Column

Zeuren in Urk

Niet dat het hele dorp is uitgelopen, maar een klein Koningsdagsfeertje heerst er wel, in Urk. Willem-Alexander en Máxima beginnen hier donderdag hun bezoek aan Flevoland. Oranje vlaggetjes in de oude haven en voor ROC Friese Poort, de visserijschool, juichen kinderen en ouders. Maar achter de dranghekken op de route erheen is het leeg, op tientallen politieagenten na.

Net als het koninklijk paar zwaaiend de bus in stapt, stuiven er twee agenten op mountainbikes op me af. Of ik wel in Urk woon. Wat er in die tas zit. (Kladblok, balletschoenen van mijn dochter, verkruimelde Liga). Waarom ik geen perskaart heb. Waarover ik wil gaan schrijven.

Heel precies weet ik dat niet. Urk, ik wilde er gewoon eens heen. Stokoud visserseilandje dat opgenomen is een modern wonder van gewonnen land, tjokvol windmolens. De koning gaat nu op weg naar het Windpark Noordoostpolder, ’s lands grootste windmolenpark, onlangs geopend. Vanaf het vissersmonument heb ik ze in het IJsselmeer en op de dijk staan bekijken: 86 malende installaties, 200 meter hoog, stram in het gelid. Het aerodynamische ontwerp contrasteert met dit museale dorp vol klimmende steegjes, kerkjes, vissershuisjes en toeristische bordjes bij een oude misthoorn of een ‘taanketel’.

Het merendeel van de bevolking is mordicus tegen die windmolens. De PVV wil hier meedoen aan de verkiezingen. Ik hoopte wat zeurende Urkers tegen te komen. Die vond ik vrij snel. Drie mannen wandelden over de kade, eentje met fiets aan de hand. Ze volgden het zeilbootje van een vriend, verderop in het IJsselmeer. Boeiender dan de koning, inderdaad. „Die laten ze zien hoe schitterend die molens zijn en wij zitten ermee. Het ziet er toch niet uit? Maar ja, ze staan er. Die protesten hebben niks uitgehaald.”

Het is toch ook wel mooi, wierp ik aarzelend tegen, voorloper zijn, met nieuwe energie? Zelden staarden drie mannen mij zo eensgezind uitdrukkingsloos aan. Het is ook onzinnig. Je hoeft maar even in de Flevopolder rond te rijden om de funeste invloed van die molens op het landschap te ervaren. Industrieel, geometrisch en technisch wordt het er door.

Zelf woon ik bij de Haagse duinen, waar ik ze absoluut niet zou willen. En de opbrengst is nog altijd gering, zonder veel zicht op vooruitgang in die techniek. Zonnepanelen daarentegen kunnen steeds hogere vermogens opwekken, worden steeds onzichtbaarder, als dakpannen, die ook op deze vissershuisjes niet zouden misstaan.

„Gaat u nog naar andere locaties?” vraagt de agent mij bazig. „Ik wilde nog even naar dat windmolenpark.” Hij knikt. „Ja, die heeft u in de Randstad natuurlijk niet.”

Christiaan Weijts schrijft hier elke vrijdag een column.