Boze buitenlandse opkopers? Eruit!

Nieuwsanalyse

De nieuwe politieke consensus is: Nederlandse bedrijven verdienen extra bescherming. Hoe protectionistisch zijn wij?

Foto Renko de Waal/ANP

Nederland heeft woensdag een nieuw bordje opgehangen aan de grens. Daarop staat: Hier worden geen bedrijven verkocht, tenzij u het als buitenlandse onderneming op een akkoordje gooit met onze topmanagers en een vriendelijk overnamebod uitbrengt.

Was getekend: demissionair minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) en een meerderheid van de Kamer. Zij waren het woensdag roerend eens in een Kamerdebat over buitenlandse overnames. De VVD, de partij van Kamp, was de eenzame dissident. „Ik hoop dat aandeelhouders, beleggers, langetermijninvesteerders en pensioenfondsen dit debat niet gevolgd hebben”, zei VVD-Kamerlid Aukje de Vries aan het slot. En zeker niet in het buitenland voegde ze daaraan toe, want het debat gaf volgens haar alleen maar extra verwarring.

De Kamerleden gingen met demissionair minister Kamp in discussie over de mogelijkheden om vijandige buitenlandse overnames van Nederlandse bedrijven te stuiten. De aanleiding waren de biedingen op de Brits-Nederlandse voedings- en zeepgigant Unilever en de strijd van de top van AkzoNobel (verf, zout) tegen een ongevraagd bod van de Amerikaanse concurrent PPG. De opkopers trokken na de kloeke weerstand hun biedingen op Unilever en AkzoNobel weer in. Vorig jaar voerde de Kamer al een vergelijkbaar debat met Kamp over het overnamebod op PostNL, dat door het bedrijf én door het kabinet werd afgewezen.

De opstelling van Kamp en van de Kamermeerderheid bevestigt de complete politieke ommezwaai. Nederland stond altijd voor open grenzen en een liberaal investeringsklimaat. Maar politici, werkgeverslobby VNO-NCW en leidende commissarissen als Jan Hommen (ex-ING, ex-Philips, Ahold Delhaize) willen nu Nederlandse hoofdkantoren, duurzaam ondernemen en investeringen in onderzoek en ontwikkeling verdedigen.

Afkoeling?

In reactie op de politieke en maatschappelijke onrust over Unilever en AkzoNobel stuurde Kamp een brief aan de Kamer met vier suggesties voor maatregelen. Daarover ontstond woensdag de verwarring waarop VVD-woordvoerder De Vries doelde. Centraal bij de maatregelen staat een afkoelingsperiode van een jaar. Maar wanneer gaat die afkoeling in? De Kamerleden dachten dat de afkoeling zou ingaan als een bedrijf of een investeerder een bod had gedaan, dat door het Nederlandse doelwit als ongevraagd of vijandig was aangemerkt. Maar Kamp zei dat de afkoelingsperiode pas ingaat als het bod is afgerond. In de daaropvolgende twaalf maanden zouden de topmanagers van het bedrijf onaantastbaar zijn. En dat is dan het moment om alle belangen die nog niet aan bod zijn gekomen te bespreken. Kamp: „Als dat vooraf niet is gebeurd, dan moet het achteraf.”

De oppositie van regeringspartij VVD en de ingrijpende voorstellen van sommige fracties boden Kamp de gelegenheid een soort middenpositie in te nemen. Hij verzette zich bijvoorbeeld tegen een motie van CDA-nieuwkomer Joba van den Berg. Zij vraagt om een preventieve toets uit te werken op ongewenste overnames van bedrijven die een vitale rol spelen in de nationale veiligheid of in de economie en werkgelegenheid. PVV, GroenLinks en PvdA steunden de motie.

Voor de BV Nederland

Kamp hekelde in het debat het economische protectionisme in landen als China en de Verenigde Staten. „Ik ben absoluut wars van protectionisme.”

Op de keper beschouwd is de voorgestelde afscherming van Nederland ook niet totaal. Vriendelijke overnames, waarbij alle partijen zichzelf feliciteren met hun fantastische samenwerking, mogen wél. In dat opzicht kun je het debat ook lezen als een vrij botte boodschap aan buitenlandse beleggers en bedrijven die naar Nederlandse overnames kijken. Wie hier een grote beursgenoteerde onderneming wil kopen, moet het vooraf eens worden met het topkader. Dat betekent: harde toezeggingen over banen en investeringen, wellicht een hogere prijs voor aandeelhouders en zeker een vette worst voor de top zelf. Anders krijg je de BV Nederland tegenover je.

Kamp liet er geen twijfel over bestaan: het ministerie van Economische Zaken en het bedrijfsleven zijn twee handen op één buik. „Er zijn heel intensieve contacten met allerlei bedrijven op allerlei manieren en zeker met de grote bedrijven, die een prominente rol vervullen.” Anders gezegd: een aanval op een van hen, is een aanval op de BV Nederland. Vandaar dat nieuwe bordje aan de grens.