heen. Op volwassen leeftijd, niet langer in het dorp maar in Antwerpen, zegt een man: „Het is zoals bij kinderen, die negers, je moet ze alles leren.”

Na een oproep van Dalilla Hermans tekenden allerlei mensen ‘betere’ Afrikanen. Dit is een selectie. Lees ook: Fans verbeteren ‘racistische’ nieuwe Suske en Wiske. Illustraties Marloes de Vries, Niels van Neers, Sunkwa en FrommelRommel

Veel mensen zullen geen idee hebben dat dit soort dingen gebeurt. Is dit niet iets van vroeger?

„Ik hoor dat heel vaak: dat wisten we niet. Mijn ouders hadden ook geen idee van wat mij was overkomen totdat ze mijn boek lazen. Van zwarte mensen hoor ik juist: ik herken dat wel. Mensen hebben vaak geen idee hoeveel invloed zoiets heeft. Om een stom voorbeeld te geven: ik heb heel lang niet in het openbaar bananen durven eten. Maar het kan ook groter zijn. Mensen die me aanstaren als ik met mijn blanke man op straat loop, die niet naast me willen zitten. Dat gebeurt echt.”

U schrijft in uw boek dat racisme in Vlaanderen erger wordt. Erger dan Kuifje in Afrika?

„Een soort ongeschreven fatsoensregel is vervangen door een houding waarbij het bijna flink is om te zeggen ‘waar het op staat’. De politiek is hard en polariserend geworden en je merkt dat de gewone man dat daardoor ook wordt.

„Kuifje in Afrika was in de tijdgeest te plaatsen. Die afbeelding in Suske en Wiske, dat is hetzelfde maar dan tachtig jaar later.”

Hoe kan het dat een hele redactie naar zo’n stripboek kijkt en niemand denkt: dit kan niet?

„Daar was ik juist zo gefrustreerd over. Dat niemand dat ziet, niet op de redactie en niet bij het communicatieteam dat deze afbeelding kiest voor een persbericht. Het gaat nu steeds over die tekening, maar dat interesseert me niet eens zo. Dit moet het begin van een discussie zijn. We lopen hier nog zo achter met diversiteit. Als er iemand op die redactie was geweest met andere roots, had die waarschijnlijk wel gedacht: dit is geen goed idee. Op tv, op redacties, in het onderwijs… ik zag nooit zwarte mensen en het heeft heel lang geduurd voordat ik een beeld kon vormen van wie ik was. In twintig jaar is eigenlijk niets veranderd.

„We praten er hier ook te weinig over. In Nederland is dat anders. De Zwarte Piet-discussie is in Vlaanderen pas twee jaar oud, niet twintig. Ik en een paar anderen zijn de allereerste stemmen die zeggen: dit is racistisch, dit moeten we anders doen.”

Waar ligt dat aan?

„Anoniem op internet durven mensen wel. Maar het is niet Vlaams om een eerlijke, franke dialoog te hebben. Over wat dan ook. De Vlaming is conflictvermijdend, met als gevolg dat al die moeilijke gesprekken niet gevoerd worden. Alleen het aankaarten ervan is al bedreigend. ‘Neger’ is hier nog een heel normaal woord. Zelfs sommige vrienden van mij snappen niet waarom dat niet kan. Mensen met heel veel zwarte vrienden die dat gesprek nog nóóit gevoerd hebben. Er wordt met een grote boog omheen gelopen, tot de etterbuil barst.”

En daar moet u dan tegen vechten?

„We zijn nu nog met weinig, er is pionierswerk nodig. En of ik nu wil of niet, ik heb een unieke positie omdat er naar me geluisterd wordt. Door mijn adoptie fungeer ik als een soort brugpersoon. Mij wordt vaak verweten dat ik een aandachtshoer ben. Ja, ik ga op tv als ze me vragen. Omdat dat nodig is. Jarenlang is óver ons gesproken, niet mét ons.

„Ik hoef niemand z’n boek of kinderfeest af te pakken. Je gaat mij niet zien in een shirt met ‘Zwarte Piet is racisme’. Ik wil vanuit wederzijds begrip en dialoog verder komen. Ik verwacht echt niet dat iedereen het meteen begrijpt, maar we gaan die discussies moeten hebben, hoe lang het ook duurt.”