Cultuur

Interview

Interview

Donny McCaslin

‘Werken met David Bowie was magisch’

Zijn medewerking aan David Bowies album ‘Blackstar’ trok saxofonist Donny McCaslin uit de anonimiteit. „Als David de kamer in kwam, voelde je zijn aanwezigheid en aandacht.”

Op slag waren alle ogen op hem gericht. De Amerikaanse jazzsaxofonist Donny McCaslin (50) werkte jaren in de luwte, met zijn band en als verdienstelijk sideman. Maar toen zijn geheime project – het spraakmakende, miraculeuze album Blackstar met popster David Bowie – naar buiten kwam in januari 2016, ontvouwde zich een kleine mediastorm. Die werd niet veel later nog eens versterkt door het plotse overlijden van Bowie, als gevolg van een ernstige ziekte waar de buitenwereld niets van afwist.

Het album dat Donny McCaslin en zijn band na deze gebeurtenis opnamen, Beyond Now, werd een eerbiedwaardige, zinderende jazz-ode aan de vernieuwer die Bowie was: compromisloos, hard en stevig. Lovende recensies vielen McCaslin ten deel. En toen moesten de Grammy’s nog komen, waar hij met zijn bandgenoten pianist Jason Lindner, bassist Tim Lefebvre en drummer Mark Guiliana bepaald niet zonder natte ogen namens Bowie twee prijzen voor Blackstar in ontvangst nam. Al vond hij de keuze om dit album – „diepe kunst”, aldus McCaslin – niet te nomineren voor ‘Album van het jaar’ „onbegrijpelijk”.

Dus ja, wat een bewogen anderhalf jaar is het geweest, knikt McCaslin in zijn huis in Brooklyn, New York. Het interview gaat via Skype, zijn ochtend begint net. De goedlachse musicus is een maand vrij en thuis bij zijn gezin – zijn vrouw is dominee – „om op te laden”. Vooral ook, zegt hij, had hij behoefte om de boel voor het eerst eens goed te overdenken.

Werkelijk iedereen wil de jazzmusicus interviewen over hoe hij werken met Bowie heeft ervaren

Hij nam de tijd voor zijn verdriet om Bowies overlijden. En overwoog hoe zijn carrière een draai heeft gemaakt en hij van een bescheiden, in de scene gewaardeerde jazzmusicus die werkte met Danilo Peréz, David Binney, Maria Schneider en Dave Douglas zelf een grote blikvangende naam werd op de affiches. Werkelijk iedereen wil de jazzmusicus interviewen over hoe hij het allemaal heeft ervaren en wat Bowie hem leerde.

Bowie kwam op een dag ineens in de New Yorkse jazzclub 55 Bar luisteren naar McCaslins kwartet – op advies van een gezamenlijke vriendin, orkestleider Maria Schneider. Na afloop vertrok hij meteen. Wel maakte hij nog een soort compliment over hun „luide” sound. Anderhalve week later volgde een e-mail van Bowie, waar McCaslin „alleen maar naar kon blijven staren”. Bevroren was hij door de boodschap: „Iets van dat het een droom zou zijn om met de Donny McCaslin Group een paar nummers op te nemen. Ik heb er werkelijk een uur over gedaan om iets terug te schrijven dat net zo krachtig, kort en nonchalant cool kon zijn.”

Hij schatert het uit.

Grensverleggend

Expliciet is Bowie nooit geweest over zijn keuze om juist met McCaslin muziek op te gaan nemen. Maar dat hij diens muziek, een hybride tussen elektronica en moderne jazzimprovisatie, had bestudeerd en zeer waardeerde bleek bijvoorbeeld uit hun mailwisseling. „Dan refereerde hij gedetailleerd aan een eerder album van mij, Casting For Gravity, waarop de energie aan het einde van het nummer Praia Grande hem aansprak. Niet dat hij het zei, maar naar mijn idee was het grensverleggende aspect in onze muziek dat wat hem aantrok.”

Eerst was hij te horen op Bowies single ‘Sue (or In A Season of Crime)’ in het bijna acht minuten durend jazzarrangement met het befaamde Maria Schneider Jazz Orchestra. Bowies album Blackstar, een mooi mysterieus, uitdagend kunstwerk zonder hitdrang, werd daarna met McCaslins band opgenomen, begin 2015, in drie weken. Een nieuwe ervaring voor de jazzmusicus, die gewend was zijn albums in een paar dagen op te nemen. „Daarna heb ik het album maanden niet gehoord. Ik wist dat de gezondheid van David achteruitging, maar ik heb hem pas weer gezien toen ik het album in november kon gaan beluisteren, op zijn kantoor. Ze lieten het me in mijn eentje in een kamer horen en ik werd er heel emotioneel van. Ik kon niet geloven dat het zo goed klonk. Dat gebeurt me niet vaak.”

Waarom? „Wat David nog aan vocalen had toegevoegd was ongelofelijk. En producer Tony Visconti droeg er subtiele violen en synths aan bij. Dat was zo góéd gedaan, er was zoveel samengebracht. Onze band kenmerkt zich door bijzonder samenspel; we zijn in gesprek met elkaar. David stond daar voor Blackstar middenin, hij leverde een fraai raamwerk voor de songs. Hij zong, speelde gitaar en pushte ons, en wij hem, met een hoge mate van improvisatie. Ik hoorde die magie terug, en voelde me trots dat ik er deel van uitmaakte.”

Het was de laatste keer dat hij Bowie sprak. Toen het album Blackstar uitkwam, kon de zieke Bowie geen interviews meer geven. McCaslin: „Hij maakte mij woordvoerder van zijn album. Dat was een groot cadeau voor mijn carrière.” Want die kreeg een flinke duw door alle ontmoetingen met media wereldwijd: „Transformerend kun je wel zeggen. Het afgelopen anderhalf jaar had ik beduidend meer werk als bandleider dan ooit daarvoor.”

De dood van de popster stemt de saxofonist verdrietig. Over hun persoonlijke band wil hij niet veel kwijt. „Ik vond hem zo’n levendig, creatief, grappig en erudiet mens. Als hij de kamer in kwam, voelde je meteen zijn aanwezigheid, en zijn aandacht. Zijn onverschrokkenheid en hoe hij in kunst leefde was zo inspirerend.”

Zijn vaders ensemble

Donny McCaslin groeide op in Santa Clara, Californië, en begon met het spelen op de tenorsax op zijn twaalfde. Zijn ouders waren gescheiden. Zijn vader, pianist/vibrafonist Don McCaslin, haalde hem elke zondagochtend op voor een rit naar Santa Cruz. Bij een restaurant met een buitenruimte en een podium langs de stoep luisterde hij de hele middag naar zijn vaders ensemble. „De mensen bleven ervoor stilstaan. Ik was altijd onder de indruk van de saxofonist, een soort oude hippie, die een peuk had ronddrijven in het condenswater in zijn toeter.”

McCaslin viel voor de expressie van de saxofoon. Erop spelen, vertelt hij, was zijn vlucht van een disfunctioneel gezin waarin hij als kind voortdurend conflicten meemaakte. Muziek maken ervoer hij als een wondere wereld waarin hij emoties kwijt kon „die niet in woorden uit te drukken zijn”. Nog steeds, als volwassene, nu hij erover nadenkt. „Spelen heeft nog steeds een louterende uitwerking.”

Zijn eigen jazz is altijd breed geweest, wars van begrenzingen. Hij verslond vroeger alles van Coltrane, heeft Sonny Rollins goed bestudeerd en heeft mede door studiegenoot en pianist Danilo Perez affiniteit met latin jazz. Zijn laatste albums kiest hij voor een progressieve, ruigere invalshoek met feller spel. Zijn jazz staat meer en meer open voor elektronica. Hij luistert veel alternatieve elektronische muziek om zijn creativiteit te voeden en voor concerten is zijn saxofoon inmiddels uitgebreid met elektronische effecten. „Dit opent nieuwe sonische deuren voor me”, merkt hij. „Er is meer te ontdekken.”

En, jawel, geïnspireerd door Bowie werkt hij aan nieuwe jazzcomposities met vocalen. „Niet voor mijzelf om te zingen hoor! Maar in mijn muziek gaan stemmen een rol krijgen. Het categoriseren van muziek heeft me nooit getrokken, en als iemand me heef gestimuleerd om risico’s te nemen is het David Bowie.”

Bevestiging

Op het komend North Sea Jazz Festival krijgt McCaslin de Paul Acket Award, de prijs vernoemd naar de oprichter van het festival voor een artiest die „een bredere publieke erkenning verdient voor zijn buitengewone muzikale kwaliteit”. Daar is hij oprecht door vereerd, en dat klinkt niet als een beleefdheidspraatje. „Het kost veel bloed, zweet en tranen om de beste musicus te worden die je maar kunt zijn. Een prijs als dit is een bevestiging.”

Hij blijkt een levendige herinnering te hebben aan zijn eerste optreden op North Sea Jazz, op zijn veertiende. „Ik zat op een high school met een goede jazzschoolband, Aptos. Vier, vijf dagen per week speelden we muziek van Duke Ellington. Op mijn veertiende, rond 1980, had ik het geluk om via die schoolband op een Europese tournee te gaan. Het was mijn eerste reis, mijn eerste keer vliegen.”

Eenmaal in Nederland werd hij vreselijk ziek; zijn blindedarm moest verwijderd. „Ik lag een week heel zielig in mijn eentje in het ziekenhuis in Leiden, terwijl de band verder reisde door Europa. Ik luisterde de hele dag cassettes met Duke Ellington en keek naar Wimbledon.” Toen hij beter was, mocht hij met de trein naar Den Haag. „Ik was precies op tijd voor onze show op het North Sea Jazz Festival. En belandde er in een jazzhemel.”

Zondag 9/7: Donny McCaslin Group. 19.30u: Paul Acket Award Ceremony, 22.15u: concert.