De beste televisie van mei en juni 2017

Zap

TV-criticus Hans Beerekamp zet de beste Nederlandse programma’s van de afgelopen maanden op een rijtje, van ‘De Neven van Eus’ met Özcan Akyol tot ‘Lekker Laat!’ met Paul de Leeuw.

Paul de Leeuw in Lekker Laat! (VARA)

Er waren de afgelopen maanden nogal wat programma’s waarop ik me verheugd had, maar die om uiteenlopende redenen tegenvielen. Het panorama van nieuwe ontwikkelingen in de wetenschap The Mind of the Universe (VPRO) is een voorbeeld (te plechtig, te willekeurig), het college door Beatrice de Graaf DWDD University: Spionage (VARA) een ander: te overladen en daardoor te kortademig.

Net buiten de top-5 viel het driedelige De Oorlogsrecherche (VARA) over het team Internationale Misdrijven dat oorlogscriminelen probeert op te sporen: te veel moest geblurd en geanonimiseerd worden, ten koste van de presentatie en de helderheid.

Gelukkig waren er veel op zichzelf staande documentaires van hoge kwaliteit te zien. En beleefden we de terugkeer op prime-time van De Nieuwe Maan (NTR), het broodnodige actualiteitenmagazine voor en door Nederlandse moslims. Hoe laag de kijkcijfers ook mogen zijn, dit is bij uitstek de taak van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO), net als Tijs en de Ramadan (EO).

5. De Neven van Eus (NTR)
Uitstekend idee: de schrijver, columnist, voetbalanalist en tafelheer Özcan Akyol, Turkse Nederlander uit Deventer, gaat op bezoek bij zijn grotendeels onbekende familieleden in Turkije. Zijn eigen ouders kregen er in Eus’ geschriften nogal eens van langs, maar deze onbekende ooms, oudtantes en achterneven worden vrij onbevangen tegemoet getreden.

In de afleveringen worden verschillende kanten van de verdeelde Turkse samenleving belicht, van de conservatieve steden in het binnenland Sivas en Kayseri tot de hoofdstad Ankara en de meer verlichte kustplaatsen Antalya en Istanbul. Onveranderlijk behoren echter alle (alevitische) familieleden van de hoofdpersonen tot de seculiere, liberale en tegen president Erdogan gekante minderheid (49 procent!, roept een oom uit).

Voor Nederlanders die een vertekend beeld hebben van Turkije als een duistere dictatuur, waar uitsluitend islamisten en extreem-nationalisten het voor het zeggen hebben, vormt de serie een buitengewoon nuttige correctie, die weer bijna wordt tenietgedaan door een agressieve campagne tegen Akyol van Nederlandse Erdogan-aanhangers. In vergelijking met andere reisseries op zondagavond een beetje kunstmatig en ouderwets in het verdoezelen van de draaiomstandigheden.

4. Gewijde Grond (EO)
Zoals alle kleine zendgemachtigden op levensbeschouwelijke grondslag moesten ook de Joodse Omroep en IKON een grote broer zoeken om in op te gaan. Het werd de Evangelische Omroep, die vaak op een heel andere vleugel van het religieus spectrum opereert. Toch lijken beide in redelijke vrijheid door te kunnen gaan met het maken van soms heel aardige programma’s.

Gewijde Grond, een reeks documentaire portretten van Europese begraafplaatsen met een speciaal verhaal, is voorzover ik dat waarneem de eerste succesvolle inhoudelijke samenwerking. Een IKON-team onder leiding van regisseur Wilberry Jakobs en eindredacteur Ida Overdijk koos Kefah Allush, coryfee van de EO in enge zin, als presentator, en hij past wonderwel in de wat elegische, bijna meditatieve toon van het werk van Jakobs (met name LUX).

De eerste twee afleveringen voerden ons naar het Siciliaanse havenstadje Pozzallo, waar ook veel vluchtelingen voet aan wal zetten, en waar een trotse beheerder in een scootmobiel ons rondleidt door zijn necropolis; en naar de Joods-Portugese begraafplaats Beth Haim in Ouderkerk aan de Amstel. Die vormt ook het kader voor een introductie van Spinoza en Sarphati. Als symbool van de in de zeventiende eeuw zeldzame tolerantie voor vreemdelingen in Nederland, horen we daarnaast het verhaal van het graf van de zwarte slaaf Eliezer.

3. De Kinderen van Juf Kiet (KRO-NCRV)
Sublieme documentaire van Petra Lataster-Czisch (regie) en Peter Lataster (camera) over een schakelklas voor net gearriveerde migrantenkinderen in het Brabantse dorp Hapert. Een bezielde leerkracht, Kiet Engels, doet haar best om te begrijpen wat de vaak nog nauwelijks Nederlands sprekende leerlingen beweegt. En waarom sommigen zich zo onaangepast gedragen. Samen met haar ontdekken we de beschadigingen die je kunt oplopen als het eerst „buiten boem boem” is en je daarna in een totaal vreemde omgeving belandt, waarin het verboden is om met elkaar je eigen taal te spreken.

De film is vergeleken met andere documentaires over een schooljaar in een klas, zoals het Franse Être et Avoir (2002), maar je kunt ook denken aan het werk van de Japanse fictieregisseur Yasujiro Ozu, die eveneens de camera op ooghoogte plaatste en zonder montage-ingrepen, lang ingespannen na de gebeurtenissen keek die zich in een enkel gezicht kunnen afspelen.

Door die stijl – compromisloos, observerend en zonder duiding of andere voice-over – kun je je afvragen of deze voortreffelijke film, ook succesvol na de première op IDFA en een lucratief bioscooproulement, nog wel „televisie” genoemd kan worden. Zonder tv kunnen zulke intensieve en dure documentaires niet meer gefinancierd worden, dus moeten we hopen dat ook dergelijke producties (112 minuten) in de toekomst bij de NPO op steun kunnen blijven rekenen.

2. Het Uur van de Wolf: De Jacht op Mijn Vader & Peter Vos - Vogelparadijs (NTR)
Toeval of niet: begin mei werden twee schitterende documentaires over kunstenaars uitgezonden door de NTR, beide in het kader van de daartoe bestemde rubriek Het Uur van de Wolf.

Na eerder zijn eigenzinnige vader, fotograaf Eddy de Jongh, te hebben geportretteerd volgde David de Jongh nu in Vogelparadijs het spoor terug van diens generatiegenoot en collega bij Vrij Nederland, tekenaar Peter Vos (1935-2010). Ook was er weer een bewonderende, maar door de soms slordige bejegening niet ongeschonden gebleven zoon, editor Sander Vos. Het procédé van getuigenissen, archiefmateriaal en vooral onversneden aandacht voor het imposante werk, blijkt weer uiterst effectief, ook als tijdsdocument.

Een broze relatie tussen ouder en kind vormt ook het onderwerp van De Jacht op Mijn Vader van regisseur Gülsah Dogan. Zij volgt romanschrijfster Karin Amatmoekrim die in Suriname haar vader bezoekt. Ze kent hem niet goed en ontmoette hem pas voor het eerst op haar 22ste, maar hij vormt wel het onderwerp van haar nieuwe boek. In Suriname kennen ze de levende legende Eric Lie maar al te goed, als taekwondogrootmeester en legendarisch jager, op groot wild en vrouwen.

Er ontstaat een gecompliceerde interactie, als dochter vader voorleest wat ze over hem geschreven heeft, een mengeling van trots, wantrouwen, schaamte en misverstanden. Soms bijna te intiem om er bij te willen zijn.

1. Lekker Laat! (VARA)
Een beller van wie het geluid weer niet goed hoorbaar dreigde te worden, noemde het in de laatste rechtstreekse uitzending: „Het toppunt van chaotische televisie!”. Nee, als „het beste televisieprogramma” kun je dit experiment misschien nog niet betitelen, maar wel als het belangrijkste voorschot op de lineaire tv van de toekomst. Dagelijks op de late avond veertig minuten spontaan keten met min of meer willekeurige gasten, zonder script of autocue, onder leiding van Paul de Leeuw. Soms fietste hij aan het begin door de stad naar de studio naast Artis, onderweg gesprekjes voerend met toevallige voorbijgangers, vastgelegd door de camera op zijn helm en die van een behendige cameraman op een andere fiets.

In de studio selecteerde een doorbitch als Sylvana Simons of Sinan Can welke mensen naar binnen mochten om een idee te verkopen of gewoon gezellig sangria te komen drinken. Ook was er altijd wel een muzikale gast, die in ieder geval afsloot met Gute Nacht Freunde. Er ging veel mis, maar het was altijd verrassend en iets anders dan de doorgekookte en overmatig geformatteerde diepvriestelevisie die de standaard is geworden.

Als er nog een toekomst is voor lineaire televisie, dan moet die live en eerlijk zijn, uit de verswinkel.