Woon jij in een verhitte buurt?

Microklimaat

Op sommige plekken in de stad is het consequent een paar graden warmer dan elders. Het RIVM bracht deze hitte-eilanden in kaart.
Kaarten: Arlen Poort


Versleep de kaart om hitte-eilanden te bekijken. Gebruik de knoppen linksboven om in- of uit te zoomen.

De Schilderswijk. Transvaalkwartier. Zuidwal. Het zijn stuk voor stuk Haagse wijken die het hoogst scoren op de net verschenen Nederlandse kaart over het stedelijk hitte-eilandeffect. De digitale kaart is samengesteld door het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) en de Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek (VITO).

Het hitte-eiland effect is het verschijnsel dat het in steden vaak vele graden warmer is dan in het omliggende gebied. De reden, kort gezegd: er is meer asfalt, steen en staal (die allemaal warmte absorberen), en minder groen. „Dat zie je in Den Haag. Die stad is vrij versteend, en heeft relatief weinig groen”, zegt Roy Remme, een van de samenstellers van de kaart.

Opwarming van de aarde

Het hitte-eiland effect krijgt de laatste jaren meer aandacht, wegens de opwarming van de aarde. In de toekomst worden meer hittegolven verwacht. In combinatie met verdere verstedelijking geven die juist in de stad meer hittestress. Het kan leiden tot extra sterfte onder gevoelige groepen zoals ouderen en chronisch zieken; het kan de arbeidsproductiviteit verminderen; en het kan ook tot meer slaapstoornissen leiden. Dat schreven tien Nederlandse universiteiten en kennisinstellingen drie jaar geleden in het rapport Climate Proof Cities. In dat rapport werd Den Haag ook al aangeduid als hotspot.

Op de kaart kleuren de steden op als gloeiende kooltjes, in een zee van koel blauw. Maar het zijn niet alleen steden waar het beduidend warmer is. Ook het Westland met zijn kassen is vrij rood. Net als het havengebied, en delen van Zuid-Limburg waar veel chemische industrie zit.

Een heleboel data verwerkt

Het mooie van de kaart is dat je kunt inzoomen tot op wijkniveau. Remme zegt er wel meteen bij dat mensen de kaart niet op de tiende graad letterlijk moeten nemen. De waarden zijn gebaseerd op modelberekeningen, en niet op lokale metingen. „Dat zou onbegonnen werk zijn.” Maar in die modelberekeningen zijn wel een heleboel data verwerkt.

De kaart is samengesteld op basis van diverse grids, die steeds fijnmaziger worden. Het grofste grid (100 bij 100 meter) is opgebouwd uit twee databestanden: de bevolkingsdichtheid gecombineerd met de jaargemiddelde windsnelheid op 10 meter hoogte. „Daarmee kun je het dagelijks gemiddelde hitte-eiland effect al goed inschatten”, zegt Remme. Die kennis komt uit een groot Europees project met honderd steden, waaronder Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. VITO heeft aan dit project meegewerkt.

Daarnaast is de kaart ingevuld met gegevens over landgebruik (industrie, woongebied, agrarische bestemming), met data uit hoogtekaarten (van gebouwen, bomen) en luchtfoto’s.

Jaargemiddelden

Remme benadrukt verder dat de waarden op de kaart jaargemiddelden zijn. Het temperatuurverschil tussen stad en omringend gebied blijft daardoor onder de 3 graden. Maar het kan best dat het verschil op bepaalde warme dagen tijdelijk oploopt tot 7 graden. Dergelijke verschillen doen zich vooral in de avonduren voor, omdat het platteland sneller afkoelt dan de stad.

Remme zegt dat de kaart is opgesteld om het effect van groen op de stadse temperatuur te laten zien. Als voorbeeld noemt hij Apeldoorn. In het buitengebied, rondom het centrum, liggen diverse parken. Daar is het op de kaart geel tot lichtblauw. Het temperatuurverschil met de omgeving is beperkt: 0,6 tot 0,8 graden. Het centrum kleurt veel roder. Ook rond sportvelden is het koeler.

Gemeente Arnhem

Of gemeenten al werk maken van het beperken van het hitte-eiland effect, daarvan heeft Remme geen overzicht. Hij weet dat gemeente Arnhem vrij actief is. Bij navraag zegt een woordvoerder dat er subsidies zijn voor de aanleg van groene daken en gevels. Ook is de gemeente bezig de ondergrondse Sint Jansbeek, die door de stad stroomt, weer bovengronds te krijgen. Onder andere voor extra verkoeling.

Volgens Jeroen Kluck, lector ‘Water in en om de stad’ aan de Hogeschool van Amsterdam, hebben veel gemeenten wel plannen, maar gebeurt er concreet nog weinig. „Terwijl ze vanaf 2020 klimaatbestendig beleid moeten voeren.”

Het probleem is volgens Kluck dat veel gemeenten nog niet duidelijk hebben waarop ze zich moeten richten. Gebouwen koeler maken, de omgeving groener krijgen? En hoe moet dat groen er dan uit zien? Moeten het bomen zijn, of werken grasvelden net zo goed? „Dat hebben ze nog niet allemaal duidelijk.”