Iedereen houdt van Helga

Weer op tv Weervrouw Helga van Leur van RTL zwaait vrijdag af – na twintig jaar. Ondanks apps als Buienradar is het weer op tv nog steeds geliefd.

2017. Helga van Leur legt de tyfoon uit. In 2017 is het beeldscherm groter dan ooit. RTL

Het best bekeken tv-programma was woensdag het NOS Journaal van acht uur. Dinsdag ook. En maandag. De hele week daarvoor ook, trouwens. Elke dag. Ook dagelijks in de top-10: RTL Nieuws van half acht, Shownieuws (SBS 6), het Zesuurjournaal (NOS) en Hart van Nederland (SBS 6). Op tv willen we worden bijgepraat.

Zoom je in op die programma’s, dan valt nog wat op: het weerbericht. Tijdens RTL Nieuws en het NOS Journaal loopt het kijkcijfer gestaag op, om te pieken als de weergrafieken en luchtdruklijnen in beeld komen. Daarna zakken de kijkcijfers weer in.

Vreemd, als je bedenkt dat je het weerbericht waar en wanneer je maar wil kan raadplegen. Buienradar en Buienalarm behoren tot de populairste apps in Nederland en geven op straatniveau aan welke minuut het regent. Waarom kijken we dan nog massaal naar weer op tv?

Giselle van Cann, adjunct-hoofdredacteur NOS Nieuws, geeft toe dat „heel af en toe” iemand op de redactie zich afvraagt of het niet gek is dat iedere dag twee minuten van het journaal wordt ingeruimd voor één onderwerp. „‘Moeten we het weerbericht niet laten afhangen van het nieuws’, denkt iemand dan hardop. Maar dan zie je de kijkcijfers en de reacties, en concludeer je: het weerbericht is een onmisbaar avondritueel van de kijker.”

Te droog

Televisie en weer gaan al sinds dag twee van de Nederlandse tv hand in hand. Op 7 oktober 1951, tijdens de tweede experimentele tv-uitzending, werd het eerste weerplaatje uitgezonden door KNMI-meteoroloog Cor van der Ham, zo bezien de eerste weerman van Nederland. Van der Ham was zelf niet te zien. Alleen zijn arm was in beeld om met een krijtje zonnetjes en graden op de kaart te tekenen. Al na twee jaar werd hij vervangen door Joop den Tonkelaar, omdat Van der Ham het weer te droog zou brengen.

Tekenend voor een discussie die tot vandaag voortduurt: het is niet de vraag óf het weer op tv thuishoort, maar hóe. Een van de eerste slachtoffers van de almaar wisselende vormgeving van het weer was het krijtje. Dat piepte teveel, klaagden kijkers. De Belgische presentator Armand Pien, die het weer in zijn land maar liefst 37 jaar zou presenteren, leende daarom eens de lippenstift van de omroepster en Nederland volgde zijn voorbeeld. Dat werd later houtskool.

De combinatie tv-weer en tv-journaal dateert uit 1956. Op 5 januari zond de NTS het eerste journaal uit en daar werd al meteen het weerbericht aan toegevoegd. In die 61 jaar is het weerbericht met zijn tijd meegegaan. Gezeefdrukte landkaarten werden chromakeys (green screens), en die werden (steeds grotere) beeldschermen. De arm van de presentator werd een bovenlijf en vervolgens een heel lichaam. Na het krijtje kwam de magneetfolie en inmiddels zijn we het touchscreen al voorbij.

Het weerbericht op televisie door de jaren heen:

Sommige dingen zijn niet veranderd. De teksten die Den Tonkelaar uitsprak bij zijn eerste televisie-weerbericht in 1956 - “een matige, aan de kust af en toe krachtige wind uit westelijke richtingen en dezelfde of iets hogere middagtemperaturen met maxima tussen 7 en 9 graden” - zouden zo uit de mond van Piet Paulusma kunnen komen.

Maar nu heeft de tv, net als de krant en de radio, concurrentie. En stevige ook. Door internet, smartphones en hyperlokale weersvoorspellingen hebben traditionele media het alleenrecht op het weerbericht verloren. Hoe te concurreren met weerapps? Helga van Leur, die deze vrijdag na 20 jaar afzwaait als RTL-weervrouw, erkent dat „wereldwijd de aandacht van televisie naar online” gaat. „Ik moet mijn kinderen voor de tv slepen.”

Journalistiek tintje

Apps kunnen het weerjournaal echter nooit vervangen, vindt Van Leur. Apps werken met geautomatiseerde computermodellen, maar zeker de gratis apps missen de rekenkracht om nauwkeurige verwachtingen te produceren, aldus Van Leur. „Ze verschuiven de weersituatie steeds een beetje.” Een meteoroloog kan vertalen welk model dan zwaarwegend is. Ook NOS-weerman Marco Verhoef vindt dat de „kenner” ontbreekt op de telefoon. Als weerman kan hij „gevoel leggen” in een bericht en „een journalistiek tintje” geven: „Wat betékent code geel nou?”

Die duiding is niet nieuw. Jan Pelleboer zocht regelmatig eigen statistieken bij zijn bericht. „Wellicht hebt u gehoord dat als je een warme zomer hebt, je een koude winter krijgt. Nou, dat heb ik even uitgezocht”, zei hij in 1983. Het klopte niet:

Ook brengt de tv-presentator het weer bij het publiek. Verhoef: „Uiteindelijk is toch de vraag: wat moet ik morgen aan? Pelleboer introduceerde het ‘weercijfer’ als service. En Peter Timofeeff van RTL gebruikte vaak door kijkers ingestuurde weerfoto’s.

Een goed weerbericht is volgens Verhoef als de „hoofdzaak” is overgebracht. Van Leur wil kijkers verrassen met weerfeitjes. „‘Het wordt 14 graden en het gaat vanuit het zuiden regenen’, is niets aan.” En dat is toch wat een weerapp doet. Van Leur: „Zolang je weersverschijningen hebt die uitleg nodig hebben is de rol van de weerpresentator is nooit uitgespeeld.”

Waarom vinden we het weer eigenlijk zo interessant? „Het beïnvloedt je dagelijks leven”, zegt Van Leur. „En Nederlanders houden graag controle.” Het weer is ook sociaal, zegt Verhoef. Iedereen heeft met het weer te maken, welk beroep je ook uitoefent. Daarom is het een gemakkelijk gespreksonderwerp. En niet vergeten: weer heeft daadwerkelijk impact: „Voor landbouw, infrastructuur en gezondheid.”

Het weerbericht, dat blijft nog wel even. Al is het alleen al omdat ons gemiddelde tv-gedrag niet zo snel verandert als we soms denken. In 2016 keken we gemiddeld nog altijd ruim drie uur televisie per dag. Vanaf vrijdag alleen zonder Helga van Leur.

Correctie (3 juli 2017): De foto uit 1984 van weerman Harry Otten laat hem in actie zien bij het KNMI, niet bij RTL [red.]