Recensie

‘Zwaanachtige’ Krijgh drukt stempel op openingsavond IKFU

Internationaal Kamermuziekfestival Utrecht

Celliste Harriet Krijgh leek op achterstand te beginnen, maar de nieuwe artistiek leidster van het IKFU drukte op de openingsavond direct haar stempel.

De muzikaliteit van Harriet Krijgh excelleert in lijnen en guirlandes, tijdens het openingsconcert van het Kamermuziekfestival in Tivolivredenburg in Utrecht. Foto Allard Willems

Er waren zelfs koffiekoekjes met haar naam erop, en zo kon het niemand meer ontgaan: Harriet Krijgh (26), celliste, is violiste Janine Jansen opgevolgd als artistiek leidster van Kamermuziekfestival Utrecht. Krijgh start op een beetje achterstand – zou je denken. De voetsporen van Jansen zijn diep en de festivalsubsidie liep 15 procent terug, zodat Krijgh haar ideeën niet allemaal tijdens de eerste editie kon realiseren. Maar, knap, ze drukte woensdag wel meteen een eigen stempel op de openingsavond – ook al speelde Janine Jansen daar bij wijze van estafettestokjesmoment ook nog mee in één werk.

In april dit jaar kondigde Harriet Krijgh in NRC haar plannen aan voor het IKFU: ‘Ik moet opnieuw bewijzen wat het festival waard is’

Krijgh, in haar eigen, nog iets Duits aandoende formulering „geborene van de provincie Utrecht”, studeerde vanaf haar 14de in Wenen en is in nurture dus meer Oostenrijks dan Hollands. Sterke troef: dat erkent ze, en ze maakte van Oostenrijk een rode draad door háár eerste festival. Zo opende het woensdag met de wereldpremière van een toegankelijk en aanstekelijk werk van de hier onbekende Oostenrijkse componiste Johanna Doderer (1969), like the sun II. In de bezetting voor cello, strijkkwartet, saxofoonkwartet en piano klonk het als Piazzolla in de Alpen: woest en onherbergzaam in de akkoordformaties soms, maar met een stevige zuidelijke puls in de ritmiek. Extra troef: Krijgh selecteerde uitmuntende medespelers in onder andere het extraverte Signum Saxophone Quartet en cellist Maximilian Hornung.

Zwaan

Hoewel het festival in grote lijnen niet van opzet is gewijzigd en populaire onderdelen als de kerkenmarathon en de fietsconcerten zijn gebleven, zal Utrecht moeten wennen aan een festival nieuwe stijl. Dat ligt vooral aan het temperament van Krijgh, die woensdagavond bijna de tegenpool bleek van Janine Jansen – en niet alleen in het stuk waarin ze samenspeelden, en de mogelijkheid tot vergelijking dus voor het grijpen lag.

Krijgh heeft iets zwaanachtigs. Lange hals, oneindige armen en handen, blanke huid en vooral: een lichte toon. Haar muzikaliteit, zeker wanneer je die live beleeft, excelleert in lijnen en guirlandes, niet in pompende baslijntjes of diep in de snaar gravende melodieën. Ook haar stijl van kamermuziek maken, in de dialoog met andere musici, heeft vaak iets sprookjesachtig verinnerlijkt; alsof je het Rijk der Muziek het gemakkelijkst inreist als je diep naar binnenkijkt. Voor het publiek zal dat wennen zijn, zeker na dertien jaar met het hypercommunicatieve podiumbeest Janine Jansen, die hier in Erich Korngolds Suite opus 23 ook direct een haast dierlijk-gretige interactie aanging met violist Boris Brovtsyn.

Het waarschijnlijke scenario is dat ook Krijgh, op haar eigen wijze, Utrecht zal winnen

Elegante klank

Ook in het fraai, soms met erg pittige tempi gespeelde Pianokwartet nr.1 van Brahms, met naast Krijgh de expressief spelende zusjes Baiba en Lauma Skride op viool en piano en Lise Berthaud op alt, was het Krijgh die met haar elegante klankvorming het minst op de voorgrond trad.

En toch is het waarschijnlijke scenario dat ook Krijgh, op haar eigen wijze, Utrecht zal winnen. Met haar eigen temperament, haar eigen invulling, en de genoeg tijd om de nogal imposante slagschaduw van Jansen achter zich te laten. Muzikaliteit en intelligentie zijn haar straalmotoren. De rest is tijd.