Is de PvdA nog sexy genoeg?

Politiek

GroenLinks is sexy, dankzij Jesse Klaver. Maar wie ziet nog iets in de PvdA? Die partij wil ook een beweging worden. Kan dat lukken?

Lodewijk Asscher in mei van dit jaar op het Binnenhof. Foto ANP Jerry Lampen

Vrolijke muziek. Druk gepraat. Een volle zaal in rode gloed. De enthousiaste aanhang van GroenLinks – velen geen lid – heeft zich samengepakt in de Haagse poptempel Paard van Troje om van Jesse Klaver te horen waarom hij uit de kabinetsformatie is gestapt. De zaal klapt, joelt en juicht als hun idool opkomt. „Jesse, Jesse”, roept een vrouw uit het publiek dat zich vooraan bij het podium verdringt. „Ik hou van je!”

De leider lacht – „Zoiets overkomt hem wel vaker”, zegt zijn persvoorlichter later. Toch klinkt zijn antwoord niet routineus. Hij schenkt zijn bewonderaarster een gulle lach en zegt: „Ik ook van jou”, om moeiteloos over te schakelen naar een toespraak hoe hij de toekomst van „onze beweging” in de oppositie voor zich ziet.

„De bezoekers van zulke meet-ups komen niet voor politiek of een toespraak, die kunnen ze immers later ook op YouTube zien”, zegt historicus Geerten Waling van de Universiteit Leiden. „Nee, ze komen voor gezelligheid, saamhorigheid en zelfs seks. De meet-ups van zo’n beweging kun je ook zien als een soort paringsdans.”

De meet-ups van zo’n beweging kun je ook zien als een soort paringsdans

De euforie en het enthousiasme definiëren volgens Waling de kracht van politieke bewegingen die nu overal in opmars zijn. De lijst is lang, al zijn sommige bewegingen alweer over hun hoogtepunt heen. Die van Emmanuel Macron in Frankrijk, Bernie Sanders in de VS, Beppe Grillo in Italië, Jesse Klaver, Thierry Baudet en de mannen van Denk in Nederland, „ze passen allemaal in het broeierige klimaat dat ook in revolutionaire tijden zoals rond 1848 bestond”, zegt Waling, die op de geschiedenis van politieke bewegingen promoveerde.

Lees ook onze reconstructie van de strijd om het lijsttrekkerschap bij de PvdA: Doe het niet, Lodewijk, alsjeblieft

Magneet voor kiezers

Ook de PvdA lijkt een graantje te willen meepikken van het ‘beweging-isme’, zo bleek een week geleden. Naar aanleiding van de enorme verkiezingsnederlaag van de partij op 15 maart schreef partijlid Paul Depla dat de partij moet veranderen van een bestuurderspartij in een „beweging” die midden in de samenleving staat. Geen bestuurderspartij maar een „beweging van themanetwerken” met festivals en andere sfeervolle bijeenkomsten, adviseerde Depla.

Krijgt de PvdA aansluiting op de bewegingsdynamiek? Het patroon ervan is vaak hetzelfde. De bewegingen worden van bovenaf voorzien van energie door charismatische leiders met een fijne boodschap, van onderop georganiseerd door een dicht web van lokale vrijwilligers, en ergens daar tussenin voortgestuwd door sociale media als Facebook. De combinatie kan werken als een magneet voor kiezers die zich maar matig betrokken voelen bij de politiek of zich er zelfs van hadden afgekeerd: jongeren, boze burgers, migranten.

Enkele deskundigen die NRC sprak, zijn sceptisch of de PvdA succesvol kan aansluiten bij de nieuwe dynamiek. „Het is bij de PvdA eerder geprobeerd , en niet gelukt”, zegt bijvoorbeeld oud-PvdA-voorzitter en hoogleraar politicologie Ruud Koole. Hij verwijst naar de ‘kenniscentra’ die toenmalig partijvoorzitter Felix Rottenberg samen met jonge enthousiastelingen van Niet Nix in de jaren negentig van de grond probeerde te tillen. Die leken op wat Depla nu voorstelt, zegt hij

„Ik zou zeggen”, aldus Koole, „kijk hoe het toen is gegaan, daar is weinig van terechtgekomen.”

PvdA hinkt op twee gedachten

Politiek historicus Geerten Waling is nog negatiever. Hij ziet de PvdA teveel op twee gedachten hinken: „Aan de ene kant willen ze graag modern overkomen. Aan de andere kant leggen Depla en ook Asscher de nadruk op traditionele sociaal-democratische idealen als het bieden van werk, inkomen en goede zorg. Maar dat ‘honk’ is al door de SP bezet. Eerlijk gezegd zie ik voor de PvdA weinig toekomst meer, beweging of niet.”

Eerlijk gezegd zie ik voor de PvdA weinig toekomst meer, beweging of niet.

Maar er zijn ook positieve geluiden. Politicoloog Paul Lucardie, onderzoeker bij het Documentatiecentrum Nederlandse Politieke Partijen in Groningen, geeft het streven van Depla wel een kans. Lucardie was actief in GroenLinks midden jaren tachtig, toen de partij als fusie van vier oude partijen (PPR, PSP, CPN en EVP) een nieuwe start moest maken. „Om afscheid te nemen van de oude tijd introduceerden we destijds ook al beweging-achtige retoriek en elementen binnen onze partijorganisatie. Zo werd het partijcongres opener. Het stond niet alleen meer open voor kaderleden, maar ook gewone leden.”

Jesse Klaver en Lodewijk Asscher. Foto Bart Maat/ANP

Vroeger of later zullen nieuwe bewegingen niet om de voordelen heen kunnen die een partijorganisatie biedt, denkt Lucardie. Hij refereert aan de organisatievorm die bestuurders en politici recruteert. Ook is er een structuur die burgers de gelegenheid geeft politieke leiders ter verantwoording te roepen, een belangrijk onderdeel van de democratie. „Je kunt heel goed proberen die voordelen te combineren met de aantrekkelijkheden die een beweging biedt, zoals meer openheid en moderne communicatievormen”, zegt Lucardie. Een charismatische leider is daarbij mooi meegenomen, maar niet noodzakelijk, denkt hij.

„Nieuwe bewegingen zoals nu van Thierry Baudet hebben die wel nodig om überhaupt van de grond te komen. Maar bestaande partijen hoeven hun voortbestaan daar niet van te laten afhangen.”

Ook Ruud Koole acht het, ondanks zijn scepsis, niet onmogelijk voor gevestigde politieke partijen om nieuw elan te verkrijgen. Het lukte de PvdA in de jaren 70 met Nieuw Links, het lukte de christelijke partijen toen ze fuseerden tot het CDA. En het lijkt het Britse Labour nu te lukken met Jeremy Corbyn, die jonge kiezers enthousiasmeert. „De jongere generatie zoekt iemand met geloofwaardige idealen” , zegt Koole. „De PvdA moet die nu laten zien. Of een partij nou een ledenpartij of een beweging is, dat interesseert de kiezers niks.”