Column

Angst bestrijd je niet met verstand

Mijn hart bonkt tegen mijn ribbenkast, zweetdruppels rollen langs mijn rug. Met trillende hand houd ik de paal in de New Yorkse metro vast. Voor het eerst bekruipt mij een gevoel van onveiligheid dat ik niet helemaal van me af kan schudden met het gebruikelijke relativisme. Jaarlijks sterven meer dan een miljoen mensen bij auto-ongelukken maar toch vrees ik een onwaarschijnlijke dood door een terroristische aanslag meer.

Ik was onderweg naar de Gay Pride en vreesde tevens voor de veiligheid van een gemeenschap waarvoor veilig zijn nooit vanzelfsprekend is. Alsof de systematische onderdrukking, vervolging en het geweld dat de LHBTI-gemeenschap ondergaat niet genoeg is, moet er ook nog rekening gehouden worden met potentiële aanslagen. Het leger aan politieagenten dat tijdens de Pride patrouilleert spreekt boekdelen.

Voor Amerikanen is één van de grootste angsten: slachtoffer worden van een terreuraanslag. Maar ook in Nederland zijn we vatbaar voor de veelvuldig herhaalde beelden van aanslagen die in media voorbijkomen en de paniekpredikanten die vervolgens olie op het vuur gooien. Vier van de tien Nederlanders schatten de kans hoog in dat er een aanslag op eigen grond plaatsvindt. Dat is niet opmerkelijk als je de afgelopen maanden in overweging neemt: de laffe aanslag op dansende tieners in Manchester, een aanval op politieagenten in Parijs en die op een moskee in Finsbury Park. Of het nou extreem-rechtse of islamitische terreur is: het zaadje van angst is in ons allen ontsproten.

De aanslagen in het Westen blijven relatief beperkt in vergelijking met de onophoudelijke terreur die Midden-Oosterse, Arabische en Afrikaanse landen teistert. Maar de zilte tranen van schrik en verdriet smaken hetzelfde en de angst wordt – onwaarschijnlijkheid ten spijt – er niet minder om.

Dat we huiveriger zijn voor onvoorspelbare, catastrofale gevaren dan voor dagelijkse dreigingen, blijkt ook uit onderzoek van psychologisch instituut Decision Research. Amerikanen vrezen een aanslag terwijl ze statistisch gezien meer te vrezen hebben van uit bed vallen en niet meer wakker worden. We fixeren ons op de illusie van controle over de ogenschijnlijk kleine dingen in het leven omdat de grote ons verstand te boven gaan.

De dreiging van een aanslag is aanwezig maar klein. Desondanks overtuig je verontruste mensen niet met dat argument. Dat is als aan kinderen willen uitleggen dat spruitjes eten gezond is. Het kan wel zo zijn, maar het verandert niets aan hoe iemand zich erover voelt.

Zangeres Nina Simone zei eens dat complete vrijheid ‘geen vrees’ betekent. Dreigingen moeten uiteraard te allen tijde serieus genomen worden, maar om echt vrij te zijn mogen we niet vergeten het leven dat we zo fier verdedigen leefbaar te houden. En dat doe je niet door angst met rede of meer angst te bestrijden, maar door iets beters en wezenlijkers ertegenover te stellen.

Ik keek mijn ogen uit tijdens de New York Pride. De versierde praalwagens van verschillende groepen, de stoet van mensen erachteraan in glitterpakjes en leer. Met slingerende sari’s van de Indiase gemeenschap tot aan taqiyahs en hijabs van moslims. De LHBTI-gemeenschap werd aan alle kanten bijgestaan met uitingen van onvoorwaardelijke solidariteit. Toen de dove LHBTI-groep langsmarcheerde wierp het publiek massaal het gebaar voor liefde op. Tot mijn verbazing merkte ik dat mijn angst wegsmolt en plaatsmaakte voor een extatische kalmte.

Clarice Gargard is programmamaker bij BNN-VARA en publicist. Zij schrijft tweewekelijks een gastcolumn.