Opinie

Etnografische musea moeten meebewegen met de actualiteit

Koloniaal verleden

Wie het volledig vernieuwde AfricaMuseum in Tervuren bij Brussel binnengaat, wordt direct duidelijk gemaakt dat het wars is van het oude ‘Koninklijke Museum voor Midden-Afrika’ waar het uit is voortgekomen. De entree voert onverbiddellijk twee trappen af, de kelder in. Tegenover een wand met het motto „Alles gaat voorbij, behalve het verleden”, belandt het publiek in het voormalige, helverlichte, depot. Daar staan racistische sculpturen, samen met de bustes van Belgische machthebbers. Ze zijn verbannen, maar niet weggemoffeld. Daarna kan opgestegen worden, het nieuwe museum in, dat is ingericht in het gebouw van het oude museum.

Er is één zaal ingericht voor de geschiedenis van Belgisch-Congo, aanvankelijk het persoonlijke wingewest van de Belgische koning Leopold II (1835-1909, koning vanaf 1865). Het zwaartepunt van het AfricaMuseum ligt bij de presentatie van zijn collectie van talloze hoogwaardige stukken Congolees en ander Afrikaans cultureel erfgoed, zij het buiten de koloniale context.

En dat maakt dit museum even prachtig als ongemakkelijk om te bezoeken – zoals dat gaat met koloniale musea in het Westen, van het Tropenmuseum in Amsterdam tot het Musée Branly in Parijs. Het koloniale museum in Berlijn, het Humboldt-Forum, is nog niet open, maar de gemoederen lopen al hoog op.

Steeds draait het om het delicate evenwicht dat zulke musea moeten bewaren, tussen de verschillende doelgroepen. Het AfricaMuseum neemt zichzelf serieus als historisch en artistiek museum en wil er ook zijn voor de zwarte gemeenschap, nadrukkelijk met inbegrip van de Belgen uit de Congolese diaspora. Maar musea als het AfricaMuseum zijn óók musea over en van het kolonialisme. Hun collecties kunnen hoogstaand zijn, er kleeft al snel een echo van uitbuiting en een vermoeden van roof aan. Het koloniale karakter kan zo onaangenaam zichtbaar zijn, dat betrokkenen er aanstoot aan nemen en ervanaf willen. Maar ook wrede feiten zijn feiten. Hak ze weg en de uitkomst is goedbedoelde geschiedvervalsing.

Zo deed het AfricaMuseum er goed aan om, ondanks protesten, uitingen van discriminatie en koloniale hoogmoed die het oorspronkelijke museumgebouw ‘rijk’ was, niet weg te halen. Dat Koning Leopold II zich via teksten op de wanden liet voorstaan op de „beschaving” die hij in ‘zijn’ kolonie bracht. Dat is pijnlijk voor de nazaten van ieder volk met een geschiedenis van gekoloniseerd worden. Het is in de tweede plaats pijnlijk voor de witte mens die onder ogen moet zien dat onder verwijzing naar zijn of haar ‘ras’ zulke ideeën leefden en nog leven. En toch kunnen ze beter worden geannoteerd dan weggeschilderd.

Het AfricaMuseum besteedt ruime aandacht aan het moderne Congo. Laat het daar zijn urgentie bewijzen door met de ontwikkelingen mee te bewegen. Maandag is de Nobelprijs voor de Vrede uitgereikt aan de Congolese gynaecoloog Denis Mukwege die slachtoffers van grof seksueel oorlogsgeweld behandelt en actie voert tegen de seksuele terreur tegen vrouwen en meisjes in zijn land. De Nobelprijs verdient aandacht in dit museum. En ook waarom Mukweges strijd noodzakelijk is.

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.