Een kind 42 keer overplaatsen - het schaadt

Er is een tekort aan pleegzorg, maar niet alle kinderen horen daar thuis, schrijft Peer van der Helm. Soms is een tehuis beter.

Foto: ANP / Roos Koole

Sinds gemeenten verantwoordelijk zijn voor de jeugdzorg, worstelt een deel van hen met de vraag wat te doen als een kind thuis problemen heeft. Deze worsteling uit zich in grote verschillen in beleid en uitvoering tussen gemeenten. Toch is de ervaring van de afgelopen jaren dat veel gemeenten kiezen voor zo licht mogelijke zorg, bij het kind thuis. Dat is
de beste optie volgens de VN en vaak vele malen goedkoper dan een pleeggezin of residentiële zorg (opvang in instellingen).

Stepped care is misschien wel het schadelijkste wat we een kind kunnen aandoen

Maar soms verbetert de situatie thuis niet en lang ‘aanmodderen’ kan ook schade toebrengen aan het kind, laat onderzoek aan de UvA zien. Een pleeggezin is dan de volgende optie, maar het blijkt dat de aard van de problemen, wat het kind aan zorg nodig heeft en in hoeverre het kind en zijn ouders en school meewerken soms de mogelijkheden van pleegouders te boven gaan. Deze week bleek ook dat er een schrijnend tekort is aan pleegouders. Een vervangend gezinshuis (waarin hulpverleners een gezinssituatie nabootsen met meerdere kinderen) kan een oplossing bieden, maar ook een gezinshuis kent beperkingen, alhoewel zij met een goede ondersteuning zware problematiek aankunnen.

Toch moeten we, gezien de ervaringen, bijvoorbeeld in Denemarken en recent ook in België, voorzichtig zijn om vanuit ideologische redenen nu residentiële voorzieningen te snel af te bouwen. We moeten voorkomen dat kinderen letterlijk in de kou komen te staan. De ervaringen van die landen leren dat er een groep kinderen is die beter af is in tehuizen – of zelfs in een gesloten instelling. Wie die kinderen zijn, daar is dringend onderzoek naar nodig.

Kinderpsychiaters luiden de noodklok over de zorg die zij kunnen bieden. Het zoveelste signaal van misstanden in de jeugdzorg.

Waar we ook voor moeten uitkijken is ‘stepped care’, de praktijk waar eerst lichte maatregelen uitgeprobeerd worden, daarna zwaardere en waar het kind uiteindelijk in een gesloten instelling terecht kan komen. Het kind heeft dan al zoveel veranderingen achter de rug dat het soms nauwelijks meer een band kan opbouwen met iemand en niet meer te motiveren is voor behandeling. Stepped care is misschien wel het schadelijkste wat we een kind kunnen aandoen. Vaak zie ik kinderen die al vele plaatsingen achter de rug hebben. De meest schrijnende situatie waarvan ik gehoord heb is 42 plaatsingen in 2 jaar tijd van een 18-jarige jongen. Maar ook een zesjarig meisje zag tien pleeggezinnen en instellingen in drie jaar tijd. We zien dat deze kinderen in toenemende mate extreem ingewikkeld gedrag ontwikkelen, waar hulpverleners en leerkrachten heel moeilijk mee kunnen omgaan.

Het is dringend nodig dat er voor gemeenten betere handvatten komen om snel tot een stabiele plaatsing te komen. Gemeenten kunnen dat niet alleen. Ieder kind heeft stabiliteit nodig om het de kans te geven weer terug naar het ouderlijk huis te gaan of een band op te bouwen met andere betekenisvolle personen in zijn omgeving, een van de basisbehoeften van ieder mens. Daar moeten we onze hulp snel op aanpassen want iedere overplaatsing is er een te veel.