De plaaggeest van het Marokkaanse establishment

Oud-politicus Saïd C.

De Marokkaanse Nederlander Saïd C. werd deze week aangehouden na diplomatieke druk van Marokko. Wie is hij?

De Marokkaanse ambassade in Den Haag. Foto Robert Vos/ANP

Een observatieteam van de Nederlandse politie volgt in 2014 een vrachtwagen waarmee drugs gesmokkeld zouden worden, als de telelens valt op een kleine, gezette man met een brilletje. Het is het Marokkaanse oud-parlementslid Saïd C. De politie volgt hem al langer, omdat hij deel zou uitmaken van een drugsbende. Een jaar later wordt hij gearresteerd bij een grote actie in en rond Roosendaal.

Het proces tegen de smokkelgroep dient naar verwachting volgend jaar, maar Marokko wil dat niet afwachten. Het land vraagt al geruime tijd om uitlevering van de Marokkaanse Nederlander wegens een veroordeling uit 2010 voor drugssmokkel. Vorig weekend riep Marokko zelfs haar ambassadeur terug. Nederland gaf donderdag toe aan de druk en heeft C. aangehouden.

Wie is deze van drugshandel verdachte man en hoe werd hij het middelpunt van een diplomatieke rel?

Twee neven

In het dorpje Mnoud in het Rifgebied worden in 1966 en 1967 twee neven geboren die later een bepalende rol zullen spelen in elkaars levens: Saïd C. en Ilyas el Omari. Ze groeien samen op en blijven bevriend als C. halverwege de jaren tachtig naar Nederland verhuist, waar zijn vader is gaan werken als gastarbeider.

In de jaren negentig komt hij in het bezit van een coffeeshop in Roosendaal. Het is de tijd waarin misdaadsyndicaten zonder al te veel bemoeienis van de Marokkaanse autoriteiten tonnen hasj naar Europa smokkelen. In Nederland worden de drugs in kleine hoeveelheden tegen grote winst verkocht. In 1998 wordt C.’s coffeeshop op last van de gemeente gesloten.

Hij investeert begin deze eeuw een deel van zijn fortuin in Marokko. Het maakt hem geliefd in zijn geboorteland; sommige inwoners beschrijven hem als de ‘Pablo Escobar’ van de Rif. In 2007 keert hij terug naar Marokko om plaats te nemen in het parlement, naar verluidt op uitnodiging van neef Ilyas el Omari. Die heeft carrière gemaakt in de Marokkaanse bestuurlijke wereld.

Lid van een kleine partij

C. komt aanvankelijk als lid van de kleine Parti Al Ahd (partij van de belofte) in het parlement, die opkomt voor de Riffijnse belangen. Maar hij overspeelt zijn hand door onder meer de grote inkomsten van de koning te bekritiseren. „Als je dat in Marokko roept, kun je ervan uitgaan dat er van alles tegen je in gang wordt gezet”, zegt Jan Hoogland, Marokko-deskundige van de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Het duurt niet lang voordat C.’s partij wordt opgeheven en opgaat in de PAM, opgericht door een goede vriend van de koning. Neef Ilyas el Omari werkt zich op tot een van de leiders van de PAM, C. raakt juist uit de gratie en vlucht onder druk naar Nederland. In mei 2010 onderschept de politie van Nador een grote lading drugs en wordt hij gezien als één van de hoofdverdachten.

Volgens C. zijn de beschuldigingen politiek gemotiveerd: hij zou vanwege zijn kritische opstelling zijn kaltgestellt. Volgens Hoogland is dat ten dele waar: „Hij lijkt in de drugs te zitten, maar in de Rif zitten zoveel mensen in de drugs. Als je de juiste contacten hebt, wordt er niet tegen opgetreden. Hij is op iemands tenen gaan staan, daarom wordt hij wel aangepakt en anderen niet.”

Op Nederlandse bodem zet C. zijn activisme voort. Hij staat aan de basis van de ‘18 september-beweging’, een Nederlandse stichting die streeft naar een Riffijnse republiek. Om te kunnen communiceren met zijn achterban in Marokko financiert hij het televisiekanaal Anoual TV en de website Tabrat.info.

Plaaggeest

Zo ontwikkelt C. zich langzaam tot de plaaggeest van het Marokkaanse establishment. Zijn beweging organiseert demonstraties voor Marokkaanse ambassades. Begin deze maand stuurt de beweging een brief aan de VN om de onafhankelijkheid van de Rif aanhangig te maken. „Daarmee stel je de eenheidsstaat Marokko ter discussie, dat is geheid vragen om moeilijkheden”, zegt sociaal-geograaf Paolo De Mas van het Leidse African Studies Center.

Wat Marokko mogelijk nog zenuwachtiger maakt, is dat C. over documenten beschikt die afkomstig lijken van de Marokkaanse inlichtingendienst DGST. Een lijst met informatie over Marokkanen in Nederland, geeft hij in 2015 aan de AIVD. Andere documenten plaatst hij dat jaar op Facebook. Die onthullen volgens C. de rol die de DGST zou hebben gespeeld bij de ondergang van zijn voormalige politieke partij en hoe zijn politieke tegenstanders zouden samenspannen met de inlichtingendienst. Ook zijn neef Ilyas el Omari – die op dat moment geldt als mogelijk toekomstig premier van Marokko – brengt hij in diskrediet.

C. houdt vrijdag 23 juni een toespraak via Facebook, waarin hij stelt over meer bewijs te beschikken tegen hooggeplaatste Marokkanen. Een dag later trekt Marokko haar ambassadeur terug, waarna Nederland hem donderdag aanhoudt. Een rechter zal het uitleveringsverzoek beoordelen. Het lijkt erop dat C. één keer te vaak de toorn van ‘Rabat’ over zich heeft afgeroepen.