Column

Bekende Nederlanders imiteren in Den Haag

Politiek werkt voortaan volgens het format van de Bekende Nederlander: om een bekend politicus te worden moet je vooral aandacht krijgen. Presteren is niet per se een vereiste meer, sterker: wie presteert wordt lang niet automatisch nog een bekende politicus.

Herman Tjeenk Willink is een fraaie illustratie. Bijna alle fractieleiders waren woensdag in de Kamer complimenteus voor de fijngevoeligheid waarmee hij D66 en de ChristenUnie weer aan tafel lokte, hoewel beiden geen zin hadden. Zijn zoveelste staaltje politiek-bestuurlijk vakmanschap.

Toch is hij nooit een nationale figuur geworden. Voor talkshows en ander vertier voor de massa praat hij te ingewikkeld. „Laat ik dit zeggen”, zei een redacteur van Pauw ooit, „wij vinden het niet erg als Tjeenk Willink bij Buitenhof zit.”

Blijf op de hoogte van het laatste nieuws over de formatie met ons formatieblog

Presterende parlementariërs hebben eenzelfde handicap. Kamerleden als Carla Dik-Faber (CU) en Hanke Bruins Slot (CDA) staan in Haagse kring bekend als zeer effectief. Beiden komen relatief weinig in de media. Als ze de logica van de BN’er zouden volgen, scholden ze geregeld iemand uit, maar zij weten: om iets te bereiken kan ik beter bescheiden blijven.

Hoe ongemakkelijk de opkomst van de BN’ers-logica uitpakt, kon je merken aan een bijlage die informateur Tjeenk Willink dinsdag bij zijn eindverslag voegde. In drie dodelijke kantjes schetst hij het verband tussen dertig jaar bezuinigen op het Rijk en de boze burger: meer regels, meer formulieren – steeds slechtere dienstverlening.

Ambtenaren weten dit maar horen te zwijgen op last van hun politieke baas. Ook dat is BN’ers-logica: de meeste ministers dulden geen andere BN’ers op hun ministerie. Dus bouwen bewindslieden volgens Tjeenk Willink allemaal een ‘tussenlaag’ (van ‘communicatiedeskundigen’, managers, etc.) die voorkomt dat uitvoeringsproblemen op hun bord terechtkomen.

Het effect: ministers die verblind door eigendunk grootschalige fiasco’s blijven entameren (krijgsmacht, Nationale Politie, Belastingdienst, pgb’s) en, het ergste, het probleem nooit leggen waar het hoort – bij zichzelf, en bij de Kamer.

Je zou denken: nu zo veel fracties geïmponeerd zijn door Tjeenk Willink, nemen ze deze analyse van de man ook enorm serieus. Helaas bleek er woensdag, in het laatste Kamerdebat met de informateur, niets van: de dertien fractievoorzitters, allemaal mensen met enorme BN’ers-potentie, stelden er nul (nul) vragen over.

Dit is de werkelijkheid van die BN’ers-cultuur op het Binnenhof: fundamentele problemen van eigen makelij blijven onbesproken, en onaangeroerd – omdat ze politici niet de bekendheid oplevert waar ze op uit zijn.