Hoe de Tour terugkeerde in Duitsland

Tour de France

Lang werd het wielrennen als een verdorven sport gezien in Duitsland. De Grand Départ in Düsseldorf tekent het herstel.

Foto Lionel Bonaventure/AFP

Het is 18 juli 2007 en de Tour staat in brand. Bij de start in Tallard is het zoveelste dopinggeval ontdekt. De Duitse renner Patrik Sinkewitz blijkt in aanloop naar de Tour positief te hebben getest op testosteron. Uitgerekend een renner van de Duitse miljoenenformatie T-Mobile, die na onthullingen over dopegebruik van Bjarne Riis, Jan Ullrich en de rest van de ploeg alles ondergeschikt maakt aan een ‘schoon’ imago.

Duitse media storten zich bij de start op de bus van T-Mobile. De publieke televisiezenders ARD en ZDF eisen opheldering. Even later begint het peloton ‘gewoon’ aan de etappe over 229,5 kilometer. Volgers springen in de auto, op naar Marseille voor meer nieuws. Maar bij een tankstation bij Aix-en-Provence rijden vrachtauto’s van de ARD en ZDF de A51 in tegengestelde richting af, huiswaarts. De twee grootste Duitse televisiezenders staken de live-uitzendingen van de Tour per direct.

Hypocriet

De omroepen, die tot 2004 co-sponsor waren van Team Telekom en later T-Mobile, zouden de komende weken negentig uur livetelevisie maken, maar dat is van de baan. Collega-omroepen en ook Tourorganisator A.S.O. reageren verbolgen, noemen de actie van de Duitsers hypocriet. Immers, de positieve tests laten toch juist zien dat de sport bezig is zichzelf te zuiveren? Maar de omroepen hadden de Duitse teams voor de Tour gewaarschuwd.

Nikolaus Brender, hoofdredacteur bij ZDF, zegt tegen journalisten dat de actie ‘een gele kaart’ is voor het Duitse wielrennen. Zijn collega Peter Kaadtmann verklaart dat er in het contract dat de omroepen hebben met de A.S.O. alleen gerept wordt over het uitzenden van een wedstrijd met schone sporters.

Het leidt tot een tweespalt binnen de sportredactie van de ARD, zegt Hajo Seppelt, vermaard dopingjager door zijn onthullingen in de Russische atletiek. „Onze verslaggeving van de wielersport was ondraaglijk”, zegt hij over de telefoon. „De redactie werd geleid door Hagen Bossdorf, die exclusieve contracten had met Jan Ullrich. Doping was bij ons geen onderwerp. Toen ik daar iets van bleef zeggen, werd ik ontslagen.”

Als de zaak rond de Spaanse dopingarts Eufemiano Fuentes aan het licht komt en Ullrich vanwege betrokkenheid uit de Tour van 2006 wordt gezet, haalt Seppelt zijn gelijk. Hij mag terugkomen om dopingverhalen te maken. In die hoedanigheid verslaat hij die bewuste Tour van 2007. „Doping in de wielrennerij was als kanker. Na Sinkewitz was het voor iedereen bij de ARD duidelijk: we kunnen geen publiek geld spenderen aan tv over dopers.”

Een jaar later staan journalisten van ARD en ZDF gewoon aan de start, zo gebiedt het contract met de A.S.O hen. Maar in oktober 2008 kondigen ze aan de komende jaren geen live-beelden van de Tour uit te zenden. Uitzendingen zijn niet meer winstgevend te maken, geen investeerder wordt graag geassocieerd met een sport die bol staat van bedrog.

Sponsors lopen weg

Wielrennen wordt in Duitsland een verdorven sport. Alle grote ploegen raken hun sponsor kwijt en verdwijnen: T-Mobile, Gerolsteiner en Milram. Er staan bovendien geen opvolgers klaar voor de gevallen helden Ullrich en Erik Zabel. Pas vanaf 2011 volgen weer wat successen in de Tour, met ritzeges voor tijdrijder Tony Martin en sprinters André Greipel en Marcel Kittel. Maar kanshebbers op het geel zijn er nog altijd niet.

De Tourorganisatie loopt met het ontbreken van de Duitsers miljoenen euro’s per jaar mis, zegt Claude Rach, business development manager van A.S.O. „Duitsland was lange tijd een witte vlek voor ons. We konden de miljoenen Duitse fans niet meer bereiken.” Pas in 2015 tekenen de Duitsers een nieuw contract met A.S.O. Ze betalen volgens het Duitse blad Der Spiegel niet meer dan 5 miljoen euro per jaar om de Tour te mogen uitzenden, waar dat in het verleden 20 miljoen was.

De kijkcijfers zijn de afgelopen jaren niet wat ze ooit geweest zijn. Rach: „In de hoogtijdagen van Ullrich keken soms 4 miljoen mensen per dag naar de Tour. Nu zal dat rond 1,2 miljoen liggen.”

Het Duitse wielrennen zat op een dieptepunt, en daarin vond Iwan Spekenbrink een verdienmodel. Sinds 2014 rijdt de algemeen directeur van Team Sunweb, destijds Giant-Alpecin, met zijn ploeg op een Duitse licentie. „Van alle landen in Europa heeft Duitsland verreweg de meeste fietsers, en ook de grootste economie”, zegt hij. „Een enorme potentie voor de wielersport.”

De ploegbaas van Sunweb vindt dat de Duitsers te extreem reageerden toen er tien jaar geleden zo veel dopingzaken aan het licht kwamen. „Ze hebben de wielersport gediskwalificeerd. Nu moet er weer een wielercultuur komen. Daarom organiseren wij talentdagen in Duitsland, en hebben we een development team.”

Dat de Tour na een beroerd decennium start in Duitsland noemt Claude Rach „een eerste stap” in de goede richting. „Het vertrouwen is nog niet hersteld, maar de deur staat op een kier. We kunnen het wielrennen in Duitsland weer op gaan bouwen.”