Nieuw bij de EU: voor wat, hoort wat

Discussienota

De Europese Commissie buigt zich over de toekomst van de EU-begroting. Hoe lang gaat solidariteit zonder voorwaarden nog goed?

Eurocommissaris Günther Oettinger bij de presentatie van de EU-begroting. Foto THIERRY CHARLIER / AFP

Wie zoet is krijgt lekkers, wie stout is de roe. Stel dat dit een leidend principe zou zijn in Brussel, zou de EU dan beter werken? Het is een van de vragen die de Europese Commissie opwerpt in een nieuw reflectiestuk over de toekomst van Europa, ditmaal gewijd aan de wijze waarop de EU wordt gefinancierd.

Eurocommissaris Günther Oettinger (Begroting) wilde woensdag bij de presentatie van de nota niet te veel op de zaken vooruitlopen. Europese leiders moeten eind dit jaar knopen doorhakken over de richting die de EU moet inslaan. Afgelopen maanden droeg de Commissie bij met discussiestukken over de sociale dimensie van de EU, globalisering, defensie, de eurozone en nu dus de EU-begroting.

Van Oettinger is bekend dat hij wel voelt voor meer ‘voorwaardelijkheid’ in de EU-begroting. Waarom zouden (Oost-Europese) landen die weigeren vluchtelingen op te nemen niet gekort mogen worden op wat ze uit Brussel ontvangen? Of wat als ze hopeloos achterlopen met structurele hervormingen (Frankrijk) of basisprincipes rondom de rechtstaat aan hun laars lappen (Polen, Hongarije)?

Discussie over EU-financiering is altijd ingewikkeld. Maar deze wordt extra moeilijk, door het Britse vertrek uit de EU (Brexit). Hierdoor ontstaat mogelijk een gat van 10 miljard euro. Nettobetaler Nederland, dat per saldo zo’n 3,4 miljard euro per jaar afdraagt, zou daardoor een half miljard euro extra kwijt zijn. Zou, want eigenlijk wil de Nederlandse regering dat helemaal niet. Dan maar minder geld naar de EU, klinkt het al stoer vanuit Den Haag.

Maar ook dat is niet zo evident. De Commissie wijst erop dat de EU-begroting relatief klein is – zo’n 1 procent van het bruto nationaal inkomen van alle lidstaten – en in de afgelopen jaren alleen maar kromp. En dat terwijl de uitdagingen van de EU, bijvoorbeeld op migratie en defensie, alleen maar groeiden. Nog meer krimpen kan, maar dan moet „het niveau van de politieke ambities” wel naar beneden worden bijgesteld. Dat zal Nederland, dat zich sterk maakt voor een Europese migratieaanpak, óók niet willen.

Flexibeler

Waar iedereen het redelijk over eens lijkt: de EU-begroting mag wel wat flexibeler. Nu is het vooral een subsidiepot, voor boeren, regio’s en infrastructuur, die voor zeven jaar wordt vastgelegd en waarin te weinig rekening gehouden wordt met crisissituaties. Volgens Europarlementariër Paul Tang (PvdA) is „het niet te verantwoorden dat nog steeds tweederde van de Europese begroting naar landbouw- en steunfondsen gaat”.

Tang noemde het woensdag „goed nieuws dat de Commissie voor ‘voor wat hoort wat’ durft te pleiten”. Met de Europese begroting wordt gestreefd naar solidariteit met landen die achterblijven. Polen, dat op ramkoers ligt met de EU over politieke benoemingen van rechters en over vluchtelingen, is de grootste ontvanger van EU-financiering. Ook Hongarije, waar premier Orbán permanent campagne tégen de EU lijkt te voeren, wordt volop ondersteund. „Maar dat betekent niet dat deze landen geen verantwoordelijken hebben”, zegt Tang.

Tegelijk ligt ‘voor wat hoort wat’ uitermate gevoelig, ook binnen de Commissie zelf. Toen Berlijn er in mei dit jaar ook voor pleitte, noemde Commissievoorzitter Juncker dit vrijwel meteen „gif voor het continent”. Het zou een stroom aan verwijten over en weer op gang brengen. Het dreigt bestaande kloven – tussen oost en west, noord en zuid, groot en klein – alleen maar groter te maken. Kan de EU dat wel aan?