‘Bewijs eerst maar dat grootschalig data verzamelen werkt’

Promotieonderzoek

Het is beter van het ‘recht’ op privacy een ‘plicht’ te maken voor organisaties die gegevens verwerken, stelt Bart van der Sloot.

Koen van Weel / ANP

Omdat big data steeds belangrijker worden, kunnen burgers weinig met hun privacyrechten. Het is daarom beter van het ‘recht’ op privacy voor burgers, een ‘plicht’ te maken voor organisaties die data (gegevens) verwerken, zoals overheden en het groeiend aantal bedrijven dat grote hoeveelheden data analyseert. Dat betoogt onderzoeker Bart van der Sloot die vrijdag promoveert op dit onderwerp aan de Universiteit van Amsterdam (UvA).

De Belastingdienst gebruikt volop grote hoeveelheden gegevens van burgers, bijvoorbeeld om risicoprofielen van mensen op te stellen. De Nederlandse politie wil nog dit jaar de eerste zijn die in het hele land surveillanceroutes uitstippelt met hulp van grote gegevensbestanden over eerdere misdrijven. En het Openbaar Ministerie heeft recent een proef afgerond waarin het fraude met uitkeringen, subsidies en inschrijvingen bij opleidingen in Rotterdam-Zuid opspoorde met big data.

Juist groepen

Een belangrijk onderdeel van de privacywetgeving is dat ieder zijn individuele rechten tegenover bedrijven of overheden mag opeisen. Een kenmerk van big data is juist dat mensen vaak helemaal niet weten dat hun data überhaupt worden verwerkt, aldus Van der Sloot. „Zelfs deskundigen hebben geen weet van wie precies data over hen hebben verzameld. Dat gaat van medeburgers (via apps in smartphones), bedrijven (bijvoorbeeld met tracking cookies) tot overheden (bijvoorbeeld om burgers gade te slaan).”

Mocht het komen tot een rechtszaak, dan moet de burger kunnen aantonen hoe grotedataprocessen hém hebben benadeeld. „Ook dat is juist bij big data lastig”, zegt Van der Sloot. „Heeft de massasurveillance door de Amerikaanse geheime dienst mij aantoonbaar persoonlijk geschaad? Of de camera’s die op straat informatie verzamelen?” Dit soort vragen zijn echter helemaal niet zo relevant, betoogt Van der Sloot. „Big data gaat vaker over groepen. De discussie zou moeten zijn: willen we überhaupt dat op basis van profielen of postcodes beslissingen worden genomen?”

Willen we überhaupt dat op basis van profielen of postcodes beslissingen worden genomen?

Van der Sloot pleit voor een aantal minimale verplichtingen voor organisaties die met big data werken. Zo zou volgens hem beter moeten worden bewezen dat dataverzameling daadwerkelijk effect heeft. „Bij opsporing door geheime diensten met big data is bijvoorbeeld nooit echt aangetoond dat deze aanpak nou het beste werkt tegen terrorisme.”